We komen eindelijk aan de lente. Ooit benoemd als ‘Rhed-monat’ toegewijd aan de godin Rheda. […]
Met de eindejaarsperiode in zicht moest ik plots denken aan de lotdagen die ons volgens […]
Lukken waren vroeger alleen gekend in West-Vlaanderen en Frans-Vlaanderen. Daarbuiten was dit een ongekend product. Door uitwijking van West-Vlamingen en vooral nu door de gekende lukken van Lo zijn de grenzen verschoven en kennen de fijnproevers deze nieuwjaarslekkernij.
2 januari 1915, zaterdag. – Nog al veel geschut in de nacht. Bommen voort rond de vijver en rond de Krommen Elst. Daar wordt de bakkerij ingeslagen en andere huizen zeer beschadigd. Het Duitse kanon is vandaag zeer geweldig.
Het ware leugenachtig mijn stadsgenoten van vóór de eerste wereldoorlog met alle deugden Gods te overladen of hen van alle zonden vrij te pleiten. Het tegendeel zou nog onrechtvaardiger zijn. Hun verdiensten wogen ruimschoots op tegen hun onhebbelijkheden.
We komen eindelijk aan de lente. Ooit benoemd als ‘Rhed-monat’ toegewijd aan de godin Rheda. Of als ‘lentemaand’ of ‘Thormaand’ aan de god Thor. Ik wil er het fijne van weten.
De twaalf lotdagen zijn in het volksgebruik van verre en dichtbij bekend. Soms rekent men op de twaalf dagen vóór kerstdag: dit zijn de ‘jours compteurs’ in Frankrijk; dan weer op de twaalf dagen tussen kerstdag en dertiendag: dit zijn de ‘Zwölften of Losetage’ in Duitsland, de ‘jours des lots’ in Frankrijk.