banner
mrt 4, 2025
146 Views
Reacties uitgeschakeld voor Maria Boodschap

Maria Boodschap

Written by
banner

We komen eindelijk aan de lente. Ooit benoemd als ‘Rhed-monat’ toegewijd aan de godin Rheda. Of als ‘lentemaand’ of ‘Thormaand’ aan de god Thor. Ik wil er het fijne van weten. Eerst die madam Rheda of Reda. In het noorden eveneens ‘Reid’ van het werkwoord ‘rijden’. Interessant. Rheda was de wagengod met de bijnaam ‘Reidityr’ en die kan men het best vergelijken met het rollen van de donder wanneer Rheda zenuwachtig werd. Rheda is de godin van het geluk en staat verzinnebeeld door een wiel. In Duitsland zeggen ze een ‘Fahrrad’ als ze het hebben over een fiets. De schrijver beweert dat Rheda als ‘reta’ voorkomt in de naam van ‘Margaretha’ of ‘Marguerite’ en dat dit gebruik anno 1844 nog altijd in gebruik is in het Brusselse. Na het controleren van de etymologische achtergrond heb ik het evenwel moeilijk om dit te geloven.

Dat woord Reda blijft me echter intrigeren. Een wiel, een rad. Pubers van het platteland die wilden weten met wie ze binnenkort zouden trouwen riepen op de vooravond van de maand maart de formule ‘Red, red, breng raad, raad!’ Het kan er op wijzen dat maart oorspronkelijk omschreven werd als de ‘redmaand’. Plaatsnamen in België en Duitsland verraden het belang van ‘red’ in het verleden. Rethgart in Luxemburg, Rethen en ik denk spontaan aan ‘Breda’. De rijmkroniek ‘Appenzeil’ geeft aan dat ‘Redimonat’ in Zwitserland het synoniem was van februari. De benaming ‘Thormaand’ is voldoende terug te vinden in het grijze verleden van Nederland, maar volgens de regio hier (en in Denemarken) wordt daarin vaak verwezen naar zowel januari, februari als maart.

De terugkeer van de equinox, wanneer de zon loodrecht boven de evenaar staat betekent meteen het startsein van de lente en van een reeks feesten. Vaak vermengen die zich met de festiviteiten van Eostur, de terugkeer van de goden van het licht die het eindelijk hebben gehaald op de goden van de duisternis. Drym, de reus van de winter werd symbolisch en processiegewijs naar de rivier gebracht en op een vlot geplaatst om weg te drijven met het stromende water. Die processie had de naam ‘ommegang’.

De bloemenmeisjes liepen in het rond en kondigden de lente aan. Dat oude gebruik is blijven bestaan in alle Germaanse landen, ik heb het nu wel over 1844. Natuurlijk in de loop van de eeuwen weer eens ferm geïdealiseerd door de katholieke kerk die er op 25 maart de verschijning van de engel aan de heilige maagd heeft van gefantaseerd. Mijn notie van die bullshit is eerder beperkt dus moet ik even op Google op zoek naar de juiste naam die ‘Maria Boodschap’ blijkt te zijn. Waarbij de engel haar toespreekt met de woorden ‘ik groet u Maria!’ Ja ja, het enige dat me intrigeert is de wetenschap of het al dan niet om een grote of een kleine boodschap ging. De Trevieren uit de buurt van Trier begonnen hun jaar op 25 maart.

En ook in Luxemburg blijkt ‘Maria Boodschap’ toch wel een grote rol te hebben gespeeld. Nieuwjaar en de ‘Boodschap’ vielen er ook al op dezelfde datum. Het was pas in 1576 wanneer dat oud gebruik definitief afgeschaft werd. Bij de ommegangen volgde er altijd een zonderlinge figuur de processie, altijd op respectabele afstand. Een soort geketende gevangene, een demon die de winter uitbeeldde en de naam van ‘igel’, ‘ikel’ of ‘icel’ met zich meedroeg. Naar verluidt zou deze geketende figuur – de duivel – nog meegegaan zijn tijdens de O.L.-Vrouwprocessies in Brugge rond het jaar 1800. En ook in het Aalst van 1576 was dat het geval. De schrijver vraagt zich af of de namen ‘ikel’ en ‘icel’ afstammen van Wodan, maar hij blijft het antwoord schuldig.

Ikzelf ben eerder gefascineerd door het woord ‘icel’ waar ik onmiddellijk het woord ‘ice’ in ontdek, iets waar schrijver Coreman helemaal overheen ziet. Bizar dat hij dit niet opmerkt. Ik besluit om toch eens die etymologie van ‘ice’ op te zoeken. Het woord is afkomstig van het eerste Germaans maar niemand die de link legt naar de winterse duivel ‘icel’. Dus zijn er twee mogelijkheden: ofwel komen ‘eis’ en ‘ice’ van ‘Icel’ ofwel werd ‘Icel’ gevormd op basis van ‘ice’ en ‘ijs’. Het is me wel overduidelijk dat ze een identieke betekenis hebben.

