Het jaar 1328 dan maar. Diksmuide krijgt een serieuze zwiep in de nadagen van de slag van Cassel waar Zannekin en zijn Vlamingen in massa sneuvelen. Een Brugse divisie die zich tijdens de confrontatie strategisch heeft opgesteld ter hoogte van Doornik verneemt het nieuws van de nederlaag van de Vlamingen en spoedt zich naar Diksmuide om er de Fransen te beletten om verder door te stoten naar Brugge. Maar tegen het machtige leger van Charles de Valois is zoiets onbegonnen werk en zo trekken ze zich verder terug naar hun thuisbasis. De bevolking van Diksmuide krijgt achteraf een boete van 6.000 pond en de stedelingen verliezen tot overmaat van ramp ook nog hun stedelijke rechten.
Die krijgen ze in 1330 terug van graaf Lodewijk van Nevers. Er wordt een vast mannetje van de graaf als ruwaard geïnstalleerd. Zijn naam is Jacques Sac. In het Vlaams Jacobus Zak, een naam die weinig goeds voorspelt, maar dat is een subjectieve invulling van mijn kant. Sac wordt in elk geval belast met de veiligheid in de stad en met het strikt laten respecteren en doen opvolgen van de privileges. Waar de schepenen vroeger het recht kregen om twaalf raadsleden aan te stellen, wordt dat recht voortaan opgeëist door Lodewijk van Nevers zelf.
Op 29 september 1333 wordt de hele stad na een uitslaande stadsbrand in de as gelegd. Ook de kerk moet er aan geloven. ‘Vulcani Dixmuda est usta periclo’, de archieven liegen er niet om. De stad en de kerk worden in de jaren die volgen weer opgebouwd maar volgens geschiedschrijver Sanderus zal het kerkgebouw nooit meer zo prachtig worden als voordien.
In 1337 gaan de Vlamingen een alliantie aan met Engeland, de grote vijand van de Fransen. De Vlaamse graaf Lodewijk van Nevers wordt een tijdje gevangen genomen en gegijzeld. In de Westhoek zijn ze niet gelukkig met deze gang van zaken. Ze hebben in het verleden al herhaaldelijk de pot uitgelikt voor het haantjesgedrag van de Vlamingen en ze blijven verschrikt en op hun hoede voor Franse represailles. Gentenaar Jacob van Artevelde, de architect van de samenwerking met Engeland, wordt door de Raad van Vlaanderen verkozen tot algemene leider. Maar leider of niet, hij wordt weggejaagd uit Sint-Winoksbergen.
Het zorgt voor een nieuwe golf van zelfverzekerdheid bij de edelen die zich natuurlijk achter hun graaf scharen en hem oproepen om Kortrijk te verlaten en af te zakken naar Diksmuide waar een algemene noodvergadering zal gehouden worden. De officiële houding van Diksmuide is die van de adel, graafgezind en Fransgezind dus. De modale Vlaming kan in realiteit, schrik voor de Fransen of niet, Lodewijk van Nevers noch zien noch luchten. Het zorgt ervoor dat het officiële Diksmuide ongewild met een gespleten tong ageert.
Lodewijk wordt in stijl ontvangen. De inwoners laten uitschijnen dat het allemaal koek en ei is. Maar hun gedrag is een façade waar achter hypocrisie en verraad schuil gaan. Die van Diksmuide hebben in realiteit een bode naar Brugge gezonden met de mededeling dat de graaf en zijn entourage zich bij hen bevinden en dat het moment ideaal is om zich van hem meester te maken. Diksmuide biedt Lodewijk van Nevers aan op een presenteerblaadje. Een staatsgreep is in de maak.
De Bruggelingen laten het zich geen twee keer zeggen. Binnen de kortste tijd arriveren ze in Beerst, een dorp dichtbij de poorten van Diksmuide. Ze verschijnen er in het holst van de nacht en willen hun slag slaan nog voor het krieken van de nieuwe morgen. Even een moment van rust en dat zullen ze Lodewijk uit zijn bed pikken.
De graaf wordt haastig gewekt door iemand die blijkbaar beseft dat er verraad in het spel zit. De schrijver geeft me hieromtrent geen verdere informatie. Contraspionage in de middeleeuwen. Hier en daar zal er wel iemand een dubbele rol spelen. Veel tijd moet Lodewijk niet hebben als ik het zo lees. Hij laat de stadspoorten richting Woumen met geweld openbreken en slaat met enkele van zijn getrouwen halsoverkop op de vlucht. Hij heeft zich verdorie moeten haasten. Het is hem aan te zien bij zijn aankomst te St.-Omer. De graaf en zowat honderd medevluchters komen er aan in hun slaapkledij, zonder bagage en met alleen het strikt noodzakelijke bij zich.
Tijdens het tumult is hij zelfs zijn grafelijke zegelring kwijtgespeeld. Veel heeft het allemaal niet gescheeld, want op het zelfde moment dat hij zich via de Woumenpoort uit de voeten maakte, zijn de Bruggelingen via een andere poort Diksmuide binnengedrongen. Hier pakken ze nu de resterende graafgezinden op, onder hen bevinden zich de Gentse kopstukken Matthieu Vanderburg en Engelram Houweel.
Dit is een fragment uit Boek 5 van De Kronieken van de Westhoek


