‘De vrouwen hebben de naam, de mannen de daad’. Met zo’n dooddoener tracht menig vrouwelijk […]
We kennen nog allen de sprookjes uit onze kinderjaren waarin dieren handelend optreden en vertrouwelijk met de mensen omgaan.
Er komt daar een vrouwe bij den apotheker, en zegt ze: ‘apotheker, ne kilo arseniek voor mijne vent.’ – ‘Arseniek’, zegt den apotheker, ‘maar jong toch! En dan nog voor joene vent!’