Geschiedschrijver Goerres komt in 1796 af met nog een variante op ‘Maria Boodschap’. Hij heeft het over ‘Onze-Lieve-Vrouwe-Beklijving’, een dag waarbij het zaad blijkbaar goed aanslaat want als je in verwachting wil geraken dan biedt de copulatie van 25 maart de meeste kansen daartoe. Enkele Latijnse teksten hebben het over Maria die de maand maart ‘verjaagt’. Karel de Grote weerhoudt in elk geval rond het jaar 800 de naam ‘Lenzinmonath’ of ‘lentemaand’. De komst van de zwaluwen en de ooievaars gaf ook aanleiding voor uitingen van vreugde.

Het ‘zwaluwen blazen’ was in meerdere steden een job voor de torenwachters. En als ze zwaluwen opmerkten dan dienden ze de hoorn te blazen zodat de stedelingen het goede nieuws konden vernemen. In de noordelijke provincies werd de komst van de ooievaars gevierd. De brave ooievaars die op vandaag nog altijd de baby’tjes brengen voor de jonge mama’s. Zwaluwen en ooievaars werden bekeken als zielvogels, gewijde vogels die zielen met zich meedroegen. Hun nesten brachten geluk aan de inwoners van het huis. Wie deze nesten verwijderde pleegde zeker een misdaad. April. ‘Iostur’ of ‘Eostermonath’, ‘Odinsmonat’, ‘Fahrmonath’ (maand om te varen), ‘Wodansmaand’, ‘Grasmaand’, ‘Kalfmaand’ of ‘Eieremaand’.

Wat een variatie. Bij onze voorouders vooral bekend als ‘Eostur’ en later vereenzelvigd als zijnde Pasen. Het Duits voor Pasen; ‘Ostern’ maakt dat zo duidelijk als wat. ‘Eostur’ is zonder twijfel het grootste feest van het jaar. Nog belangrijker dan kerstdag. Overal gaan er schitterende ommegangen rond om de definitieve zege van het licht op de duisternis te vieren. De overwinning wordt opgedragen aan de goden die de zege op hun beurt schenken aan de zoon van Diudiska, een soort verzamelnaam voor de Duitsers die ijveren voor de goede principes. De overwinning wordt zo via de goden opgedragen aan het Duitse volk.

De naam ‘Diudiska’ nodigt me uit om dieper te graven in deze hoogst interessante materie. Hier zijn de woorden ‘Dutch’ en ‘Deutsch’ terug te vinden. Broer en zus met dezelfde betekenis: mensen, bevolking. Tijdens het leven van Karel de Grote wordt de taal van de lage landen aan de zee omschreven als ‘Diutiek’, ‘Diutiek’, ‘Thiudisk’, ‘Ditesc’, ‘Duuysc’ die nog altijd verwijzen naar hun roots: mensen. In het Saksisch betekent ‘Thiudisc’ dat iets toebehoort aan de mensen. Diezelfde Karel de Grote zal op het einde van de 8ste eeuw zijn eengemaakte Frankenrijk trouwens indelen in ‘Theodisk’ (de Germaans sprekende inwoners) en de ‘Walhisk’ (de Romaans sprekende inwoners). Ik weet meteen ook waar de naam van de Walen vandaan komt.

Rond het jaar 1000 zal het woord ‘Theodisk’ verder transformeren tot termen als ‘Diudisc’, ‘Diutisch’, ‘Diets’, ‘Didisch’ en later natuurlijk ‘Duits’. De Vlamingen, de Hollanders en de Holsteiners begonnen aan hun nieuwe jaar met ‘Eostur’ en later met ‘Pasen’ en niet met Nieuwjaar of 1 januari. Die kalender is blijven bestaan tot op het einde van de 16de eeuw wanneer alle landen van het Spaanse katholieke rijk overstapten naar de nieuwe Gregoriaanse kalender. 14 april was een dag van opoffering, sacrificie en ook die dag staat op de lijst van de lotdagen.

Op de lotdag van de 23ste april, het ‘Koekoekfeest’, gebeurde er een mysterieus offer en op die dag voorspelde een koekoek de toekomst. Karel de Grote, weer hij, behield de oude naam van ‘Eostermonath. ‘Oostermaand’ en ‘Paasmaand’ die ondertussen al lang uit gebruik zijn geraakt. In de 17de eeuw werd ‘Grasmaand’ bekend en die zal het op lange termijn ook blijven trekken.

Dit is een fragment uit Boek 7 van De Kronieken van de Westhoek

Article Categories:
fragment uit deel 7
banner
http://www.dekroniekenvandewesthoek.be

Vlaamse geschiedenis zoals je die nog nooit beleefd hebt!

Comments are closed.