banner
dec 19, 2025
38 Views
Reacties uitgeschakeld voor De Leeuw van Vlaanderen

De Leeuw van Vlaanderen

Written by
banner

Op Driekoningendag van 1313 ontsnapt Lodewijk van Nevers uit zijn Franse gevangenis. Hij vlucht naar Gent en gaat zich spoedig vestigen op de rechteroever van de Schelde (buiten de tentakels van Filips, in het Roomse Rijk). De Franse koning is furieus. Lodewijk verspreidt al heel snel het gerucht dat zijn vader Robrecht achter zijn ontsnapping zit. Na zes weken verklaart Filips de Schone de erfenisrechten van Lodewijk op Vlaanderen en Nevers vervallen. De zoon van Robrecht van Bethune is allerminst onder de indruk en veroordeelt de Franse koning om de gevangenneming van zijn kinderen als een inbreuk tegen de Goddelijke Macht en tegen de goede zeden. Opruiende taal die het gemeen van de Vlaamse steden opzet tegen de Franse koning.

De verklaringen van Lodewijk vallen niet in goede in aarde bij Filips. Een nieuwe oorlog kondigt zich aan. Paus Clemens die nog steeds vruchteloos zoekt naar zijn nieuwe kruistocht, probeert opnieuw de partijen te verzoenen. Er wordt een Frans-Vlaamse conferentie georganiseerd in Atrecht op 20 juli 1313.

Een hoopvolle Robrecht van Bethune en de top van Vlaanderen staan er tegenover Filips de Schone en de zijnen. Al snel blijkt opnieuw dat ze behandeld worden als ordinaire vazallen en vreest hij een slechte afloop. Hij wil zijn eigen zoon laten stoppen met zijn provocerende taal tegen Filips en stelt voor om zijn andere zoon, Robrecht van Kassel, tot diens eigenste frustratie als gijzelaar aan te bieden. Robrecht van Kassel weigert in te gaan op het dwaze voorstel van zijn vader. Ook het Vlaamse volk is erg verwonderd over de voortdurende toegevingen van hun slappe graaf.

Robrecht van Bethune staat voor een dilemma: moet hij zijn engagementen ten opzicht van de Franse koning aanhouden of moet hij de kant kiezen van zijn zonen? Maar hij herpakt zich en kiest uiteindelijk hij de kant van zijn erfopvolger Lodewijk. De rest van het jaar 1313 en 1314 verloopt al met al vrij rustig want Filips de Schone heeft het in die periode bijzonder druk met het proces van de Tempeliers (hij aast op hun rijkdommen) en zijn relatie met de paus. (zie een afzonderlijk verhaal op westhoek.net).

Pas in juni 1314 wordt het Frans-Vlaamse geschil in volle hevigheid heropend. De Vlaamse graaf – het proces van de Tempeliers en zijn eigen ervaringen indachtig – publiceert op 26 juni 1314 een plechtig manifest waarbij hij de koning van Frankrijk openlijk beschuldigt van bedrog, woordbreuk en rechtsverkrachting. Robrecht en Lodewijk sluiten een verbond met Brugge en Gent om de vijandelijkheden tegenover Frankrijk te hervatten.

Filips kan niet meer terugvallen op de autoriteit van paus Clemens want die is overleden en er is nog geen nieuwe kerkleider aangesteld. De koning zwaait nu met een kerkelijke veroordeling wegens de schending van het verdrag van Athis. Robrecht doet alsof zijn neus bloedt. Hij weigert zich aan te bieden in Frankrijk. Het Franse parlement vonnist dat de grafelijke territoriale bezittingen van Robrecht van Bethune vervallen zijn en slaat de Vlaamse graaf in de ban van de kerk.

Vlaamse milities rukken op naar Frans-Vlaanderen en bezetten Rijsel. Vier Franse legereenheden rukken op naar de Vlaamse grens, maar tot een open oorlog komt het vooralsnog niet. Begin september 1314 is er al opnieuw sprake van een wapenstilstand. Een gewapende vrede die Filips de mogelijkheid biedt om nieuwe financiële bronnen te vinden.

