Salut en de kost! Over deze zonderlinge zegswijze vinden we onder meer het volgende in […]
Het begon in de herfst van 1578. Op de beroving en openbare verkoping van de inboedel volgde de afbraak en verwijdering van het hout- en metaalwerk van de gebouwen. Met zoveel vlijt dat de onttakeling bijna voltrokken was tegen de winter van 1579.