banner
okt 28, 2025
57 Views
Reacties uitgeschakeld voor De decadentie van Dampierre

De decadentie van Dampierre

Written by
banner

Het blijft rumoerig in Brugge. Tijdens de zomer van 1281 breekt er nog hardere opstand uit. De Moerlemaye is verre van voorbij. De grimmige massa moordt, plundert en vernielt onder het goedkeurend oog van de anti-graafsgezinden. Opnieuw grijpt Gwijde snoeihard in. Als hij de opstand eind augustus uiteindelijk onder controle krijgt regent het straffen en boetes van duizenden ponden.

Op 3 september worden vijf Brugse notabelen, Jan Koopman, Boudewijn Priem, Lambert Lam, Jan et Lambert Danwilt opgepakt en buiten de Boeveriepoort onthoofd. Hun lichamen worden begraven in de Sint-Andriesabdij. Later zal op die plaats een kapel gebouwd worden die bekend zal staan onder de naam van “de Kapel van de Vijf Heren”. Rond 1560 zal de verwaarloosde kapel finaal gesloopt worden.

In 1286 staat graaf Gwijde op het toppunt van zijn macht. Hij en hij alleen is de machtigste in de hele streek aan het noorden van Frankrijk. In Frankrijk beklimt in dat dezelfde jaar een knappe, gracieuze zeventienjarige jongeman de Franse troon. Zijn regelmatige gelaatstrekken, zijn blonde haar, zijn grote gestalte en zijn aangename, charmante en nobele voorkomen bezorgen hem de bijnaam ‘de Schone’.

Ondanks zijn jeugdige leeftijd geeft hij blijk van een rustig en vastberaden karakter. Vanaf het aantreden van Filips de Schone zal het stijl bergaf gaan met de machtspositie van Gwijde van Dampierre. Eén van de intrigerende zaken die Filips de Schone kenmerken is zijn zwijgzaamheid. Bij officiële ontvangsten en bij onderhandelingen neemt hij zo goed als nooit het woord. Hij kijkt. Hij staart de mensen aan. Een Franse sfinx. Zijn stilzwijgen maakt hem zo goed onbereikbaar voor zijn gesprekspartners. Je weet werkelijk niet wat je aan hem hebt. Onaantastbaar. Het versterkt zijn reputatie als onvoorspelbare soeverein: een koele kikker. Achter die coole façade komt slechts nu en dan zijn werkelijke aard te voorschijn: die van een driftige en machtsgeile dictator.

Filips de Schone is bij zijn kroning één jaar getrouwd met de 12-jarige Johanna van Navarra, de erfgename van de Champagne. In tegenstelling tot zijn voorgangers toont hij geen geweldig enthousiasme voor kruistochten en is hij minder geïnteresseerd in de verdediging van zijn zuidergrenzen. Hij voelt zich echter veel meer aangetrokken tot een actieve bestuursfunctie in zijn grote leengebieden Aquitanië (waar de Engelse koning zijn leenman is) en het Vlaanderen van zijn leenman Gwijde van Dampierre.

Het Parijse parlement dat onder volledige controle staat van Filips krijgt gaandeweg meer autoriteit. De Franse koning zelf gebruikt dit instrument om zich van langs om meer te gaan moeien met de lokale juridische kwesties van Vlaanderen en Aquitanië. Het levert een vat vol frustraties op van de Engelse en Vlaamse leenheren vooral als de Vlaamse steden zich bij dubieuze beslissingen van de graaf méér en méér gaan richten naar de “Pairs van Frankrijk” om daar hun gelijk te halen.

In het vroege voorjaar van 1286 stuurt Filips de Schone ridder Nicholon de Molaines en Jacques de Boulogne, de aartsdiaken van Terwaan naar dat graafschap Vlaanderen. Doel: het laten hernieuwen van de eed van trouw van de edelen en van de steden tegenover hun nieuwe koning. In alle steden van Vlaanderen zweren de edelen op het evangelie hun trouw aan de Franse vazal. Daarna wordt de eed genoteerd in een akte en voorzien van de zegel van de edelman of de stad in kwestie. Nog voor het einde van maart 1286 weet Filips de Schone zich verzekerd van de loyauteit van de onderdanen van één van de belangrijkste graafschappen van zijn rijk.