De Franse koning is zijn hele leven een gepassioneerd jager geweest. Hij kan gerust tot vijf keer per jaar verschillende weken uit het beeld verdwijnen en zich wijden aan zijn favoriete hobby in de uitgestrekte bossengordel rond Parijs. Zijn laatste jacht vindt plaats op 4 november 1314. Filips de Schone valt van zijn paard. Is het een ongeval of krijgt hij een beroerte? De kronieken zijn niet eensluidend. Hoe dan ook: door zijn val gaat zich een oude wonde heropenen en infecteren. De vloek van de grootmeester van de Tempeliers gaat in vervulling als de zesenveertigjarige koning op 29 november 1314 overlijdt.

Lodewijk X le Hutin (de Woelzieke), de oudste zoon van de overleden koning wil als een van zijn eerste maatregelen de vrede herstellen tussen Vlaanderen en Frankrijk. Het komt tot onderhandelingen tussen hem en Lodewijk van Nevers. In mei 1315 komen ze (buiten het medeweten van Robrecht van Bethune) overeen dat Lodewijk de erfgenaam van Vlaanderen wordt moest zijn vader Robrecht van Bethune komen te overlijden. Zijn broer Robrecht van Kassel grijpt naast de grafelijke titel en is woedend op de nieuwe Franse koning.

De gemeenten zijn woedend en sluiten de gelederen rond de graaf. Ze geven geen acht op de bedreigingen van de Franse koning die met een gigantisch leger klaar staat om Vlaanderen eindelijk een lesje te leren. Maar hevige stortregens herschapen zijn legerkamp te Bondues. Zijn manschappen kunnen niets anders doen dan op een lamentabel verzopen manier terug te keren naar Frankrijk.

Tijdens de zomer van 1315 regent het trouwens de hele tijd. Heel West-Europa verandert in een gigantische modderpoel. Oorlog voeren is sowieso niet mogelijk. De oogsten verzuipen en nog voor de herfst is er al geen sprake meer van voedselreserves. Er dreigt een periode van grote honger. Als de winter aanbreekt slaat de hongersnood genadeloos toe over het hele Europese vasteland. Ook zo in Vlaanderen. In Leuven worden er dagelijks twintig karren vol met lijken buiten de stadsmuren vervoerd. In Antwerpen worden de lijken effenaf in de stadsgrachten gedeponeerd.

In Ieper worden er in oktober 1316 bijna drieduizend lijken (2.794 om exact te zijn) op stadskosten begraven. In Brugge tweeduizend! Tot overmaat breekt de pest – de zwarte dood – uit. Het is een donkere ellendige periode. Eén derde van de hele Europese bevolking zal tussen 1315 en 1318 aan de gevolgen van honger, watersnood en pest overlijden.

Pas na de zomer van 1317 lopen in de haven van Damme eindelijk graanschepen vanuit Spanje en Italië binnen. Het ingevoerde graan komt helaas wel tegen woekerprijzen op de zwarte markt terecht. Prijzen tot 20 keer hoger als voordien zijn geen uitzondering. Het zijn enkel de rijken die zich brood kunnen veroorloven.

De kersverse Franse koning overlijdt in 1316 (hij is pas zevenentwintig). Hij wordt opgevolgd door zijn broer Philippe de Poitiers met de bijnaam ‘de Lange”. De zeventigjarige Johannes XXII wordt na een machtsvacuüm van twee jaar de nieuwe paus. Hij staat bekend als voorvechter van Europese vrede en dat stelt de Vlamingen hoopvol die dan ook onmiddellijk aansturen op een herziening van Athis.

Delegatieleider Robrecht van Kassel haalt zijn slag thuis. De paus stelt een grondige herziening voor van het bewuste verdrag en vraagt meer engagementen aan Frankrijk in ruil voor hogere financiële compensaties door de Vlamingen. Philippe de Lange lijkt akkoord te gaan maar eist echter een buitensporige schadevergoeding van 200.000 pond. In deze tijd van hongersnood en pest een onhaalbare kaart voor de Vlamingen.

Tot groot ongenoegen van de paus gaan de Vlamingen dwars liggen. Johannes XXII laat op 20 maart 1317 een bul verschijnen waarin hij nog langer weigert de sacramenten te laten toedienen aan de inwoners van de Vlaamse steden. In het jargon heet dit een “interdict”. De Vlamingen laten het “hun gat” horen. Robrecht van Bethune en de zijnen negeren de bul. Ze negeren de dagvaarding om naar Parijs te komen. Uiteindelijk wordt inderdaad het pauselijk interdict over Vlaanderen geworpen. Na een brief van 29 april 1317 waarbij de paus Robrecht van Bethune beschuldigt van oorlogszucht, ontstaat er een onherstelbare breuk met het pauselijk Avignon en met Frankrijk.

