banner
dec 27, 2024
161 Views
Reacties uitgeschakeld voor Voor Outer en Heerd

Voor Outer en Heerd

Written by
banner

Een andere heikele kwestie in de Franse tijd is natuurlijk die van de loting en de krijgsdienst. In vroegere tijden bestonden de legers uit vrijwilligers en aangeworven krijgslieden die grotendeels leefden op kosten van de adel die zelf alle belangrijke posten in de legers voor zich hield. De omwenteling in Frankrijk verandert het land in één uitgestrekt legerkamp. Het schrikbewind organiseert zijn leger met dezelfde dwangmaatregelen zo typisch als hun manier van werken. Er valt niet te kiezen. In maart 1793 roepen ze ineens 100.000 mannen onder de wapens, gevolgd door een tweede mobilisatie in augustus waarbij de rest van de burgers tussen de 18 en de 50 jaar zich moet aansluiten. Het loon van de dappersten voorziet in aantrekkelijke postjes in de leiding van het leger en dus zijn er veel Franse mannen die dat wel aantrekkelijk vinden. Het motto ‘winnen of sterven’ van hun bevelhebbers pept de soldaten zodanig op dat ze nu zelf een onderdeel gaan uitmaken in de verdelgende en moorddadige strijd ten gunste van hun geliefde republiek.

De invoer van de krijgsloting in onze gewesten is andere koek. De verontwaardiging hiervoor stijgt ten top. In 1797 maakt het Frans bewind de lijst op van de jongelingen tussen de 20 en 25 jaar. Op 2 oktober 1798 vindt de eerste ‘levée’ plaats, dat is de loting met de witte en de zwarte briefjes. Deze loting resulteert in grote onenigheid bij veel mensen zodat er velen gaan opstaan tegen de republiek. Zo bijvoorbeeld bij de volontairen van de kantons Dadizele, Beselare en Hooglede. Ook in de buurt van Diksmuide en Langemark luiden de alarmklokken op 25 oktober 1798. De situatie loopt zodanig uit de hand dat de lokale bestuurders op de vlucht moeten slaan naar Pervijze en Veurne. Vanuit Ieper vertrekt een bende krijgsvolk. De Franse interventie eindigt met een afgebrande kerk in Langemark.

Op vrijdag 26 oktober verslinden de vlammen het houtwerk van de toren. Een vrouw die de stormklok geluid had komt om in de vuurgloed. Dat is Rosalie De Meersseman, 41 jaar, geboren en wonende te Langemark en dochter van Mattëus en Isabella Hoorebeke. Heel het land komt in opstand, de jonkheid van de vooraanstaande families net zoals de nederige werklieden. Onder de strijdkreet ‘Voor Outer en Heerd’ offeren ze hun leven en hun vrijheid op om hun verdrukte vaderland van de sansculotten te bevrijden. Ze verjagen de Fransen, kappen hun vermaledijde boom van de vrijheid en ze verscheuren en vernielen de registers in de gemeentehuizen. We maken het begin van de Boerenkrijg mee. De opstand vindt voornamelijk plaats in de Kempen, in Brabant, Oost-Vlaanderen en in het Kortrijkse. Te Izegem krijgen de opstandelingen een totale nederlaag te verduren, deze feiten spelen zich af op zondag 28 oktober 1798, ook wel ‘Brigands-zondag’ genoemd.

In het Westland blijft de Boerenkrijg grotendeels achterwege. De streek heeft tijdens de Franse overrompeling te veel geleden. Het ontbreekt onze landlieden heus niet aan moed. Het feit dat ze hun wapens kwijt zijn en streng bewaakt worden zorgt er toch voor dat ze amper deelnemen aan de opstand. Veel jongelingen zijn nochtans op de vlucht voor de krijgsdienst en zitten ergens verborgen in hun schuilplaatsen te midden van de bossen. Daar zijn hun ouders dan weer de dupe van. De Fransen vervolgen hen met zware boetes en gevangenisstraffen om de lotelingen tot de krijg te verplichten. Het volk leeft in uiterste verlegenheid. Men kan zijn loting afkopen voor 100 kronen, een enorme som geld en wie zich als vrijwilliger meldt krijgt daarbij nog eens maandelijks 3 kronen in afwachting van zijn definitieve mobilisatie.

De tweede loting in 1799 loopt in Haringe niet zo goed af. De jongelingen van de omliggende gemeenten zijn opgeroepen om in de pastorie (dan in herberg veranderd) te moeten loten en ze komen er met zijn allen op af voorzien van dikke eiken knuppels. Voor de deur maken ze zogezegd ruzie onder elkaar terwijl ze roepend en schreeuwend de zaal binnenkomen. Ze letten daarbij niet eens op de Franse legeroversten en de beambten van hun gemeenten die achter hun lange tafel zitten, en evenmin op de gendarmen die er staan om orde in de keet te houden. De jonge gasten slaan er nu direct als wildemannen op los. Ze zwaaien met hun knuppels zodanig in het rond dat de legeroversten, de meiers en de gendarmen noodgedwongen via de ramen aan de achterzijde van de pastorie moeten wegsputteren.

Jan Baes van Westvleteren, de zoon van Pier die we al eerder leerden kennen manifesteert zich als leider van de drieste bende. De meier van Krombeke, een zekere P.J. Butaye verklaart later dat hij niet kon vermoeden dat hier zulke mensen aan het groeien waren. De Fransen zijn blijkbaar bevreesd voor een algemene opstand en zien het gebeuren door de vingers. Een deel uitgelote Westhoekers trekt op met de sansculotten terwijl een deel dienstweigert en als ‘refractairen’ in de bossen zal leven tot in het jaar 1804. Dan geeft keizer Napoleon iedereen een algemeen pardon. Op 25 november 1798 krijgen de jonge mannen van Pervijze, die van eerste klasse en dus allen 21-jarigen het bericht dat ze zich moeten klaarmaken om in Franse dienst te treden om de volgende dag met 20 sansculotten naar Brugge te vertrekken.

Van Brugge vertrekken de Westhoekse lotelingen naar Amiens, recht naar de slachtbank. Onderweg worden onze landgenoten ‘afgericht’ en ze maken er kennis met rekruten van uit alle windrichtingen. Grote groepen die hun indeling krijgen in compagnies, bataljons en regimenten. Bij hun aankomst vliegen de mannen een plaats bij bestaande regimenten en belanden ze tussen oude krijgslieden die hen discipline instampen en hen leren omgaan met wapens. Met die verplichte mobilisatie kunnen de Franse legers voortdurend hun gesneuvelde soldaten aanvullen. Het ‘naar de slachtbank verhuizen’ is zeker geen overdreven bewering. Van de duizenden jongelingen die vertrekken zitten er veel bij die nooit nog zullen terugkeren en velen die dan wel hun thuis zullen terugzien arriveren er zwaargewond om op termijn een ongelukkige dood te sterven.

Dit is een fragment uit Boek 10 van De Kronieken van de Westhoek

Article Categories:
fragment uit deel 10
banner
http://www.dekroniekenvandewesthoek.be

Vlaamse geschiedenis zoals je die nog nooit beleefd hebt!

Comments are closed.