In de huizen waar niemand thuis was hebben alles meegenomen wat hun dienen kon, in vele herbergen betaalden ze niet, van hooi en strooi bedienden ze zich naar willekeur en namen een goede voorraad mee. Bij Jules Maerten en bij Hilaire Lievens stalen zij een paard en bij Petrus Braem 1 paard en 2 velo’s.
7 oktober 1914, woensdag. Die dag is het voor mij conferentie bij de heer kapelaan van Dranouter. Na lang beraad ik riskeer het van te gaan. maar nog was ik aan de Millecruysse niet of hevig begon het kanon te bulderen in de richting van Menen (’t waren de Duitsers aan ’t Hooge) en al met eens mitrailleusegeschut van bachten de Kemmelberg. ’t Was dus maar al te gevaarlijk op dat ogenblik mij ver van mijn huis te verwijderen. Ik keerde terug. Dit kanongeschot duurde enkel een uur. En dan werd alles alweer rustig. maar niemand was op zijn gemak. ’s Namiddags deed ik een wandeling te lande en keerde huiswaarts rond 4 1/2.
Al met eens de mare komt dat de Duitsers reeds aan ’t exercitieplein zijn en afzakken naar Dikkebus. Het is inderdaad maar al te waar. ’t Is 5 uur toen zij ons dorp intrede. Geen enkel burger was op straat, vele jongelingen haddenn zich verwijderd van de plaats. Enigen sloegen de kerkstraat in. Zij vroegen de kerksleutels, zijn op de toren geweest en de automatieke luidende horloge gebroken.
’t Was eerst al paardevolk, curassiers, Ulhanen, Huzaren, jagers. Zij hadden lansen van wel 3 meters lang. Daar waren ook carabiniers-cyclisten en enkel 1000 voetgangers. Verder was er zeer veel vervoer, van alle soorten van alaam, kanons, mitrailleusen. auto’s, wagens met grote schuiten. Er waren ook enige burgers met wapens welke de Duitsers verplicht hadden mee te rijden (deze werden alle achter een of 2 dagen weergezonden maar er waren er die paarden en wagens moesten achterlaten).
Deze die door Dikkebus trokken waren allen uit Beieren. Zij gingen bellen aan het huis van Mr. Thevelin de gemeentesecretaris (zij hadden gevraagd naar de burgemeester, maar vermits deze te lande woonde, hadden zij liever tot de secretaris te gaan, die op het dorp woonde). Aanstonds namen zij schikkingen om te overrnachten: de officieren gingen naar de schoonste huizen, de soldaten naar de andere. Nievers gingen zij verder dan 5 minuten van de grote kalsijde. Alzo was de helft der boeren van de Duitsers gespaard; op de plaats ook bleven vele huizen van soldaten vrij.
Die nacht hebben tussen 2000 en 3000 Duitse soldaten op Dikkebus overnacht. In ’t begin hield iedereen zich binnen, maar na een halve uur riskeerde zich nu en dan toch een burger op straat. In de pastorij hebben vele soldaten gelogeerd. Bij de onderpastoor geen Enkel 6 hebben er hun avondmaal bereid en genomen. ’t Was 9 1/2 ’s avonds toen ze belden en om 11 uur was ik ze kwijt. Dezelfde avond nog gingen ze het Beiers vaandel steken op de gaaipers voor ’t gemeentehuis. Gedurig reden ze voorbij met alle zwaar vervoer tot rond 11 1/2. Dan gerocht alles stil. Die nacht sliepen de vermoeide soldaten voorzeker beter dan de onrustige burgers.
