Ook onderstaand fragment zal te lezen zijn in deel 10 van ‘De Kronieken van de […]
Die mens zou geven dat ’t haar deur zijnen hoed groeit (dat hij zelf niet meer genoeg heeft). Zie ge hem daar geschilderd staan met de stersen haar die deur de gerren van zijn dood versleten hoedje sprietelen?
Regen in Kortemaand, vries in de maartemaand.
Een droge maart is goud waard.
Maarte niet te droge en niet te nat, vult boer zijn kasse en vat.
Sint-Jozef (19 maart) klaar, vruchtbaar jaar.
’t past lijk nen hoed up nen borstel (het past in het geheel niet)
Hij heeft een borstelsteirt ingeslokt (hij is lang en mager)
Hij heeft in de seule gestampt (hij heeft een flater begaan)
Met de draai en de gang en de mode van onze vrouwenhoedjes ben ik weinig bekend. En ik spreek er enkel van als iemand die, hetzij in de feestzalen, hetzij langs de straten, hetzij ja, zelfs in de kerk, willens gedwongen is te kijken naar die blinkende, blekkende overvloed van appels en peren, krieken en pruimen, eiers en beiers, kruiden en bloemen, ranken en bramen, lintjes en strikjes, zijde en pane, kant en tuil, hooi en strooi en wat weet ik al!
Proven – Doodelijk ongeluk – Maandag laatst hadden Karel Camerlynck, landbouwer te Proven en zijn zoon Maurits, oud 18 jaren, zwijnen geleverd naar Poperinghe.