Boudewijn verzeilt in de geschiedenisboeken als ‘Boudewijn met de Ijzeren Arm’, het gevolg van een onoordeelkundige vertaling van zijn geboorteplaats aan de monding van de Ijzer, in het kasteel van het toenmalige Sandeshoved waar later Nieuwpoort zal verrijzen.
In de huizen waar niemand thuis was hebben alles meegenomen wat hun dienen kon, in vele herbergen betaalden ze niet, van hooi en strooi bedienden ze zich naar willekeur en namen een goede voorraad mee. Bij Jules Maerten en bij Hilaire Lievens stalen zij een paard en bij Petrus Braem 1 paard en 2 velo’s.
Manten Mol, de mollevanger