De dood van de zestienjarige Franse koning Karloman in 886 biedt het perfecte alibi voor de Noormannen om opnieuw de wapens op te nemen. Ze voelen zich helemaal niet aan een wapenstilstand gebonden met Karel de Dikke, de nieuwe koning van het Karolingische rijk (Frankrijk en Duitsland samen). De mensen van Veurne slaan opnieuw op de vlucht voor het geweld dat drie volle jaren zal aanhouden.
Karel de Dikke slaagt er niet in de Noormannen buiten zijn rijksgrenzen te houden en wordt einde 887 afgezet. Kort daarna ontstaat er rond de troonsopvolging een grote tweespalt tussen de edelen van Frankrijk. Uiteindelijk wordt Karel de Eenvoudige de nieuwe koning. Ook de Vlaamse edelen staan achter die keuze.
De Noormannen profiteren van de tweedracht bij onze zuiderburen en hun geweld in het Franse binnenland blijft aanzwellen. In 891 komen de bendes opnieuw naar West-Vlaanderen waar ze weer overal grote malheuren aanrichten. In 902 zijn de Noormannen eindelijk uit Vlaanderen gedreven. Boudewijn de Kale laat het merendeel van de Vlaamse steden en kastelen versterken. Zo onder andere de burg van Veurne die er na het geweld van de voorbije decennia vreselijk desolaat en vervallen bij ligt. De aanvallen blijven echter aanhouden.
In 906 komen de Noormannen onder leiding van hun aanvoerder Rollo Henegouwen binnenvallen. Bij hun terugtocht vallen opnieuw Gent, Brugge, Ieper en Veurne ten prooi aan hun gewelddaden. Voor Veurne wordt het één van de zwaarste beproevingen ooit. Maar het einde van de terreurjaren komt eindelijk in zicht. Karel de Eenvoudige slaagt er in om in 912 vrede te sluiten met Rollo. De Noorman is zijn stroop- en zwerftochten méér dan beu en aanvaardt het voorstel van de Franse koning om zijn leenman te worden. Hij krijgt het gebied van Normandië toegewezen (vandaar de verwijzing naar de Noormannen).
De Veurnenaars sijpelen stilaan weer binnen in hun stad. Er is opnieuw vrede. Zo arriveren we in het jaar 958. Veurne en omstreken werden de voorbije jaren nog wel enkele keren geplaagd door de Noormannen. Maar er is een nieuwe generatie. Graaf Arnulf heeft de voorbije decennia meerdere robbertjes gevochten. De tijd is aangebroken om de muren en de vestingen van Veurne te herstellen en uit te breiden.
Aanvankelijk reiken de vestingmuren maar tot aan de Calommegracht, langs de Colme en begrensd door een handels- en havenkwartier met de Oude Beestemarkt, de Nieuwstraat, de Appelmarkt en de Houtmarkt als middelpunt. De muren worden hersteld. Het verlaten klooster krijgt een nieuwe bewoning van 12 monniken met een proost.
De Walburgakerk wordt heropbouwd. Er komt een begijnhof. Veurne wordt stilaan een mooi en levendig stadje. Nieuwe tijden breken aan. Boudewijn met de Schone Baard organiseert in het jaar 1030 een grootse processie in Oudenaarde. Alle prelaten, geestelijken en edelen worden uitgenodigd. De broeders van Veurne reizen naar Oudenaarde vergezeld met de kostbare relikwieën van Walburga en haar broers.
Het aantal pelgrims dat Walburga komt bezoeken in de grafelijke kapel van Veurne is sterk gestegen. Vooral uit Engeland blijft het bezoekersaantal aanzwellen. De kapel is te klein geworden om de toevloed van pelgrims aan te kunnen en dit is de graaf van Vlaanderen niet ontgaan. Hij engageert zich om zijn kapel te laten ombouwen tot een ’treffelijke’ kerk.
