Boudewijn krijgt volop kans om zijn status van graaf waar te maken. Daar heeft de […]
Hoe ziet Vlaanderen er uit in de 7de en 8ste eeuw? De feodaliteit of het […]
Rond het jaar 420 zijn de Salische Franken onder leiding van hun koning Pharamond onze […]
Dertien Noorse schepen meren aan in de pagus Iseretius. Er wordt wat vee gestolen en […]
De dood van de zestienjarige Franse koning Karloman in 886 biedt het perfecte alibi voor […]
Hoe ziet het leven er uit in Vlaanderen ten tijde van Karel de Grote? Grote […]
In 842 spoelen de Noormannen via het Friese Katwijk de Morinische kustlijn binnen. De pagi […]
De hele kustregio wordt ingepalmd door de schaapsteelt waar vooral de Friezen zich integreren met […]
Na een sprong in de tijd, 300 jaar vooruit, belanden we opnieuw in het Westland […]
‘Over and out’ is het met de Romeinen en ook in onze streek brengen de […]
In 964 wordt er voor het eerst gewag gemaakt van een burggraaf in Dixmude. Een […]
Plunderen. Het is een gemakkelijk woord om neer te pennen. We proberen ons in te […]
Plunderen. Het is een gemakkelijk woord om neer te pennen. We proberen ons in te […]
Wie nu al met ongeduld wacht op het verschijnen van deel 10 van ‘De Kronieken […]
Boudewijn verzeilt in de geschiedenisboeken als ‘Boudewijn met de Ijzeren Arm’, het gevolg van een onoordeelkundige vertaling van zijn geboorteplaats aan de monding van de Ijzer, in het kasteel van het toenmalige Sandeshoved waar later Nieuwpoort zal verrijzen.
Anno 918. Boudewijns opvolging zorgt voor een split in zijn bezittingen. Arnulf I (29) wordt de nieuwe graaf van Vlaanderen terwijl zijn broer Adolf een ietwat ondergeschikte rol krijgt als graaf van het land van de Morinen.
Na de verschijning van ‘eener sterre met eenen steert’ in 874 en andere voortekens van plagen wordt datzelfde jaar verschroeiend droog en onmenselijk heet waardoor het graan op de akkers er totaal opgedroogd bij ligt. Er breekt een nooitgeziene sprinkhanenplaag uit. Precies de achtste plaag van de farao.
De komst van de Noormannen laat een onuitwisbaar spoor na in de geschiedenis van onze contreien. De echo van de ellende die ze aanrichten, blijft lang nagalmen.
Het is een lange, treurige bladzijde in het boek van ons verleden het verhaal van de hongersnoden, die in vroegere eeuwen ons land en ons volk geteisterd hebben.
Donaaske’s vader en moeder waren Romeinen. Als piepjong manneke werd hij door een knecht in het water gesmeten. Zijn ouders waren radeloos. Ze baden seffens met hart en ziel om raad. Ze wierpen een wiel met vijf brandende kaarsen op het water.
Het ontstaan van Roeselare gaat in de nevelen van de tijden verloren.
De eerste Bellebrand was gedaan ten jaren 900, door de Noormannen, die uit Noorwegen, Zweden en Denemarken bij grote menigte jaarlijks gedreven werden om roof te gaan zoeken. Zij vielen binnen in het beste deel van Frankrijk en ook in Vlaanderen. Ze verbrandden, verwoesten en plunderden overal waar ze binnenvielen, zowel kloosters, kerken, abdijen als kastelen, steden, dorpen en alle huizen.
God nochtans sloeg niet onverhoeds. De mensen werden vooraf verwittigd door verschrikkelijke voortekenen en wondere luchtverschijnselen, ten einde tijdig boete te doen voor hun zonden, zo dachten ze.
Twintig mijlen in het rond was er geen betere ambachtsman dan Jan. Hij hanteerde op een meesterlijke wijze even goed de weversspoel en het houthakkerskapmes als de eenvoudige platte hamer van de koordvlechter. Hij was een opgewekt man, van een uitzonderlijke gestalte, die een buitengewone kracht bezat.
Vlaanderen is vanuit economisch standpunt bekeken een rijke en bloeiende streek. Maar de Vlaamse welstand heeft zo zijn nadelen. De rijkdom van het land, zijn geschikte aanlegplaatsen trekken niet alleen vreedzame handelslieden aan maar eveneens malafide zeerovers die strooptochten beginnen te organiseren in dit rijke Frankische gewest. Ze dringen door tot in het hart van Frankrijk. Vanaf 800 zullen de Scandinaviërs, onder druk van hun steeds toenemende bevolking, het Frankenland als geliefkoosde doel van hun rooftochten gaan beschouwen.
Zoutcote, de zoutkant, later bekend geworden als Zuydcoote, moet al bestaan. In het jaar 121 wordt hier al het christelijk geloof gepredikt. Mardick, de haven en de Romeinse nederzetting. De golf van Itius die de vloot van Caesar herbergt en waarvan de Aa zowat het ultieme overblijfsel van is.