En dan de saga van de Vlaamse lakenindustrie De commerciële en nautische evolutie zorgt voor […]
In de uiterste oosthoek van de gemeente Stavele, langs de weg Stavele-Elzendamme; tussen de IJzer en de Poperingevaart; bezuiden de rijksweg Ieper-Veurne, staat een grote mooie hofstede. De eigenaar ervan is de heer Vrederechter Arthur Lahaye, de bewoner en uitbater is de heer Valere Quaghebeur, schepen van de gemeente. Die hofstede wordt in aller mond ‘Eversam’ genoemd. Het is alleen die naam en een deeltje van de hoevegebouwen die ons nog wijzen op het vermaarde klooster dat er eertijds stond en heerlijk bloeide.
Het concern bezit een eigen rechtspraak. Zowel de hoge als de lage justitie. Er is sprake van een baljuw, 7 schepenen, een griffier en een amman. Er worden tienden geheven over 15 parochies. De mensen van Zonnebeke, Beselare en Geluveld mogen gerust onderdanen genoemd worden van de ‘Nonnenbossen’. Naast het heffen van tienden binnen de grenzen van het kapittel van Zonnebeke heeft het klooster zowat 150 hectare in volle eigendom.
Zoutcote, de zoutkant, later bekend geworden als Zuydcoote, moet al bestaan. In het jaar 121 wordt hier al het christelijk geloof gepredikt. Mardick, de haven en de Romeinse nederzetting. De golf van Itius die de vloot van Caesar herbergt en waarvan de Aa zowat het ultieme overblijfsel van is.
Naadloos en eigenlijk ongewild komen we terecht bij de naam van Veurne. Vier jaar later wel te verstaan. Zo lang is het geleden dat ik me onderdompelde in het eerste deel van zijn oude jaarboeken. Hoewel Veurne natuurlijk ook vrouwelijk kan zijn. Maar dit heeft nu niet echt belang. Enkele weken geleden, eind 2013, kreeg ik een mail van een geschiedenisfanaat die zich afvroeg of ik enig idee had waar de naam ‘Veurne’ vandaan kwam. Nee. Eigenlijk niet. En dat ergert me meer dan ik kan vermoeden. Veurne verdorie. Waar kom jij vandaan?
Boitshoucke, voormaels afhankelyk van de Noordvierschare van Veurne, is een klein dorp, gelegen in Veurnambacht, tusschen Pervyse en Nieupoort.
Met al die willekeur en die afpersmentaliteit is het niet moeilijk dat de moraliteit terugloopt in Ieper. De ‘God ziet u’ bordjes bestaan nog niet en de priesters hebben wel andere interesses dan de geestelijke integriteit van hun onderdanen. Er is amper sprake van nieuwe acquisities tijdens het bewind van abt Pierre. Het zijn blijkbaar moeilijke tijden voor het klooster. De Rubrum registers maken melding van een aankoop in januari 1247. Walter, de abt van Grimbergen, verkoopt aan de Ieperse proosdij alle eigendommen die zijn abdij bezit binnen de stadsmuren van Ieper. Het betreft opbrengsten van meer dan 9 pond afkomstig van verscheidene huizen in de stad en blijkbaar ook deels op de lakenhalle.
Het wordt een hard en bloedig gevecht daar op de markt van Veurne. Hoe het zal aflopen lijkt even minder duidelijk, maar diegenen die Ysengrim hebben gevolgd worden tenslotte overmand. Velen sneuvelen. De rest neemt lafhartig de vlucht en dat terwijl hun leider in groot gevaar verkeert. Ysengrim blijft zich dapper verweren maar de overmacht is te groot en hij valt dodelijk gewond neer op de grond. De overwinning is binnen voor de heer van Wulveringem die zich onmiddellijk naar de gevangenis van de burcht begeeft en er Ryckaert of Rijckewaert Blauvoet en de andere gevangenen vrijlaat.
De Dampierres zijn definitief door de mand gevallen Hoe kan je de toestand in Vlaanderen […]