Ook Vlamertinge zit verveeld met een peloton Walen onder het bevel van hun wrede kapitein Laparast. Hij heeft trouwens nog een groep ‘pioniers’, arbeiders en genietroepen bij zich. Het bolwerk van de brigade bevindt zich ter hoogte van de kruising van de Lombaardbeek met de weg Ieper-Poperinge, enkele honderden meter voor het dorp van Vlamertinge als je vanuit richting Ieper komt.
De geestelijken proberen met harde hand de christelijke regels op te leggen, maar kunnen natuurlijk niet verijdelen dat jeugdige vrouwen en maagden zowat overal gevaar lopen om geschaakt te worden. De keuze van de dames voor de kuisheid en de vrede voor hun God is uiteraard vaak een vlucht naar veiligheid en geborgenheid. Een ooggetuige van de vloed naar de kloosters omschrijft het in het begin van de jaren 1200 als volgt: ‘jonge dochters lopen er met hopen naar toe, weduwen snellen er heen.
Die man dan, heeft een ontdekking gedaan die ver van de wondere ontdekking van de stoomkracht, van de telegraaf zelf en de wonder van de 19de eeuw te boven gaat. Hij heeft gevonden….o hemel ….dat de schulden van onze gemeente (en deze zijn waarachtig groot) veroorzaakt zijn door het nonnenklooster van Langemark.
Daer waeren twee jonge dochters van het gebeurte ontboden, om des avonts een groot deel wafelen te bakken. Naer dat ik als novitius den ganschen dag als een slave gediend hadde, men gaf my des avonts geene van die wafels te proeven, waerover ik by myn zelven zeer spytig was. ‘S nagts ontrent den 12 ueren zyn onze broeders eerst gaen slaepen, wel versterkt zynde van den wyn en wafels; en die twee dochters , vermoeyt zynde van wafels te bakken, bleven in ons klooster slapen boven op een gastekamer, ende aen my wiert het last opgeleyd van alle de deuren wel te bezigtigen, of zy naer behooren wel verzekert toegesloten waeren, ende lest van al te gaen slapen.
In de uiterste oosthoek van de gemeente Stavele, langs de weg Stavele-Elzendamme; tussen de IJzer en de Poperingevaart; bezuiden de rijksweg Ieper-Veurne, staat een grote mooie hofstede. De eigenaar ervan is de heer Vrederechter Arthur Lahaye, de bewoner en uitbater is de heer Valere Quaghebeur, schepen van de gemeente. Die hofstede wordt in aller mond ‘Eversam’ genoemd. Het is alleen die naam en een deeltje van de hoevegebouwen die ons nog wijzen op het vermaarde klooster dat er eertijds stond en heerlijk bloeide.
Het concern bezit een eigen rechtspraak. Zowel de hoge als de lage justitie. Er is sprake van een baljuw, 7 schepenen, een griffier en een amman. Er worden tienden geheven over 15 parochies. De mensen van Zonnebeke, Beselare en Geluveld mogen gerust onderdanen genoemd worden van de ‘Nonnenbossen’. Naast het heffen van tienden binnen de grenzen van het kapittel van Zonnebeke heeft het klooster zowat 150 hectare in volle eigendom.
Naadloos en eigenlijk ongewild komen we terecht bij de naam van Veurne. Vier jaar later wel te verstaan. Zo lang is het geleden dat ik me onderdompelde in het eerste deel van zijn oude jaarboeken. Hoewel Veurne natuurlijk ook vrouwelijk kan zijn. Maar dit heeft nu niet echt belang. Enkele weken geleden, eind 2013, kreeg ik een mail van een geschiedenisfanaat die zich afvroeg of ik enig idee had waar de naam ‘Veurne’ vandaan kwam. Nee. Eigenlijk niet. En dat ergert me meer dan ik kan vermoeden. Veurne verdorie. Waar kom jij vandaan?
Met al die willekeur en die afpersmentaliteit is het niet moeilijk dat de moraliteit terugloopt in Ieper. De ‘God ziet u’ bordjes bestaan nog niet en de priesters hebben wel andere interesses dan de geestelijke integriteit van hun onderdanen. Er is amper sprake van nieuwe acquisities tijdens het bewind van abt Pierre. Het zijn blijkbaar moeilijke tijden voor het klooster. De Rubrum registers maken melding van een aankoop in januari 1247. Walter, de abt van Grimbergen, verkoopt aan de Ieperse proosdij alle eigendommen die zijn abdij bezit binnen de stadsmuren van Ieper. Het betreft opbrengsten van meer dan 9 pond afkomstig van verscheidene huizen in de stad en blijkbaar ook deels op de lakenhalle.
Het wordt een hard en bloedig gevecht daar op de markt van Veurne. Hoe het zal aflopen lijkt even minder duidelijk, maar diegenen die Ysengrim hebben gevolgd worden tenslotte overmand. Velen sneuvelen. De rest neemt lafhartig de vlucht en dat terwijl hun leider in groot gevaar verkeert. Ysengrim blijft zich dapper verweren maar de overmacht is te groot en hij valt dodelijk gewond neer op de grond. De overwinning is binnen voor de heer van Wulveringem die zich onmiddellijk naar de gevangenis van de burcht begeeft en er Ryckaert of Rijckewaert Blauvoet en de andere gevangenen vrijlaat.
Kijk eens naar Ieper op vandaag. Waar is het water nu? Aan de noordoostkant zien we het kanaal en de Ieperlee, aan de zuidwestkant de ‘Verdronken Weiden’. De komst van het water in 260-270 was een (afgezwakte) herhaling van wat er zich al had afgespeeld 1000 à 1500 jaar voordien. Het water 5 à 10 meter hoger. Beeld u dat eens in? Alleen de heuvel, de prairie van Ieper, bleef gespaard van het rijzende water. En er waren twee havengemeenschappen. Briel (Breuil) en de omgeving van het Zaelhof en de Zuudstrate (de latere Rijselstraat), niet toevallig nog steeds met elkaar verbonden met de ondergrondse Ieperlee. Zeker al in 270, kijk maar naar de ‘ille’ namen waar we het al uitgebreid over hebben gehad. Hier leefden beslist al mensen 1000 jaar voor het begin van onze nieuwe tijdsrekening.
Boudewijn de imperialistische trekjes geërfd van zijn voorouders. Als hij de kans krijgt om aan de oostelijke kant van de Schelde een gebied te verwerven ter grootte van zijn bezit aan de Westelijke kant, waarom zou hij dan nog twijfelen?
Vlaanderen is ingedeeld in gouwen Sinds de Franken van Karel Martel, (door hem de Karolingische […]