8 oktober, donderdag. Het was 6 uur toen de soldaten in werking gerochten en om 7 1/2 herbegon de passage. Het eerste wat zij dede was een requisitie doen van 20.000 kilos haver en 1000 broden. De gemeente zou dat leveren voor 12 uur (Duits uur). Zoniet 5000 fr boete. Of de burgemeester en de secretaris in hun haar scharten (Zij hadden enkel 3 1/2 uur tijd en vele boeren hadden nog maar weinig haver gedorsen.) Aanstonds alle boeren verwittigd, en 1/4 voor 12 uur waren er 1000 broden en 18.500 kilos haver. Alhoewel er wat te kort was het werd toch aanvaard en men betaalde met een bon. De Duitsers hebben niemand mishandeld, maar nog al veel gestolen.
In de huizen waar niemand thuis was hebben alles meegenomen wat hun dienen kon, in vele herbergen betaalden ze niet, van hooi en strooi bedienden ze zich naar willekeur en namen een goede voorraad mee. Bij Jules Maerten en bij Hilaire Lievens stalen zij een paard en bij Petrus Braem 1 paard en 2 velo’s. Deze laatste kreeg een bon ver beneden de waarde. Bij Henri Vandecasteele hebben zij wreedst gehandeld. Halfdronken gedurig met de revolver in de hand kasten en bedden afzoeken. Nemen alles wat hun aanstaat, en bespotten en bedreigen het volk.
Bij Justin Thevelin schoten ze 2 koeien in de weide, op diens vraag gaven zij een bon. Zij gaven ook een bon van 50 fr voor wijn gestolen uit de pastorij. In de voornoen werd het volk wat stouter en men zag nog al enige nieuwsgierigen in de straat. Sommige soldaten en officieren waren heel vriendelijk, zelfs waren er die drinkgeld gaven waar zij gelogeerd hadden. De Duitse soldaten zagen er kloek volk uit, moedig en fris nog. Zij hadden hard roggebrood mee. Hun paarden echter waren versleten en veel in ellendige staat. Men hoorde ook dat zij vele vals nieuws wijsgemaakt waren. Zo waren ze verwonderd dat zij nog in België waren en vertelden mij dat Antwerpen gevallen was, hetgeen enkel 3 dagen later zou verwezenlijkt worden. Ook vertelden ze dat de oorlog welhaast zou gedaan zijn.
Het leger gaat gedurig met nu en dan een korte stilstand voorbij tot 3 1/2 namiddag. Wat een pak van ons hart wanneer we ze zagen weggaan, maar toch was men in ’t algemeen tevreden van ze eens gezien te hebben. Waarlijk hun inrichting is prachtig!
Te Ieper kwamen ze de woensdag namiddag toe om 3 uur. Zij eisten al het geld op dat in de kassen was van gemeente, arm en godshuizenbestuur. De burgerwacht die een paar (uur) voordien geschoten had vluchtten een uur voor hun komst met de tram naar Veurne. Zij plunderden ook de verlaten huizen maar mishandelingen of andere grote beschadigingen hebben zij niet gedaan.
Te Voormezele heeft ook een deel van ’t leger overnacht, geen mishandelingen, maar verschillende paarden meegedaan. Te Vlamertinge zijn ook rond de 15.000 mannen voorbijgegaan. Bij de doktoor hebben ze een paard meegenomen, motocyclette, voituur en 2 velo’s en bijna heel de farmacie geplunderd zonder een cent te betalen.
Op de Klijtte zijn zij enkel de donderdag voorbijgegaan maar niet overnacht. Te Reningelst hebben zij ook vernacht. Daar is vele volk gevlucht naar Poperinge. Te Westouter zijn pastoor en burgemeester moeten meegaan om de weg te tonen. Te Poperinge zijn enkel 500 Duitsers gekomen.
Het eerste wat de Duitse deden was een telefoon placeren en de gewone telefoon breken. In ’t algemeen heeft Dikkebus niet veel te lijden gehad, de burgemeester en Mr Thevelin secretaris hebben in die moeilijke omstandigheden wel hun taak vervuld. ’t Was slechter te Kemmel waar de burgemeester gevlucht was. Zij hebben er gedineerd met zijn beste servies en bijna geheel zijn kelder geledigd. Te Kemmel hebben ze veel meer gerequisitioneerd dan te Dikkebus, deels uit misnoegdheid over de vlucht van de burgemeester, ook deels omdat ze daar langer gebleven zijn. Het leger dat door Dikkebus voorbijgegaan is schat men van 12.000 tot 15.000 mannen.
