Willen appels trekken van ê pèreloare (het onmogelijke willen)
E goe verstoander hèt genoeg an’en’olf woord.
En ne n’is te leeg dat’en ze voeten van de grond heft
Het was een Franssprekende priester die op zekere dag de pastoor van Mannekensvere verving en preekte over de schepping van de wereld, de historie van de Paradise (het aards paradijs) en Adam en Eva. Dit is wat hij vertelde.
Met de draai en de gang en de mode van onze vrouwenhoedjes ben ik weinig bekend. En ik spreek er enkel van als iemand die, hetzij in de feestzalen, hetzij langs de straten, hetzij ja, zelfs in de kerk, willens gedwongen is te kijken naar die blinkende, blekkende overvloed van appels en peren, krieken en pruimen, eiers en beiers, kruiden en bloemen, ranken en bramen, lintjes en strikjes, zijde en pane, kant en tuil, hooi en strooi en wat weet ik al!