Men ziet hier dat de gewoonte van het smijten der katten, veel ouder is als de instelling der jaarmarkten, en dat zij reeds in zwang was lange tijd voor dat de koophandel die eerst bij ruil gebeurde, te Ieper was ingevoerd: het is dan ongegrond te beweren, gelijk het ook meer dan eenmaal gebeurd is, dat de gewoonte tot stand gebracht is geweest om aldaar meer volk aan te trekken, en er hierdoor de handel meer te doen bloeien.