9 oktober, vrijdag. Het leger is reeds over Belle, toch hoort men weinig kanongeschot. Nu en dan enige Duitse soldaten rijden door Dikkebus over en ’t weer naar Ieper. Heel de dag is het kalm te Dikkebus. Al met eens rond 8 uur van de avond het Duits leger komt alweer afgestormd in volle draf en zonder licht en spreken rijden ze de Kerkstraat in en haasten zich naar Vierstraat en Wijtschate. Het leek een ware vlucht. Het duurde een uur en half. Dan omtrent een uur was alles alweer rustig. Rond 10 uur echter kwam er een tweede groep, alweer in dezelfde draf, ditmaal echter reden ze Ieperwaarts. maar al met eens stilstand. Men hoort niets anders dan nu en dan een bevel der officieren. Al met eens komt er alweer leven in de bende. Zij draaien zich om en de helft van de groep keert weer.
Wat heeft er gehaperd? Deze tweede groep in plaats van even als de eersten de Kerkstraat in te slaan om naar Wijtschate te gaan is te ver gerede langs de Ieperkalsijde en enkel de fout) ontdekt wanneer de eerste over de molen waren. Daarop zijn de eerste voortgereden langs Café Français; de andere echter zijn weergekeerd, maar een tweede fout begaan in plaats van de Kerkstraat te nemen namen zij de Neerplaatstraat zodat een deel terecht kwamen in de vijvermeersen, waar ze de meeste moeite hadden om eruit te geraken.
’s Anderdaags vernemen we dat de Duitsers over Belle in aanraking gekomen zijn met de Senegalezen die er op los gingen met hunne hapkens. Wel 100 wagens met gekwetsten zijn dien dag door Kemmel gereden. Vandaag zijn enige lieden van de parochie gevlucht uit vrees voor mishandelingen vanwege de Duitsers en ook omdat zij vrezen dat hier misschien de slag zou plaats hebben, immers in geval dat de Duitsers wat zou achteruitgeslagen worden. De kloosterzusters die daar afgezonderd 2 benauwelijke nachten gepasseerd hebben achtten het geraadzaam ook het dorp te verlaten. Ongelukkiglijk zij slaan de weg in naar Passendale St-Joseph (Hooglede) en vandaar naar Heist, waar zij ver van de Duitsers te ontvluchten welhaast door hen ingesloten worden.
10 oktober, zaterdag. Men ziet geen 5 Duitsers van heel de dag. maar om 7 uur ’s avonds komen hier 20 Duitse soldaten met een Engelse automitrailleuse die zij gepakt hebben met een gat te schieten in de naftebak. Zij plaatsen ze aan de hoek van de Kerkstraat en houden er heel de nacht de wacht. Te Ieper ziet men nu eens bondgenoten dan eens Duitsers.
11 oktober, zondag. Om 6 1/2 ’s morgens vertrekken de Duitsers met de mitrailleuse die zij doen voeren door de paarden van Hector Dalle. Hector was verlegen van zijn paarde niet meer weer te zien. Toch kwamen zij in ’t valavond thuis. maar de knecht had ze langs Loker naar Wulvergem moeten voeren, maar verder niet verontrust geweest. Van 11 uur ’s noens tot ’s avonds horen we verschrikkelijk schieten rond Mervillie en Estaires. Iedereen komt naar de mis niet.
