De herberg is de grote school van het zedenbederf. Het is daar dat de jongeling, die nauwelijks de schoolbanken verlaten heeft, het eerst en het meeste slechte klap hoort, het is daar dat hij de lichte vrouwspersonen tegenkomt die hem zijn eerlijke schaamte doen verliezen.
Ik heb daar eens over geprakkezeerd en mij dunkt het dat een mens voor niets meer redenen vindt dan om te drinken. Waarvoor drinkt men zoal?
Wie denkt hier niet aan al ons overvloedig schinken en drinken. België is ’t land van belofte voor de heilige drankhandel.
De drankzucht ligt aan de basis van menig Veurns gezegde, maar wie niet eenmaal in zijn leven dronken is geweest, werpe de eerste steen.
Men zal zich nog herinneren de schrikkelijke misdaad, gepleegd op de avond van 14 januari, langs de steenweg van Geluwe naar Dadizele, op Delrue, werkman in de gaz te Menen. Deze voorbeeldige werkman, vader van zeven kinders, werd op weg naar zijn huis, rond 7 uur ’s avonds, verraderlijk aangevallen en ’s anderendaags dood gevonden in de sneeuw
Zijn eigenlijke naam was Sissen Voorde; hij kwam ter wereld op Passendale, binst een gruwelijke dondervlaag en hij kreeg al wijwater van eer hij gedoopt werd, wijl ’t kraakte buiten, dat het daverde. – Louize, zei Warden Voorde aan z’n wijf, we zullen ’t nooit vergeten, dat we vandaag onzen kadet indeden.