Boudewijn V is dertien jaar in het jaar 1027. Volgens zijn vader hoog tijd om een deel van het bestuur over te nemen. Maar hij moet eerst nog trouwen. Om zijn geslacht nog beter aan Frankrijk vast te hechten ziet hij een ideale schoondochter in Adela, de dochter van de Franse koning Robert II. Die is vijf jaar ouder dan zijn zoon maar dat kan geen probleem vormen. Het is een voorstel dat koning Robert zich geen twee keer laat vragen. De Fransman heeft een hoge dunk van zijn vazal Boudewijn en kan altijd op hem rekenen.
Hoeveel keer heeft hij al vijanden afgeslagen van zijn kusten? Dat huwelijk is een schitterend idee. Nog in datzelfde jaar 1027 trouwen Boudewijn V en Adela. De huwelijksplechtigheid gaat door in Amiens. Het graafschap in handen geven van een dertienjarige puber blijkt helaas niet de slimste zet geweest te zijn. De jonge graaf kan de luxe niet dragen, stelt zich hoogmoedig op en loopt met een nest profiteurs achter zijn gat die hem van alles laten doen uitgezonderd fatsoenlijk regeren. Ondertussen probeert zijn vader her en der in Vlaanderen de kerk in het midden te houden.
Iets wat dan weer niet op enige sympathie van zoonlief kan rekenen. Het enige wat de lichtzinnige fils à papa wil is heersen en om dat doel te bereiken koopt hij de voornaamste edellieden om en trekt hij hun krijgsvolk aan om ook militair een eigen positie te verwerven. In 1028 neemt hij al dan niet opgestookt door vrouwlief Adela de wapens op tegen zijn vader en verplicht hij hem om zijn eigen land achter te laten.
De ongelukkige graaf zoekt soelaas bij Robert, de hertog van Normandië die eerst twijfelt wat hij met deze situatie moet aanvangen. Maar een zoon die zijn vader verjaagt is toch wel duidelijk een brug te ver en dus kan hij moeilijk anders dan hem de gevraagde bijstand toe te staan. Robert vertrekt zelf met een groot leger naar Vlaanderen. Zijn motieven blijken helemaal niet vervuld van sympathie voor Boudewijn IV maar vooral ingegeven door eigenbelang. Wie weet kan hij zo de hand leggen op de Vlaamse gebieden?
Die opportunistische gedachten zijn vooral te zien aan zijn mannen die een bloedig spoor van geweld en vernielingen achterlaten tijdens hun raid door Vlaanderen. De ene sterkte na de andere moet er aan geloven en nadat ook het kasteel bij Bethune door de vlammen in de as gelegd is begint het bij de Vlaamse edelen te dagen dat ze wel eens zelf de dupe kunnen worden van hun steun aan deze jonge prins. Om hun eigendommen te vrijwaren droppen ze de onnozele puber nu plots als een steen en kiezen ze resoluut de zijde van zijn vader.
Wie niet volgt kan moeilijk anders dan zich over te geven aan deze graaf Robert van Normandië. Youngster Boudewijn V beseft dat hij te ver gegaan is en probeert zich via deze Robert weer met zijn vader te verzoenen. Om een lang verhaal kort te houden gaat die maar al te graag in op de vraag van zijn zoon. Veel krokodillentranen en ‘papa-ik-zal-het-nooit-meer-doens’ zorgen volgens de chroniqueurs voor een vriendelijke omhelzing en de vredeskus tussen beiden. De Normandiërs laten daarop Vlaanderen achter zich.
In 1030 vernieuwen de Boudewijns hun onderling verbond tijdens een algemene staatsvergadering die doorgaat in Oudenaarde. De hele geestelijke en wereldlijke elite is er getuige van hoe de finale verzoening tot stand komt. Vlaanderen moet nu dringend in zijn vroegere toestand en bestuur hersteld worden. En om het pact tussen de senior en de junior te bekrachtigen betrekken ze er de relieken van maar liefst vijftien predikers bij. Nog in datzelfde jaar laat de oude graaf de Walburgakerk van Veurne bouwen en verliest hij zijn echtgenote Ogina. Ze krijgt haar laatste rustplaats in de Gentse Sint-Pietersabdij.
30 mei 1036. Boudewijn met zijn schone baard overlijdt na een regering van 48 jaar. Zijn zoon volgt hem nu definitief op. Boudewijn V, bijgenaamd ‘van Rijsel’ of ‘de Goedertieren’ is dan 22 jaar en al lang niet meer die betweterige adolescent van enkele jaren geleden. Hij komt nu over als een bekwame vorst die niet langer de rust van het land wil opofferen aan zijn eigen nukken. De geschiedschrijvers zijn best mild wanneer ze rapporteren over de nieuwe graaf. De monniken van Sint-Baafs in Gent kunnen nog in 1036 rekenen op een milde gift van de graaf.
