Ik verhuis naar de 5de januari van het jaar 1477. ‘Deze dag staat in de annalen der geschiedenis aangeteekend als een dag van bloedstorting en moord, van jammer en ellende voor sommigen, van blijdschap en opgewondenheid voor anderen.’ Ik spits oren en ogen en nu lees ik het.
Ik bevind me in het hertogdom Lotharingen. Niet ver van Nancy. Aan de linkeroever van de rivier de Meurthe waar twee legers een slag met elkaar zullen uitvechten. Het leger van Karel de Stoute, aangevoerd door de prins zelf samen met zijn opperbaljuw Joost van Lalaing en Giocomo Galeotto, neemt het op tegen troepen uit Zwitserland en Lotharingen die onder het bevel van René van Vaudemont staan. Opzet van de strijd: een Bourgondisch rijk dat zich finaal kan uitstrekken tussen de Noordzee en de Middellandse zee. Een ordinaire oorlog om grondgebied. Niet meer en niet minder.
Het wintert volop. De strijd vangt aan in volle heftigheid. Op witbesneeuwde velden. Het water is bevroren. Karel de Stoute lijkt het pleit te zullen beslechten, maar hij laat zich verrassen door Zwitserse hulpbenden en door de inwoners van Nancy zelf. Onze prins mag kwaad en koleriek zijn zoveel hij wil maar zijn Bourgondisch leger ligt er verspreid en verslagen bij. Van Karel de Stoute is er na de debacle voorlopig geen spoor. ‘Wat is er van hem geworden?’ vragen vriend en vijand zich af. Er wordt een zoektocht georganiseerd om zekerheid te krijgen over het lot van de Bourgondische hertog.
De berichten die binnenkomen zijn onzeker en spreken elkaar tegen. Sommigen beweren dat hij op de vlucht is geslagen naar Luxemburg en zich daar in een of ander kasteel schuil houdt. Anderen vertellen dat Karel zich in een hut bevindt waar hij verpleegd wordt door een dienaar die hem gewond van het slagveld heeft weggedragen. En dan is er nog het gerucht dat hij zich aan de andere kant van de Rijn bevindt, in het bijzijn van een Duitse vorst die hem hier naartoe heeft gebracht. Er is een constante in de geruchtenmolen: de prins leeft nog en zal dat binnenkort op een vreselijke manier bewijzen.
Karel van Bourgondië is er de man niet naar om zich ongestraft te laten bespotten. Zijn onderdanen die al zo veel gebeefd en gesidderd hebben voor hem, kunnen zich nu eenmaal niet voorstellen dat hij werkelijk gestorven is. Ik krijg hier een eerste indicatie van het kwalijke karakter van de relatief jonge, 44-jarige graaf van Vlaanderen.
Toch is hij dood. Campo Basso, een jeugdige page van René van Vaudemont, komt met de bewering dat de hertog gesneuveld is. Uiteindelijk wordt zijn lichaam gedetecteerd. Naakt en vastgevroren in het ijs, half verslonden door wolven en ander roofgedierte. Er kan voortaan niet meer getwijfeld worden aan de dood van Karel de Stoute. De eerloze en sinistere dood van de ooit zo machtige vorst betekent een triest einde van zijn bestaan, maar de toestand van de gewesten die hij achterlaat voor zijn jeugdige dochter is zowaar nog triestiger, schrijven ze in 1867.
Maria van Bourgondië is nog niet eens twintig jaar bij de onverwachte dood van haar vader. Ze is geboren de 14de februari van 1457 als dochter van Isabella van Bourbon, de tweede echtgenote van Karel. Het meisje is totaal niet voorbereid om nu het bewind te voeren over een land dat met oorlog bedreigd wordt terwijl het van binnenuit door opstanden en rebellie bedreigd wordt. Haar leger ligt er na een reeks nederlagen chaotisch verspreid en vernield bij. De schatkist is na de reeks van oorlogen zo goed als uitgeput.
De Franse koning wil natuurlijk garen spinnen bij de onverwachte dood van zijn gehate rivaal. Lodewijk de 11de wacht nu op het geschikte moment om het rijk van een van zijn lastigste vazallen terug onder te brengen onder de Franse kroon. En op de inwoners van de Nederduitse gewesten moet Maria ook nog niet te veel rekenen. Het kwijtspelen van zoveel privileges de voorbije jaren zorgt er voor dat de Vlaming verbolgen is op de Bourgondische kliek, die honderdvijftig jaar geleden nog braafjes als ‘het stamhuis’ wordt omschreven.
Maria weet voorlopig nog niet dat haar vader gesneuveld is. Ze verblijft in Gent, waar ze in spanning wacht op verder nieuws over de Bourgondische legers. Als de heer Hugonet, de rechterhand van haar vader, haar vertelt dat er nogal wat edel volk gesneuveld is tijdens de veldslag, laat hij nog even na om haar te vertellen dat ook haar eigen vader er het loodje heeft bij neergelegd.