Voor alle duidelijkheid luidt die eed als volgt: ‘Wij laten weten aan al diegenen die deze brief zullen zien, dat wij, in het bijzijn van de gezanten van de koning, op het Evangelie gezworen hebben, dat als onze heer de graaf van Vlaanderen op een dag – wat God moge verhoeden – de aangegane verbintenissen tussen de voorgangers van de koning van Frankrijk enerzijds en de voorgangers van de graaf van Vlaanderen anderzijds zou komen te verbreken – verbintenissen die de eerder genoemde gezanten ons hebben voorgelezen – wij, eerder dan de graaf te steunen, hulp of raad te verlenen, ons een trouwe bondgenoot zullen tonen van onze heer de koning, tegen de eerder genoemde Graaf, totdat de kwestie aan het koninklijk hof zal zijn beslecht door de raad van de belangrijkste heren, de pairs van Frankrijk.”

Gwijde van Dampierre is niet bepaald een zuinig man. Neen. Hij heeft werkelijk een gat in zijn hand! Hij en zijn moeder Margaretha leven een luxueus en decadent leven. Bij de troonsopvolging erft Gwijde een schuld van 72.336 pond van zijn moeder. Hij mag dan graaf zijn in een superrijk land, maar zelf zit hij met zijn gat vol schulden.

Hij sukkelt van de ene lening in de andere. Overal doorheen Vlaanderen en Frankrijk wachten poorters, tempeliers, bankiers, abdijen en steden op terugbetaling van verstrekte leningen. In 1286 staat het stadsbestuur van Brugge op één dag 39.000 Doornikse ponden af aan de financieel onbetrouwbare Dampierre terwijl in datzelfde jaar er voor 60.000 Parijse ponden uitgeleend wordt aan de graaf van Vlaanderen.

En in de andere steden van Vlaanderen gaat het er identiek aan toe. De burgers van Ieper, Sint-Winoksbergen, Nieuwpoort, Aardenburg wordt op dezelfde manier onder druk gezet om geld te verschaffen aan Gwijde. Niet dat de graaf er zelf zijn schatkamers mee vult. Hij staat voortdurend onder zware druk van woekeraars van Arras die ongenadig aan zijn deur kloppen om de terugbetaling te eisen van de leningen die Gwijde bij hen afsloot om oorlogen te voeren en om zijn riante levensstijl te bekostigen.

Robrecht en zijn vader gaan inderdaad van de ene oorlog naar de andere. In 1290 komen ze tussen in een opstand in Zeeuws-Vlaanderen aan de zijde van Jan van Renesse. In 1292 worden ze gedwongen om de wapens op te nemen in Valenciennes. Ondertussen is de rust enigszins teruggekeerd in de Vlaamse steden. Zijn streven naar meer macht en verdere gebiedsuitbreiding wordt niet alleen duidelijk in de oorlogen die gevoerd worden. Gwijde is vader van negen zonen en acht dochters. Hij is onophoudelijk op zoek naar huwelijken die in het belang staan van zijn expansiebeleid.

Zo werd zijn oudste zoon Robrecht inderdaad strategisch uitgehuwelijkt aan Blanche d’ Anjou, de dochter van de koning van Sicilië en later aan Yolande van Nevers. Ook zijn andere kinderen worden gedwongen huwelijken af te sluiten met belangrijke edelen uit Frankrijk en Nederland. Door het uithuwelijken van zijn kinderen aan rijke edelen slaagt Gwijde er in om zijn hand te leggen op de heerlijkheden van Duinkerke, Belle, Cambrai, Sint-Omaars en op het kasteel van Petegem.

In 1292 keren de kansen voor Gwijde. De politieke relaties tussen Vlaanderen en Frankrijk vertroebelen wanneer de 24-jarige Filips de Schone zich als nieuwe Franse koning meer en meer gaat aanstellen als een zelfbewuste man zonder scrupules. Een bijzonder sterke persoonlijkheid. De vijandigheid van Filips de Schone tegenover de Engelse koning zal voor onze streek grote gevolgen hebben de volgende decennia. Een lange periode van instabiliteit breekt aan.

Dit is een fragment uit Boek 2 van De Kronieken van de Westhoek

Article Categories:
fragment uit deel 2
banner
http://www.dekroniekenvandewesthoek.be

Vlaamse geschiedenis zoals je die nog nooit beleefd hebt!

Comments are closed.