12 oktober, maandag. Ik riskeer het van naar Ieper te gaan. Er waren 6 Duitsers langs de weg, maar toen ik hun moest voorbijgaan waren zij juist de Pannenstraat ingeslagen. In de achternoen was het kanongeschot alweer zeer geweldig, maar ditmaal scheen het wat dichter. Geen twijfel of de Duitsers moesten wijken. Die dag waren er bijna gedurig vliegmachines te zien. Ik heb onder andere een gezien die nog al vieze toeren deed, nu eens met de kop omhoog, dan eens met de staart dan heel scheef en soms ook bleef zij geheel stil staan. Wat de vliegmachines aangaat: tijdens de maanden augustus en september hebben wij er maar 5 of 6 gezien, maar bij begin van oktober zagen wij er alle dagen en welhaast bijna gedurig.
13 oktober, dinsdag. Het kanongeschot begon reeds in de vroege morgen, geweldig en ook van langs om nader. Geen twijfel de Duitsers worden achteruitgedreven. Vele mensen kwamen hier gevlucht uit de streek van Belle en Loker, omdat zij vrezen dat de slag daar welhaast zou plaats hebben. Vele vluchtelingen hadden hun beesten mee. In de morgen rond 7 1/2 kwamen hier 12 Duitse soldaten die wat stilhielden en dan vertrokken. Een half uur nadien kwamen hier 3 automitrailleusen, ‘weer Duitsers’, zei het volk. Maar ’t waren Belgen en Engelsen. Alle wezens gingen open! Aanstonds gezegd langs waar de Duitsers vertrokken waren: en de auto snelde erachter. Zij hebben ze gevonden en 3 of 4 werden geschoten.
In de namiddag passeeren langs ’t Hallebast 150 Franse soldaten en zo zijn die dag op Dikkebus 4 soorten van soldaten te zien geweest : Duitsers, Belgen, Engelsen en Fransen. In de namiddag is het kanongeschot nog geweldiger en dichter. Zij plaatsen kanons op de Rodeberg. Naar wij vernemen hebben de Duitsers een ferme klop gehad. Over Belle is er verschrikkelijk met de kanons gevochten geweest, bijzonderlijk rond Mervillie, maar de Duitsers zijn nog veel meer naar het westen gegaan. 500 mannen zijn in Haezebrouck getreden en zelfs zijn ze gegaan tot in de nabijheid van Cassel. Het heeft er wreed gegaan met geweer en bajonnet op de Catsberg en de prins d’Hesse die met zijn leger door Vlamertinge gepasseerd was werd met de bajonnet gedood in ’t trappistenklooster. Zijn lijk is naar Engeland vervoerd. Met geweer en bajonnet werd ook veel gevochten te Barre, Pradelle, Strasseele, Meteren. Een jaar nadien ben ik langs daar gepasseerd en ik zag er nog de sporen van.
In het westen was het gevecht meest tussen Duitsers en Engelsen. Meer oostwaarts was het tussen Duitsers en Fransen. Verscheidene dagen vreesden we hier dat de Duitsers in geval zij moesten wijken langs dezelf de weg zoude terugkeren en dat de slag misschien zou voortgezet worden op Dikkebus en wie weet wat er ons Dikkebus dan te wachten stond. Gelukkig werd onze vrees niet verwezenlijkt. De Duitsers hebben zich teruggetrokken langs de bergketen en langs de Leie op Waasten en Rijsel. Geheel de dinsdagnacht zijn ze gevlucht langs Loker, Dranouter, Nieuwkerke en hun kanons van de Rodeberg zijn ook verdwenen.
Woensdag 14 oktober. Heel de nacht bevinden er zich Duitse wachten op verscheidene plaatsen van de parochie. Rond 8 1/2 bevinde zich 2 Duitse soldaten aan de Kerkstraat die er de wacht hielden. 2 of 3 burgers stonden met hen te klappen. Al met eens 5 Engelse paardemannen kwamen al over de velde op de kalsijde nevens de herberg ‘De Congo’. De Duitsers zagen niet direct dat het Engelsen waren en een van hen naderde enige stappen om hen te verkennen. Maar al met eens wel 15 geweerschoten weerklonken. In een oogwenk waren de Duitsers op hun paarde en weg in de richting van Kemmel.
