In de middeleeuwen waren alle binnen het Roeselaarse schependom geboren poorterskinderen van nature ‘poorters’ of burgers van de ‘poort’ of ‘stad’ Roeselare: ‘alle kinderen van poorters ofte poorterssen der voornomde stede zoo wel ghetraude als bastaerde syn gehouden voor poorters’.
Wat er ook van zij; in 1434 behoorde heerlijkheid van Elverdinge-Vlamertinge goed en wel aan Filips de Goede, graaf van Vlaanderen. In mei 1435 schonk hij het gebied aan zijn onwettige zoon Cornelius van Bourgondië voor de duur van zijn leven.