Hoe kan hij in hemelsnaam de lugubere details van zijn dood uit de doeken doen bij deze freule? Zeg nu zelf: hoe kan je nu vertellen aan iemand dat zijn of haar vader half opgegeten is door de wolven? Hugonet laat de opdracht over aan mevrouw van Halewijn, de kamervrouw van de hertogin. Uit haar mond verneemt ze dan toch het vreselijke nieuws.
In Vlaanderen staan de reacties op de dood van Karel diametraal tegenover de droefheid van Maria van Bourgondië. Het volk voelt zich verlost en bevrijd dat de rotzak er niet meer is. De vernietiging van zoveel voorrechten, de zware oorlogskosten die zij moesten ophoesten, het zo vaak hovaardig en hautain gedrag van deze vorst heeft een diepe walging veroorzaakt bij de mensen. Een bitterheid die wel altijd netjes verborgen bleef uit angst voor represailles. Maar nu de schurk gesneuveld is, komt die intense haat massaal opborrelen en zich in ‘al zijn uitgebreidheid tonen’, zoals ze schrijven in de 19de eeuw.
De afkeer van die prins zit zo diep dat de mensen zelfs morren over de kosten van de zielsmissen voor diens nagedachtenis. Er heerst nog een ander gevoelen bij de burgers en bij de elite van Vlaanderen. Het land ligt er verward en uitgeput bij. De mensen kennen de plannen van de sluwe Franse koning maar al te goed. Er moet dringend ingegrepen worden om een invasie vanuit het zuiden te beletten. De Staten-Generaal belegt een spoedvergadering in Gent en Maria besluit om zich door een adviesraad te laten begeleiden.
Die raad bestaat uit haar stiefmoeder Margaretha van York, de derde echtgenote van Karel, en de heren van Ravestein, van Imbercourt. En onze meneer Hugonet. Ondertussen zijn in inwoners van Gent er van overtuigd dat ze een prima gelegenheid krijgen om hun kwijtgespeelde privileges terug te winnen. In plaats van de crapuleuze Karel, die ze allemaal erg hebben gevreesd, krijgen ze nu een jeugdige en zwakke vorstin. De idee alleen al zorgt er voor dat de stemming in het Gentse uitgelaten is.
De opwinding is voelbaar op de Vrijdagmarkt waar de leiders van de vele ambachten met elkaar en met de ambachtslieden overleg plegen. Ik hoor de hevigste vervloekingen tegen de overleden hertog en meteen ook een reeks van vreselijke bedreigingen aan het adres van Maria van Bourgondië. De gewapende en onstuimige ambachtslieden en neringdoeners eisen hier en nu het herstel van alle voorrechten die ze sinds de tijd van Filips de Stoute, de overgrootvader van deze gesneuvelde nietsnut, hebben moeten afgeven.
Auteur Royaards besluit om even terug te keren in de tijd om zo een beter begrip te krijgen op de achtergrond van het stamhuis van Bourgondië. In 1032 krijgt Robert het hertogdom Bourgondië in leen van zijn broer die koning is van Frankrijk. Als de mannelijke opvolgingslijn van die Robert in 1361 uitsterft, komt het hertogdom in handen van Jan II van Frankrijk die het op zijn beurt in leen geeft aan zijn zoon, de ons goed bekende Filips de Stoute. Na zijn huwelijk met Margaretha van Male en de dood van haar vader Lodewijk, de laatste prins van de Dampierres, vallen Vlaanderen en Bourgondië nu onder één centraal bestuur.
Van een samenhangend geheel is er geen sprake. De grote haat van de Vlamingen tegen alles wat Frans of Fransgezind is, blijkt daarvoor een te grote struikelblok. Het nationaal gevoel vertaalt zich perfect in de term ‘wat walsch is valsch is’. Vooral in Gent weigeren de mensen zich te binden aan Filips de Stoute, die vreemde Bourgondische prins. Deze haat zorgt voor een oorlog die twee jaar aansleept en door het toedoen van de adel en van een aantal vreemde kooplieden uiteindelijk beëindigd wordt met de vrede van Doornik.
Die vrede zou trouwens nooit mogelijk geweest zijn mocht Margaretha van Male niet tot het uiterste gegaan zijn om haar man letterlijk te smeken om gratie te verlenen aan de mensen van Gent. De vrede in Doornik van 1385 zorgt voor een onderwerping van die van Gent in ruil voor een algemene amnestie en de teruggave van al hun privileges.
