Graaf Robrecht de Fries krijgt het zwaar aan de stok met de bisschop van Terwaan en wordt zelf even in de ban van de kerk geslagen. Zo gaat dat in die tijd. Maar de plooien worden gladgestreken en Robrecht trekt als teken van verzoening op bedevaart naar het Heilig Land. Bij zijn vertrek in 1085 laat hij zijn graafschap achter in de handen van zijn echtgenote Geertruide van Saksen. Ze wordt bijgestaan door haar zoon Robrecht. Moeder en zoon zullen gedurende die jaren vaak in hun slot te Veurne te vinden zijn. Na de dood van Robrecht de Fries in 1093 zal Geertruide zich trouwens definitief vestigen in Veurne.
De voorbije eeuwen zijn kloostergemeenschappen als paddenstoelen uit de grond gerezen en heerst er vooral een grote wildgroei. Dat is het geval over heel Europa. Een hervorming dringt zich op. Vanuit veel bisdommen wordt aangedrongen op een terugkeer naar de strikt christelijke waarden en contemplatieve beleving in de abdijen. Bovendien dienen de abdijen te behoren tot een strikte organisatie en kerkelijke hiërarchie.
In de bisdommen van Atrecht (Arras) en Terwaan vinden deze hervormingsgedachten een vruchtbare voedingsbodem. Bisschop Gerard van Terwaan staat bijzonder positief tegenover het ontstaan van nieuwe groeperingen in de kustvlakte van de Westhoek. Zolang die zich maar schikken naar de structuur van het bisdom. Groepen mensen voelen zich aangesproken tot het christelijk geloof en gaan zich settelen in Eversam en in Lo.
Stavele aan de Ijzer. In het gehucht Eversam staat een kapel waarrond enkele gelovigen een katholieke gemeenschap willen stichten. Of de stichting te maken heeft met een wonderbaarlijke jacht op everzwijnen, zoals de mondelinge overlevering het eeuwen ver zal doorvertellen, laten we in het midden. Ze vragen hiervoor de toestemming aan Gerard van Terwaan en krijgen toelating in het jaar 1091. De bisschop van Terwaan maakt de nieuwe kloostergemeenschap van Eversam vrij van het ‘altare’ van de parochie Haringe die onder de hoede staat van kanunnik Elbodo.
Eversam is nauw verbonden met de abdijen die het kapittel van Kassel bezitten in Vleteren en in Veurne-Ambacht. Walbertus de abt van de abdij van Kassel, staat dankzij de financiële inbreng van Robrecht II van Jeruzalem en van zijn moeder Geertruide dan ook aan de doopvont van de nieuwe abdij in de Westhoek. Eversam wordt een onafhankelijke bidplaats met eigen begrafenisrechten. Het is aanvankelijk een erg kleine gemeenschap onder leiding van ‘Thomas de Eversham’. Ze krijgt al snel de steun van de gravin-weduwe Geertruide die een koehouderij schenkt aan Eversam. Geertruide geeft Thomas van Eversam de nodige autoriteit in de kloostergemeenschap en zal hem uitnodigen op alle belangrijke evenementen van Veurne-Ambacht.
Pas in 1100 zal Thomas officieel als prior van Eversam worden geïnstalleerd. Vijftig jaar voordien werd op amper vier kilometer ten noorden, dank zij de Duitse keizer Hendrik de 3de, een andere kloostergemeenschap gesticht. We bevinden ons in Lo. In de jaren 1000 is Lo een uitstekend gelegen grafelijke villa. De heerlijkheid is eigendom van het geslacht van de graven van Vlaanderen. Het bevindt zich, dank zij de aanleg van de Oude Zeedijk van Lampernisse tot Oostduinkerke, op een eerste strook vruchtbare poldergrond in de onmiddellijke omgeving van de kustvlakte.
Haar ligging biedt Lo biedt fantastische perspectieven. Bovendien is het plaatsje via de oude zeegeul met de Ijzer verbonden zodat het ook zijn handelsactiviteiten tot zijn recht kan laten komen. Lo bezit in elk geval tol- en opstalrechten op alles wat er voorbij vaart. Het valt dan ook niet te verwonderen dat het gebied rijke en adellijke eigenaars heeft. Filip van Loo, de zoon van graaf Robrecht de Fries en de jongere broer van Robrecht II van Jeruzalem, de graaf van Vlaanderen, bezit er een ruime heerlijkheid. Hij is de bezitter van heel Lo!
Niet zo ver van zijn moeder Geertruide van Saksen die in Veurne de plak zwaait. In 1093 schenkt Filip van Loo belangrijke percelen grond met alle rechten erop en eraan aan de kanunniken van de Sint-Pieterskerk in Lo. Zijn broer Robrecht II en zijn vader Robrecht de Fries zijn allebei bij de schenking betrokken. Ze kopen er hun zielheil mee en de kerk vaart er wel bij. Als Johannes, de kersverse bisschop van Terwaan, zich in 1100 zal aanbieden in Lo, treft hij er een reguliere kloostergemeenschap aan. Johannes schrijft neer dat de kanunniken van Lo gedreven zijn door het vrome verlangen om een ‘pauper vita pro Christi amore’ te leiden.
In 1095 breekt de plaag van de kruistochten definitief door! De jonge graaf Robrecht de tweede en zowat de hele Vlaamse en Europese adel zijn gebiologeerd om de Christenen in Jeruzalem te gaan bevrijden van het ongelovige Sarazeense juk dat ze in het Heilig Land ondervinden. Een grootschalige gewapende kruistocht dringt zich op. Het zal de eerste van vele raids worden, maar in die glazen bol kan niemand op dit moment kijken.
De hele hofhouding rond moeder Geertruide van Saksen helpt mee om de burgers van Veurne-Ambacht warm te maken om mee te trekken op kruistocht. Ze organiseert op 5 oktober 1095 een algemene biddag in de kerk van Sint-Walburga. Tijdens de ceremonie zijn onder andere de aartsdiaken van Terwaan, Arnulf, Heribertus de proost van Veurne, Bertoldus de proost van Waten, Godebertus de proost van Lo en Thomas de (toekomstige) proost van de abdij van Eversam aanwezig.
Dit is een fragment uit Boek 1 van De Kronieken van de Westhoek