De Engelsen ook reden de Kerkstraat in achtervolgden ze, en losten verscheidene geweerschoten. Een van de wachten is gekwetst geweest. ’t Was al bloed voor de deur van Jules Goethals. Zijn maten hebben hem meegedaan naar Kemmel; maar wanneer zij van daar moesten vluchten hebben zij hem achtergelaten en zo werd hij krijgsgevangen. Camille Blomme, herbergier, heeft ook een schram aan zijn knie van een kogel. De steenen zijn in 5 plaatsen uit de muur geschoten. Het duurde verscheidene minuten eer het volk durfde uit hun huizen komen. Heel de dag zijn er nochtans Duitsers op onze parochie verscholen gebleven (meest langs de kant van Kemmel) alhoewel de Engelsen reeds volop de parochie binnenkwamen.
Rond 10 uur zagen wij een Duitse vliegmachine boven de parochie. Zij ging tot boven Voormezele, waar zij al met eens een bocht maakte en terugkeerde. En onmiddellijk een hevig geweerschot verscheidene minuten lang. Ze vluchtte, maar welhaast zagen wij dat zij getroffen was en zeer moest neerdalen. Zij viel over Ieper in de handen van de Engelsen. Er zaten 2 officieren in en ze hadden verscheidee bommen mee.
Rond de noen rijden 300 Engelse ruiters door het dorp en geheel de dag zien wij er nu en dan passeren. Een groot leger Engelsen is ook langs Voormezeele naar Kemmel getrokken en gedurig passeeren zij met alle soorten van vervoer van ’s achternoens 4 uur tot ’s nachts 3 uur. Deze avond is er veel volk gevlucht van Ploegsteert en West-Nieuwkerke omdat ze vreesden dat de slag daar ging plaats hebben. De Duitsers immers plaatsten hun kanons te Ploegsteert en de Engelsen tussen Kemmel en West-Nieuwkerke.
15 oktober. Donderdag. Iedereen vraagt zich af of er nu te Kemmel zal gevochten worden of niet. Gelukkiglijk niet. De Duitsers die vreesden van ingesloten te worden zijn nog verder achteruitgeweken naar Rijsel. Er zijn geen Duitsers meer op Dikkebus te zien geweest, maar men heeft ondervonden dat er nog duurde 2 of 3 dagen in de bossen van Voormezeele en Wijtschate verscholen bleven. Rond de noen zijn 200 Engelse ruiters voorbijgereden komende van Ieper en gaande in de richting van Belle. De paarden waren in zeer goede staat.
16 oktober, vrijdag. In de morgen is hier Engels voetvolk en ook enige paardenmannen en cyclisten voorbijgegaan in de richting van Belle. ’s Noens van 11 1/2 tot 1 1/2 uur zijn hier omtrent 2000 Franse ruiters voorbijgetrokken (dragonders, Huzaren, curassiers) en ook 500 velomannen. Hun paarden waren maar in gemene staat, maar toch beter dan de Duitsers. Allen gaan naar Ieper. Verder heel de achternoen passeren er nog groepjes ruiters en cyclisten. Ze zagen er allen moedig en vriendelijk uit.
Het volk is blij onze bondgenoten te zien en fruit wordt uitgedeeld in overvloed. Dan is men ver van te denken dat het niet alleen voor enige dagen maar voor zovele lange maanden is dat de bondgenoten op onze parochie zullen verblijven. ’t Zijn de eerste, maar wanneer zullen het de laatste zijn? Men hoort gedurig het kanon in de richting van Waasten. Rond 8 uur ’s avonds komen hier 2 eskadrons Franse curassiers toe en brengen hier de nacht door. De état major is in logement bij Mr Thevelin, aalmoezenier, pater dominikaan, bij kapelaan. ’s Nachts passeert een deel der artillerie.