De Roomse keizer Hendrik de derde ligt al een tijdje overhoop met onze graaf Boudewijn van Rijssel. Hendrik valt Vlaanderen in 1054 binnen met de bedoeling alle steden en kastelen tussen de Leie en de Noordzee te veroveren. Ook Veurne komt aan de beurt. De rijkste burgers van de stad worden gevangen genomen en veel inwoners van de casselrie worden brutaal om het leven gebracht. De Duitse keizer onderwerpt het Westland. Zijn leger settelt zich lange tijd ter hoogte van het stadje Lo. De hele omgeving van Veurne-Ambacht wordt zo goed als verwoest. Het gevangen genomen volk wordt langs de Lovaart, via de grote waterplas van Wulpen, langs de Venepe en het Langelis, naar Nieuwpoort overgebracht. De vloot scheept in te Nieuwpoort richting Duitsland. Met aan boord veel streeknotabelen die als gijzelaars worden gedeporteerd.
Een deportatie die duurt tot in 1057 als er vrede gesloten wordt tussen de partijen. Tijdens en na de bezetting van de Westhoek laat de Duitse keizer Hendrik de derde in Lo een klooster en enkele woningen voor de religieuzen bouwen. Hij stelt er een zekere priester Thomas aan tot priester om er dagelijks missen in ‘de Kundige’ voor te dragen. De dubbele arend die op het wapenschild van de abdij prijkt, verraadt duidelijk de Duitse oorsprong van het klooster dat als een souvenir herinnert aan de bezetting van de Westhoek in 1054.
Het is een grote eer voor Veurne! Boudewijn van Rijssel, graaf van Vlaanderen, komt in 1066 op logement! Zijn verblijfplaats, de Burg, is voor deze speciale gelegenheid uitbundig opgetut. Boudewijn blijft zowat de hele zomer in het kasteel. Hij trekt bijna dagelijks op jacht in de duinen waar het krioelt van het wild. Voor de afwisseling vaart hij met een boot de Ijzer af tot aan de haven en de zee waar hij regelmatig in contact komt met de Franse heren van stand.
Vanuit zijn verblijf in Veurne schrijft de graaf geregeld brieven. Zo schrijft hij naar het klooster van Mesen dat in 1062 gesticht werd door zijn eigenste vrouw Adela. Tot op vandaag bewijzen de, van de grafelijke zegel voorziene brieven, het verblijf van Boudewijn in Veurne. Ook de brieven aan het kapittel van Rijsel waarin hij de ‘heerelickhede van ’t Vrije van Rijssel, gelegen te Veurne-Ambacht’ schenkt aan het Sint-Pieters kapittel van Rijsel blijven bewaard.
Na de tirannie van de Vlamingenhaatster gravin Richilde komt de graag geziene Robrecht de Fries in 1071 aan de macht in Vlaanderen. In 1073 wordt er een grote processie georganiseerd vanuit het klooster van Winoksbergen met de, in 1058 cadeau gekregen, relikwieën van de heilige Lewina als middelpunt.
Die Lewina was volgens de kronieken een Engelse maagd en martelares die in 687 door de Saksen gefolterd en vermoord werd. De processie doet heel de Westhoek aan en arriveert in Alveringem. De relikwie van Lewina wordt de kerk binnengedragen en voor het altaar opgesteld. De Alveringemnaar Bodero is al een hele tijd lam en moet zich noodzakelijkerwijs voortbewegen met de hulp van twee krukken.
Bodero is in de kerk aanwezig en wordt, zoals zo vaak liederlijk omschreven in verhalen over mirakels, door toedoen van Lewina plots genezen en hij kan als bij wonder gezond stappend de kerk verlaten. Bodero van Alveringem werpt zijn krukken opzij. Neemt de relikwieën op zijn schouders en zal van daaruit te voet door heel Vlaanderen meestappen met de processie. Bisschop Drogo van Terwaan omschrijft in zijn kronieken de vele mirakels die hij ziet gebeuren. Wat voor een duim moet die man gehad hebben?
Dit is een fragment uit Boek 1 van De Kronieken van de Westhoek


