In onze Westhoek krijgt onze jeugd de oorlog met de paplepel ingegeven. De kinderen kennen […]
Ze woonden in kleine huisjes langs de kaai, op de vesten, in eenzame wijken, op […]
Hij is van ’t jaar elve, hij houdt het liever zelve (hij is erg gierig)
’t Is ’t er een van ’t jaar nul (hij is ferm uit de mode)
Dat is op geen blauwen steen gevallen (dat zal ik onthouden)
De stenen vragen geld (er is altijd en overal te betalen)
Op vrijdag was het bij ons BAKDAG. Moeder deed zoals van over ouds het werk aan de deegtrog en vader het ovenwerk. De tarwe en de rogge werden gemalen in Hermans molen te Beselare ofwel bij Henri D’Hooge op de Broodseinde. De gist om het deeg te bereiden kwam van de brouwerij Comyn op het dorp. De baktrog was een houten bak zonder voet die op twee stoelen stond. Nu het kneden met de vuisten en de handpalmen werd het deeg in een hoek van de trog met een doek afgedekt om de eerste maal te rijzen.