De winter van 1792 nadert. De weilanden langs de Ijzer staan gewoontegetrouw onder water. De […]
Een andere heikele kwestie in de Franse tijd is natuurlijk die van de loting en […]
Dinsdagmorgen, rond 6u30, verliet Albert Ligneel, konijnenkoopman zijn woning op Merkem dorpsplaats en hij reed […]
Een waanzinnige schiet op de menigte Maandagavond om 19u50, na de aankomst in de statie […]
Woensdag, 1 juli om 7 uren ’s morgens, heeft Karel-Lodewijk Kastelyn, te Ieper, de schelmstukken geboet voor dewelke hij door het assisenhof van West-Vlaanderen was ter dood veroordeeld geworden.
Man en vrouw laffelijk vermoord en daarna het huis in brand gestoken – het negenjarig dochtertje van de slachtoffers in de vlammen omgekomen.
Hij hield zich verscholen tussen de twee tenten (zie nummer 2 op de foto). Het koppel kwam aangelopen en toen ze op enige meters afstand waren, lost D’Hoine twee schoten in hun richting. De twee kogels troffen het meisje: de linkerwang en de schedel werd doorboord.
Men zal zich nog herinneren de schrikkelijke misdaad, gepleegd op de avond van 14 januari, langs de steenweg van Geluwe naar Dadizele, op Delrue, werkman in de gaz te Menen. Deze voorbeeldige werkman, vader van zeven kinders, werd op weg naar zijn huis, rond 7 uur ’s avonds, verraderlijk aangevallen en ’s anderendaags dood gevonden in de sneeuw
De laatste van die reeks was de onthoofding van Karel Kestelyn te Ieper. In de krant ‘Burgerwelzijn’ van de 16de december 1861 – stond het volgende berichtje: Sprekende over de moord van Reningelst, zegt een blad van Ieper: zondagmorgen, is er te Reningelst een moord begaan op de genaamde Marie de Breune en Theophile Salomé.