Mensen die al alles weten, leren nieten.
Water smaakt beter o’j moet betalen ervoor
Ge moe leven binst da’j kunt.
Vertrouwt nooit etwie die stomder is dan joen.
Twee katten aan een’ muis,
Twee vrouwen in een huis;
Twee honden aan een been,
Komen zelden overeen.
De soldaat neme bij zijn vertrek met zich weinig geld en een kleine hoeveelheid kleren. Hij voorziet zich van een goed hang- of maalslot, gorde zich met het scapulier van Onze Lieve Vrouw, neme op zich een klein gebedenboek en een paternoster.
Ge moet ossan eerlijk zijn, zelve o’j ‘t nie meent.
Nu en toen moe’j e kee stoppen om te peinzen. Moar je meugt nie vergeten van toen weer aan te zetten.
Iedereen heeft recht op mijn meeninge.
Ge meugt nooit togen an joen compjoeter da’j gepresseerd zijt.