Het jaar 1328 dan maar. Diksmuide krijgt een serieuze zwiep in de nadagen van de […]
Het tweede deel van de Veurnse jaarboeken Ik zoom in op het tweede deel van […]
13 juni 1489. De oorlog gaat onverdroten verder. Daniël van Praet verslaat de Vlamingen die te Beerst bij Diksmuide hun kamp houden en neemt daarbij 4 Brugse kapiteinen gevangen. Ze kunnen vrijkomen tegen een rantsoen van 970 ponden.
Er wordt een vast mannetje van de graaf als ruwaard geïnstalleerd. Zijn naam is Jacques Sac. In het Vlaams Jacobus Zak, een naam die weinig goeds voorspelt, maar dat is een subjectieve invulling van mijn kant.
Nog even en ik verlaat de jaren 1400 op zoek naar een nieuwe horizon en me goed bewust van de gevaren van een onbekende toekomst. Vooraleer de stap naar de 16de eeuw te wagen, wil ik echter absoluut nog eens terug naar het vroegere Diksmuide. In het jaar 2011 heb ik ooit een hoofdstuk geschreven over de intrigerende stichting van deze stad.
In 1488 is het voor de keizer van Duitsland welletjes geweest daar in Vlaanderen. De gevangenname van zijn zoon kan voor Frederik niet door de beugel. Hij zakt af naar de Nederlanden in het gezelschap van een groot leger met een resem keurvorsten op kop.
Tot aan de oorlog 14-18 waren de oude sluizen te Nieuwpoort aan de monding van de Ijzer veel te smal om in tijden van aanhoudende stortregens het water van Ijzer en bijriviertjes tijdig te kunnen slikken. Dikwijls in maart-april, ook al eens in september-oktober, altijd zeker in de winter bij het smelten van de sneeuw, zette de Krekelbeek geheel de vlakte onder water tussen Diksmuide, Esen, Zarren, Handzame, Werken en Vladslo; een blanke zee!
Op den 9en julius, ’s nuchtens met het opendoen van der poorte zoo kwam de mare dat Langemarck en ook geheel de plaetse mette kerke en het schoon huys van Francoys Van Houtte al afgebrand was, en dat door ’t volk van den legere, die op den viij van julius aldaer gekomen was en niemand daer vindende dan in de kerke eenige arme menschen, hebben in diversche huysen ’t vier gesteken, ja datter niet met alle, noch halle, noch huys, noch kerke gebleven was, zoo dat de arme menschen byna zouden verbrand zijn met hunne kinderen in de kerke.