Daarna is het opnieuw stilaan naar af gegaan wat betreft die stedelijke rechten. Gent, Brugge, Ieper zien hun rechten op een eigen rechtspraak beetje bij beetje afbrokkelen tijdens de legislaturen van Filips de Stoute, Jan zonder Vrees, Filips de Goede en Karel de Stoute. Nu die laatste goed en wel gecrepeerd is, willen de Gentenaars als eersten een volledige terugkeer naar de overeenkomst van 1385. Hun dreigende houding zorgt er voor dat dochter Maria al plooit op de 11de februari. De Vlaamse Staten-Generaal met tweeëntwintig volwaardige leden krijgt nu volop zeggenschap over Vlaanderen en zonder de goedkeuring van deze raad zal er geen oorlog meer worden gevoerd. Het volk wordt niet langer verplicht om buiten zijn grenzen oorlog te gaan voeren en de rechterlijke postjes staan niet langer te koop aan de hoogstbiedende klootzakken.
Alles wat haar vader vernield heeft, wordt nu door Maria van Bourgondië in ere hersteld. Met de aanstelling van de nieuwe magistraten in Gent wordt de binnenlandse rust voorlopig hersteld. De buitenlandse aangelegenheden van Vlaanderen zijn ondertussen andere koek. De Fransman Lodewijk de 11de geeft het bevel om Bourgondië binnen te vallen en rukt meteen ook het Vlaamse Picardië en Artesië binnen. Aan het hoofd van zijn leger zien we Filip van Komen, de gewezen vertrouweling van Karel de Stoute die een tijd geleden de kant van de Fransen heeft verkozen. ‘Nee nee.’ De koning heeft helemaal niet de intentie van Vlaanderen en Bourgondië te veroveren. Zegt hij. Hij wil de gebieden alleen in goede bewaring nemen zo dat een of andere Duitse vorst die niet kan ontfutselen van zijn lieve nicht Maria.
Lodewijk slaagt er relatief gemakkelijk in om de Bourgondische adel te doen aansluiten bij het Franse parlement en het gebied dus feitelijk te annexeren bij Frankrijk. In Artesië en Picardië verloopt het wat moeilijker, maar een persoonlijke tussenkomst van de Franse koning zorgt er voor dat de ene stad na de andere haar poorten opent. Ook hier zorgt de aversie tegen alles wat Bourgondisch is voor een ommezwaai in de geesten.
Ook in Henegouwen loopt een vijandelijk leger rond waardoor ook dit gewest dreigt weg te vallen voor Maria van Bourgondië. De Staten-Generaal te Gent wil paal en perk stellen aan de invallen van de Fransen en engageert zich om al het nodige in het werk te stellen om het Vlaamse grondgebied ongeschonden te bewaren. Er volgen onderhandelingen in Péronne. De Vlaamse onderhandelaars tonen zich bereid afstand te doen van de Bourgondische gebieden en willen terugkeren naar het systeem van de Dampierres, waarbij Vlaanderen weer dat traditioneel onafhankelijk leengebied wordt van Frankrijk dat uiteindelijk wel zal luisteren naar het parlement van Parijs als hoogste rechtsorgaan. In ruil moeten alle Franse troepen weg uit Vlaanderen.
Lodewijk wil er niet van weten. Hij wil dat Maria in het huwelijk treedt met zijn zoon, de kroonprins. Enkel op die manier kan Vlaanderen opnieuw stevig aan Frankrijk verbonden worden. De Vlaamse afgevaardigden komen dus onverrichterzake terug uit Péronne. Uiteraard ligt het niet aan hen om het huwelijk van hun hertogin te arrangeren. De enigen die druk kunnen uitoefenen in deze materie zijn de vertrouwelingen van Maria. Zonder instemming van haar geheime raad, met Margaretha van York, Imbercourt, Hugonet en Ravestein, zal de hertogin van geen vin verroeren. Het verraad loert al om de hoek. Imbercourt en Hugonet beramen een plan samen met de bisschop van Terwaan, om Maria van Bourgondië in eigen persoon naar Frankrijk te lokken en boven de hoofden van haar Staten-Generaal heen onderhandelingen te laten voeren met de Franse koning.
Hugonet en Imbercourt stappen met hun plannen en met getekende brieven van Maria van Bourgondië naar de Franse koning. Lodewijk reageert schijnbaar onbewogen. Hij beseft dat beiden een huwelijk met zijn zoon niet ongenegen zijn. Waar zouden ze dan niet volop zijn kant kiezen? Waarom zouden ze de stad Atrecht alvast niet vrijwillig overdragen aan Frankrijk? Zo komt het tot een overeenkomst waarbij de Vlaamse onderhandelaars het Fransgezinde deel van Atrecht, op aanraden van de lokale opperbevelhebber, zonder slag of stoot overgeven aan Lodewijk.
