10 augustus 1792. Het noodklok roept het volk op om definitief af te rekenen met […]
1620. De twee Moeren die tussen de steden van Veurne en Sint-Winoxbergen naast elkaar liggen zijn al sinds eeuwen ver in de tijd twee reusachtige waterpoelen geweest, gevuld met stilstaand water die op sommige plaatsen een diepte heeft van 1,5m tot 2m.
De winter van 1598-1599 is uitzonderlijk streng. Het vriest zo erg dat dit nog nooit in mensenheugenis gezien is. Men kan met paarden en wagens over het ijs van de vaarten rijden.
‘De Oostendse bezetters bleven de hele tijd doorgaan met hun strooptochten op het platteland. Ze voerden op 18 juli 1589 een algemene plundering uit door zowat het hele Brugse Vrije. Hun vermetelheid groeide na elke geslaagde uitval.
Het aangenaam lentegevoel van maart is omgeslagen in een zeiknatte bedoening. Het vochtig weer brengt ook geen al te leuke voordelen voor de belegerden. Binnen Oostende staan verschillende plaatsen onder water en de soldaten vinden haast geen plekken om droog te blijven.
Jan, heer van Dadizele, was geboren in 1432. Als hij 9 jaar oud was, verloor hij zijn vader en werd aan de schoolmeester Jan Pochon toevertrouwd, met wie hij vier jaar te Rijsel en twee jaar te Atrecht woonde.