Er dreigt opnieuw een ernstig militair conflict. Robrecht van Bethune laat de stedelijke milities oproepen en laat ze stellingen innemen langs de Leie ter hoogte van Kortrijk. Robrecht van Kassel stelt zich op in Kassel. Bedoeling is om via Artesïe een aanval te plannen op Rijsel en Waals-Vlaanderen. De winter steekt echter stokken in de wielen en tijdens die winter groeit er binnen de steden een niet mis te verstane weerstand tegen de oorlogsplannen van Robrecht. De reden voor die weerstand is niet ver te zoeken: iedereen zit op zijn tandvlees na die beroerde hongersnood. Een oorlog daarbovenop is echt te veel gevraagd aan de bevolking.

De druk van de mensen om nu eens eindelijk vrede te sluiten met Frankrijk is hard om te slikken voor graaf Robrecht. Finaal stemt hij toe om de weg van de vrede op te gaan. Het is een moeilijke beslissing, maar hij trekt in april 1320 met een bezwaard hart naar Parijs om er koning Philippe te ontmoeten. Het gesprek verloopt gemoedelijk en Robrecht belooft nu eindelijk het verdrag van Athis te zullen naleven. Maar hij weigert (tot consternatie van het Franse hof) om Waals-Vlaanderen over te maken aan Frankrijk. Dank zij de tussenkomst van zijn zoon Lodewijk van Nevers gaat een gebroken Robrecht van Bethune op 5 mei 1320 uiteindelijk door de knieën.

Er volgt een handige zet van de koning. Robrecht steigert wanneer het huwelijk aangekondigd wordt van zijn kleinzoon Lodewijk van Nevers junior (zestien jaar) met Marguerite, de achtjarige dochter van Philippe de Lange. Maar uiteindelijk kan hij niet anders dan deze Koninklijke beslissing te aanvaarden. Op 1 juli 1320 wordt het huwelijk ingezegend. Pas in 1328 zal Marguerite voor het eerst voet zetten op Vlaamse boden, in 1330 zal ze bevallen van een zoon, Lodewijk van Male, de allerlaatste telg uit het huis van Dampierre. Het gezamenlijk achterkleinkind van Gwijde van Dampierre en Filips de Schone. Een bittere oorlog is voorbij.

Robrecht van Bethune vertoeft vaak in Ieper. De Gravenmote of het Zaelhof is zijn thuisbasis van waaruit hij nog steeds een actief beleid voert. Zo verbiedt hij de Ieperlingen in 1320 om de aarde van de dieper uitgegraven Ieperleet terug in het water te gooien. Hij laat een tolboom plaatsen aan de kapel van Sint-Elooi, op het kruispunt van de wegen naar Wervik en Mesen. Hij laat de vijver van Dikkebus aanleggen aan de Kemmelbeek op het grondgebied van de parochies Vlamertinge, Dikkebus en Voormezele. Op vandaag zijn er ontelbare beleidsdaden van Robrecht van Bethune in en rond Ieper gearchiveerd.

Toch zijn de Ieperlingen niet bijster gelukkig met de medewerking van Robrecht. Hij heeft (net als zijn vader Gwijde) duidelijk een boontje voor Brugge dat gaandeweg dé internationale handelsplaats geworden is van Vlaanderen. De conjunctuur is al sinds 1280 aan het verslechteren en tegen die dreiging staat Ieper er vaak alleen voor. Van een samenwerking met graaf Robrecht van Bethune is geen sprake. Het mag gezegd dat de Ieperse rechten in de periode tussen 1310 en 1320 beschermd en vrijwaarden worden door de Franse koning zelf. Zoals dat bijvoorbeeld gebeurt als Ieperse goederen aangeslagen worden door schuldeisers van de spilzieke graaf.

Ondanks de vijandelijke houding van Robrecht tegen de Engelsen, slaagt Ieper er in zijn aan- en afvoerkanalen met Engeland open te houden. Maar hoe dan ook: de economische repressie zal aanslepen tot in 1350. Tegen die tijd zal de Ieperse lakennijverheid met de helft ingekrompen zijn.