De Vlaamsgezinde inwoners van het andere stadsdeel worden meteen de dupe van de situatie en komen zo terecht in een beleg waarbij de Fransen uiteraard ook de rest van Atrecht met geweld willen innemen. Ons duo komt zo met lege handen naar huis terug. In Vlaanderen heerst een vreselijke verwarring. ‘Een hevige opstand was te Brugge uitgebarsten.’ Het volk wil dat de teksten van alle bestaande privileges in het publiek voorgelezen worden en dat alle verloren voorrechten opnieuw geïnstalleerd worden. Ze hebben natuurlijk gekeken naar Gent. En ook de belastingen die Karel de Stoute nog heeft ingevoerd, moeten afgeschaft worden.
De Brugse burgemeester Jan van Nieuwenhove is niet van plan om toe te geven aan de onruststokers. Hij moet echter noodgedwongen vluchten naar Gent. Zijn vervanger Joost van Halewijn bezwijkt wel onder de druk. Net zoals Maria die het volk zijn zin geeft op alle punten en vier edelen naar de stad stuurt om verder de orde in stand te houden. Met haar spontane toegevingen krijgt Maria van Bourgondië de Vlamingen opgewonden aan haar zijde. Daarmee is de kous met Frankrijk natuurlijk niet af. Er komt een nieuw gezantschap om te gaan praten met Lodewijk de 11de. De 4de maart ontvangt de Franse koning hen in het bezette Atrecht. Hij stelt zich heel erg hoffelijk en charmant op in de hoop om de Vlamingen te sussen.
Die komen opnieuw met het zelfde voorstel dat Vlaanderen als natie bereid is zich te schikken naar het Franse parlement, maar voor de rest onafhankelijk wil blijven. ‘Zijn jullie wel zeker van jullie zaak?’ krijgen de Vlamingen te horen. ‘Wat betekenen die brieven van jullie hertogin dan?’ ‘Weten jullie dan werkelijk niets af van de schikkingen van de geheime raad rond Maria van Bourgondië?’ De Vlaamse delegatieleden reageren ontzet bij het zien van die brieven. ‘Eigenhandig geschreven door Maria, ondertekend door Margaretha van York en de heer van Ravestein. En ter plaatse afgegeven door Hugonet en Imbercourt.
De belofte om Vlaanderen te laten leiden door de Staten-Generaal is schandelijk doorbroken. Ik gebruik de liederlijke taal uit de 19de eeuw om het ongenoegen van de Vlamingen te omschrijven: ‘de invloed van de zoo gehate staatsdienaars Imbercourt en Hugonet had hier de jeugdige vorstin een misstap doen begaan, die schier onvergefelijk was.’ De afgevaardigden komen woedend terug naar Gent waar ze zich reppen tot bij de vorstin die het bestaan van de bewuste brieven blijft ontkennen tot dat die pardoes onder haar ogen worden gelegd.
Ontkennen heeft geen zin meer. Als het voor de buitenwereld bekend raakt wat er aan de hand is, regent het negatieve reacties. De haat tegen de oude krokodillen Hugonet en Imbercourt is intens en hevig. Hoe durfden zij het aan om Atrecht aan de Fransen over te leveren en hun hertogin uit te huwelijken aan de Franse kroonprins?
En er komen nog verhalen bij van vervalste rechtspraak en verraad tegen wijlen Karel de Stoute. De algemene verontwaardiging resulteert in een zelden geziene uitbarsting, een volksopstand die er voor zorgt dat de twee gehate staatsdienaars opgepakt worden. Samen met bisschop de Cluny van Terwaan. Het gerecht in die tijd gaat een pak sneller dan wat we op vandaag gewoon zijn. Hugonet en Imbercourt krijgen de doodstraf en de bisschop komt er na een uitspraak van een kerkelijke rechtbank van af met een gevangenisstraf. Op Witte Donderdag, 3 april van het jaar 1477, volgt de terechtstelling van het tweetal.
Naar verluidt, verschijnt Maria plots tussen de toekijkende menigte. Gekleed in het zwart met loshangende haren smeekt ze vruchteloos om genade voor haar gewezen adviseurs. Niet alleen in Gent heerst er verwarring. De verhouding tussen het vierde lid van Vlaanderen, het Vrije, met Sluis en met de stad Brugge, kan best vergeleken worden als een etterbuil, een zweer die bij het minste ontsteekt en zorgt voor twisten, ruzie en geweld.
Het Vrije had onder de Bourgondische hertogen eindelijk een plaats bemachtigd bij de goede drie steden van Vlaanderen, Brugge, Gent en Ieper. De beslissing van Maria om Brugge zijn vroegere voorrechten terug te schenken, betekent voor het Vrije een terugkeer naar zijn vroegere status en Maria heeft daarom, zonder medeweten van de Bruggelingen, nieuwe privileges moeten uitdokteren om het Vrije alsnog weer op het niveau van de drie te plaatsen.
Dit is een fragment van Boek 5 van De Kronieken van de Westhoek


