11 juli 1302. Bij het eerste ochtendlicht laat Robrecht van Artesië zijn leger oprukken. De […]
Zie hier wat de mensen van die parochie vertellen. Der was ‘ne keer een Pietje […]
11 juli 1302. Bij het eerste ochtendlicht laat Robrecht van Artesië zijn leger oprukken. De Vlamingen staan dan al in slagorde langs de vier meter brede Groeningebeek. Gwijde van Namen voert het bevel over de linkervleugel waar onder andere die van Veurne en de leden van de kleine Brugse gilden de dienst uitmaken.
Robrecht van Bethune staat voor een dilemma: moet hij zijn engagement ten opzicht van de Franse koning aanhouden of moet hij de kant kiezen van zijn zonen? Maar hij herpakt zich en hij kiest uiteindelijk de kant van zijn erfopvolger Lodewijk.
Robrecht van Bethune en Gwijde van Dampierre laten zo hun sporen na in de geschiedenis van Vlaanderen. Ondanks hun vaak roekeloos gedrag en hun vaak decadente levensstijl die betaald werd door de hardwerkende Vlaming, laten ze allebei een zweem van eerbied na. Precies alsof zij nu echt die leeuwen van Vlaanderen waren aan wie wij onze Vlaamse identiteit te danken hebben.