In 1045 helpt Boudewijn de hertog van Holland om Friesland te veroveren. Twee jaar later mogen de Vlaamse mannen nog maar een keer de wapens opnemen. Dat gebeurt in het kader van een strijd om de opvolging van het buurland Lotharingen. De grote herrie vindt zijn oorsprong in allerhande Duitse tribulaties. Ze lijken een ver-van-mijn-bed-show maar in realiteit zullen deze toestanden grote verwikkelingen veroorzaken voor Vlaanderen zelf. Ik zie me dus verplicht om er dieper op in te gaan en mijn lezers te helpen om één en ander beter te begrijpen.
In 1047 volgt Godfried zijn vader op in het bestuur van Lotharingen. Dat terwijl de Duitse keizer Hendrik III deze afspraak achter zijn rug veranderd heeft en Vlaanderens buurland toezegde aan Godfrieds broer Gothilo. En dat zorgt natuurlijk voor een oorlog tussen beiden. Godfried komt dus openlijk in opstand tegen de keizer en bereidt zich voor op een oorlog om zijn broer van het hertogdom te beroven. Zijn plannen lopen echter niet zoals voorzien. Als Godfried plots alleen komt te staan kan hij niet veel anders dan om genade te gaan smeken bij Hendrik III.
De vergramde keizer kent niet al te veel medelijden. Hij officialiseert de status van Gothilo terwijl Godfried zijn eigen zoon moet achterlaten onder de hoede van Hendrik. Alsof de duivel ermee gemoeid is sterven Gothilo en die zoon van Godfried allebei in 1048. De keizer schenkt het hertogdom nu aan Albrecht van de Elzas. Godfried is in alle staten en moet zich nu niet langer inhouden uit angst voor de veiligheid van zijn zoon. De keizer miskent zijn erfrecht en dat mogen alle leenheren in Lotharingen duidelijk weten.
Daardoor wikkelt hij de voornaamsten onder hen in een opstand tegen deze beslissing. Ook Boudewijn V van Vlaanderen gaat achter Godfried staan. Ik leer ondertussen dat onze graaf ‘oorlogszuchtig is en een dappere vorst’ en dat hij beschikt over een grote heerkracht. Ook Dirk, de graaf van Holland sluit zich aan bij het verbond van Boudewijn en Godfried. Herman van Bergen belooft dat aanvankelijk ook maar zijn vrouw Richilde, de wettelijke troonopvolgster van Henegouwen fluit hem terug.
De voorwendselen van de graaf van Vlaanderen om dit onrecht voor Godfried ongedaan te maken zijn meer dan vals. Het enige wat de Vlaming interesseert zijn extra gebieden te pikken van Lotharingen. Godfried is nog volop bezig met de opbouw van zijn leger als Vlaamse benden de Henegouwse graafschappen van Ename en Aalst binnenvallen. Boudewijn wreekt zich zo op de woordbreuk van Herman en Richilde. Zijn manschappen breken het voor Vlaanderen bedreigende slot van Ename tot op de grond af zodat het land vanuit die hoek geen verdere aanvallen meer moet riskeren.
De graaf maakt zich meteen meester van heel het gebied tussen de Schelde en de Dender. Boudewijn laat het daar niet bij. Dit moet het momentum zijn om een ander slot te veroveren, een plek die nog veel belangrijker is dan het slot van Ename. De focus ligt nu natuurlijk op de keizerlijke burcht van Gent. Zolang die in vreemde handen is van de allergevaarlijkste vijand van Vlaanderen blijft deze burcht een reële bedreiging voor zijn eigen land. In de Gentse vesting zit een sterk Duits garnizoen dat de controle uitoefent op het Land van Waas.
De Vlamingen slaan hun kamp op rond de vesting en beginnen aan een belegering met het doel om de Duitsers zonder eten en drinken te zetten. Een belegering met geweld zou immers te veel doden vergen bij eigen volk. De blokkade sleept eindeloos lang aan waardoor graaf Boudewijn begint te twijfelen aan de zin ervan. Hij denkt er al aan om zijn kamp op te breken als een van zijn edellieden, een zekere Lambert informatie krijgt dat er binnenin de burcht grote hongersnood heerst.
Die Lambert moet zeker geen gewone zijn, hij stapt naar Boudewijn met een verrassend voorstel dat hij er persoonlijk voor zal zorgen dat Gent in zijn handen valt op voorwaarde dat hij en zijn nakomelingen voortaan mogen rekenen om erfelijk kastelein te worden ervan. Boudewijn moet hem vreemd aankijken en keurt zijn voorstel lachend goed. Wat heeft hij te verliezen? Daarop vertrekt Lambert met enkele trompetters, eist de overgave van de Duitsers en neemt warempel de burcht zonder slag of stoot in. Toch wel een speciale anekdote uit de geschiedenis van Gent.
Dit is een fragment uit Boek 9 van De Kronieken van de Westhoek