Op 2 januari 1322 sterft de dertigjarige Philippe de Lange aan buikloop. Lodewijk van Nevers, de zoon van Robrecht overlijdt onverwacht in Parijs op zijn negenenveertig. Op 3 augustus woont vader Robrecht van Bethune zijn herdenkingsdienst bij in Kortrijk. Net op tijd is hij tot verzoening gekomen met zijn zoon na bittere jaren van bedroevende twisten. Na afloop van de mis roept hij de aanwezige abten, prelaten en edelen samen en vraagt hij hen om de in Parijs geregelde troonsopvolging over Vlaanderen te willen respecteren.

Vijf weken later, op 17 september 1322 overlijdt de vijfenzeventigjarige Robrecht van Bethune in het Zaelhof te Ieper. Hij wordt op 16 oktober opgevolgd door zijn zoon Lodewijk II van Nevers. Vlaanderen heeft een nieuwe graaf. Of die nieuwe graaf eindelijk rust en vrede zal brengen is vooralsnog onduidelijk.

Robrecht van Bethune wilde absoluut begraven worden in Vlaamse grond. In de abdij van Flines zoals zijn voorouders en bij zijn eerste vrouw Blanche. Hij liet het vastleggen in zijn testament. Maar zolang Flines geen Vlaams grondgebied was wilde hij begraven blijven in Ieper. In Vlaamse aarde. De tekst waarin Pieter, proost van St.-Maartens te leper, belooft het lichaam van de graaf naar Flines te laten overbrengen, als het grondgebied van de abdij, samen met Douai en Rijsel, weer grondgebied van het graafschap Vlaanderen zal worden, is nog steeds bewaard. Het is een voorwaarde die nooit in vervulling zal gaan .

De Ieperse stadsrekeningen voor het jaar 1322 vermelden dat zeven gewone “scerrewetters” (stadssergeanten) op de zaterdag, feest van Sint-Denijs, worden bijgestaan door honderd dertien knechten om de poorten te bewaken “quant mesires de Flandres fu enterés a Ypre”. Hij wordt begraven in de Sint-Maartenskathedraal te Ieper, waar hij tot op vandaag begraven ligt.

Een oordeel vellen over de “Leeuw van Vlaanderen” is niet zo eenvoudig. Op het eerste zicht heeft hij zich verschillende keren bezondigd aan impulsieve daden ten nadele van de Vlamingen met als opzet het behoud van de onafhankelijkheid van zijn Vlaanderen. Maar uiteindelijk heeft heel zijn leven in teken gestaan van financiële beslommeringen. Deels geërfd van zijn vader, deel te wijten aan een decadente levensstijl, maar vooral door de buitensporige financiële eisen die zijn leenheer Filips de Schone met zijn verdrag van Athis eiste van de Vlaamse bevolking.

Robrecht was niet bepaald een zachtmoedig man en hij kon nogal vlug van gedachten veranderen naargelang het voor hem persoonlijk goed of slecht uitkwam. Bovendien was hij een verkwistend man die constant in geldnood zat, er talrijke maîtressen op nahield en een onbekend aantal bastaardkinderen, die echter, dat mag wel gezegd worden, nooit aan hun lot werden over gelaten, maar altijd, meestal met hun moeder, onderdak kregen in één of ander klooster waar ze dan later ook mochten studeren.

Toch kan niet worden voorbijgegaan aan het historisch feit dat dankzij de taaie en jarenlange strijd van Gwijde en Robrecht (en de solidariteit van hun familie) de grenzen van Frankrijk op vandaag niet uitstrekken tot aan de Schelde. Het Nederlandssprekende gedeelte van Vlaanderen, Ieper inbegrepen, is ontsnapt aan de annexatie in het toenmalige kroondomein, waaruit zich met de jaren de Franse eenheidsstaat zal ontwikkelen. Dank zij de dynastie van de Dampierres liggen West-Vlaanderen en een groot deel van Oost-Vlaanderen op de dag van vandaag niet in de republiek Frankrijk.

Dit is een fragment uit Boek 2 van De Kronieken van de Westhoek

Article Categories:
fragment uit deel 2
banner
http://www.dekroniekenvandewesthoek.be

Vlaamse geschiedenis zoals je die nog nooit beleefd hebt!

Comments are closed.