We komen eindelijk aan de lente. Ooit benoemd als ‘Rhed-monat’ toegewijd aan de godin Rheda. Of als ‘lentemaand’ of ‘Thormaand’ aan de god Thor. Ik wil er het fijne van weten.
We komen eindelijk aan de lente. Ooit benoemd als ‘Rhed-monat’ toegewijd aan de godin Rheda. Of als ‘lentemaand’ of ‘Thormaand’ aan de god Thor. Ik wil er het fijne van weten. Eerst die madam Rheda of Reda. In het noorden eveneens ‘Reid’ van het werkwoord ‘rijden’. Interessant. Rheda was de wagengod met de bijnaam ‘Reidityr’ en die kan men het best vergelijken met het rollen van de donder wanneer Rheda zenuwachtig werd. Rheda is de godin van het geluk en staat verzinnebeeld door een wiel. In Duitsland zeggen ze een ‘Fahrrad’ als ze het hebben over een fiets. De schrijver beweert dat Rheda als ‘reta’ voorkomt in de naam van ‘Margaretha’ of ‘Marguerite’ en dat dit gebruik anno 1844 nog altijd in gebruik is in het Brusselse.
Na het controleren van de etymologische achtergrond heb ik het evenwel moeilijk om dit te geloven. Dat woord Reda blijft me echter intrigeren. Een wiel, een rad. Pubers van het platteland die wilden weten met wie ze binnenkort zouden trouwen riepen op de vooravond van de maand maart de formule ‘Red, red, breng raad, raad!’ Het kan er op wijzen dat maart oorspronkelijk omschreven werd als de ‘redmaand’.
Plaatsnamen in België en Duitsland verraden het belang van ‘red’ in het verleden. Rethgart in Luxemburg, Rethen en ik denk spontaan aan ‘Breda’. De rijmkroniek ‘Appenzeil’ geeft aan dat ‘Redimonat’ in Zwitserland het synoniem was van februari. De benaming ‘Thormaand’ is voldoende terug te vinden in het grijze verleden van Nederland, maar volgens de regio hier (en in Denemarken) wordt daarin vaak verwezen naar zowel januari, februari als maart.
Maria-Boodschap
De terugkeer van de equinox, wanneer de zon loodrecht boven de evenaar staat betekent meteen het startsein van de lente en van een reeks feesten. Vaak vermengen die zich met de festiviteiten van Eostur, de terugkeer van de goden van het licht die het eindelijk hebben gehaald op de goden van de duisternis. Drym, de reus van de winter werd symbolisch en processiegewijs naar de rivier gebracht en op een vlot geplaatst om weg te drijven met het stromende water. Die processie had de naam ‘ommegang’.
De bloemenmeisjes liepen in het rond en kondigden de lente aan. Dat oude gebruik is blijven bestaan in alle Germaanse landen, ik heb het nu wel over 1844. Natuurlijk in de loop van de eeuwen weer eens ferm geïdealiseerd door de katholieke kerk die er op 25 maart de verschijning van de engel aan de heilige maagd heeft van gefantaseerd. Mijn notie van die bullshit is eerder beperkt dus moet ik even op Google op zoek naar de juiste naam die ‘Maria Boodschap’ blijkt te zijn. Waarbij de engel haar toespreekt met de woorden ‘ik groet u Maria!’ Ja ja, het enige dat me intrigeert is de wetenschap of het al dan niet om een grote of een kleine boodschap ging.
De Trevieren uit de buurt van Trier begonnen hun jaar op 25 maart. En ook in Luxemburg blijkt ‘Maria Boodschap’ toch wel een grote rol te hebben gespeeld. Nieuwjaar en de ‘Boodschap’ vielen er ook al op dezelfde datum. Het was pas in 1576 wanneer dat oud gebruik definitief afgeschaft werd. Bij de ommegangen volgde er altijd een zonderlinge figuur de processie, altijd op respectabele afstand. Een soort geketende gevangene, een demon die de winter uitbeeldde en de naam van ‘igel’, ‘ikel’ of ‘icel’ met zich meedroeg.
Naar verluidt zou deze geketende figuur – de duivel – nog meegegaan zijn tijdens de O.L.-Vrouwprocessies in Brugge rond het jaar 1800. En ook in het Aalst van 1576 was dat het geval. De schrijver vraagt zich af of de namen ‘ikel’ en ‘icel’ afstammen van Wodan, maar hij blijft het antwoord schuldig. Ikzelf ben eerder gefascineerd door het woord ‘icel’ waar ik onmiddellijk het woord ‘ice’ in ontdek, iets waar schrijver Coreman helemaal overheen ziet. Bizar dat hij dit niet opmerkt.
Ik besluit om toch eens die etymologie van ‘ice’ op te zoeken. Het woord is afkomstig van het eerste Germaans maar niemand die de link legt naar de winterse duivel ‘icel’. Dus zijn er twee mogelijkheden: ofwel komen ‘eis’ en ‘ice’ van ‘Icel’ ofwel werd ‘Icel’ gevormd op basis van ‘ice’ en ‘ijs’. Het is me wel overduidelijk dat ze een identieke betekenis hebben.
–
Uit deel 7 van ‘De Kronieken van de Westhoek’