17 oktober, zaterdag. De kurassiers vertrekken rond 7 uur in de richting van Ieper. Verder ziet men heel de dag groepjes Franse ruiters en velomannen vertrekken in de richting van Ieper. alweer heel de dag kanongeschot rond Staden en ook in Waasten. De eerste Schotten passeren hier in de namiddag langs Millecruysse-Hallebast naar de Ouderdom. ’s Avonds komen hier 39 grote Engelse autobussen toe, en 6 autocamions. Zij blijven op de plaats tot ’s anderdaags noens. Een l 00 mannen waren erbij voor de dienst. ’t Was wonderlijk om zien. Niet te verwonderen dat de straten gedurig vol nieuwsgierigen stondem.
18 oktober, zondag. Heel de dag zeer hevig kanonschut rond Waasten, Staden en Esen. Die dag is er verschrikkelijk gevochten geweest op Stadenberg. enigen tijd moesten de Duitsers wijken en ’s achternoens om 4 uur kwamen de Franse ruiters zelfs in Roeselare gestormd. Helaas, het was van korte duur. Duitse versterking kwam af van Antwerpen, en de Fransen en Engelsen moesten ’s anderdaags Roeselare laten in de handen van de vijand. Te Waasten bombardeerden de Fransen de kerk waar de Duitsers in schuilen. De auto’s vertrekken rond de noen in de richting van Ieper en komen weer rond 2 uur met Engels voetvolk dat zij van Reningelst naar Ieper voeren. Verders passeren 25 autocamions die voorraad naar Ieper voeren en een paar uren nadien komen ze terug. Met de avond zijn de autobussen hier weer.
19 oktober, maandag. Rond 8 uur vertrekken de autobussen naar Elverdinge. Heel de dag passeren vele automobielen en motocycles. Van nu voort rijden regelmatig ’s noens en ’s nachts de Engelse autocamions door de plaats met ravitaillement. Er zijn er gewoonlijk van 25 tot 40. Alles davert en ’s nachts is het bijna onmogelijk van niet te ontwekken. Zo zal het 3 weken lang zijn.
20 oktober, dinsdag. Reeds om 7 uur hoort men geweldig het kanon op heel het front van noord naar zuid maar ergst langs de kant van Moorslede. Helaas men hoort dat het geschut nadert. Rond 10 uur komen de eerste vluchtelingen toe, en welhaast houdt het aan elkaar, meest al volk van Roeselare Oostnieuwkerke, Westrozebeke, Passendale, Moorslede, Beselare. Wat een droevige stoet! Veel wagens vol kinderen en vrouwen. Voetgangers met zware pakken, en anderen ook zonder iets die de tijd niet gehad hebben van iets mee te nemen. Hier en daar een die een koe leidt. Droefheid en deernis op alle wezens en toch in het hart de zoete hoop dat zij tijdens diezelfde week nog zullen mogen terugkeren. Helaas; wat zullen zij in die verwachting teleurgesteld worden. Voorgoed is hun de weg naar huis afgesloten. Tegen de avond komen ook reeds vluchtelingen van Geluveld.
21 oktober, woensdag. In de ochtend is het nieuws van de kant van Roeselare beter, dat van Waasten is slechter en welhaast ziet men de vluchtelingen van Zannvoorde, Hollebeke, Mesen. Rond de middag komt hier de trein van de Engelsen, zij kamperen in de weide van de burgemeester. De straten zijn zwart van de vluchtelingen.
In de namiddag verslecht het ook langs de kant van Poelkapelle enzoverder en in de avond zien wij hier de vluchtelingen van Langemark, Bikschote, Noordschote. Die nacht hebben op Dikkebus niet minder dan 5000 vluchtelingen geslapen in alle huizen, schuren en stallen. Iedereen had medelijden en deed zijn best. ’s Morgens en ’s avonds geweldig kanongeschot rond Waasten.
22 oktober, donderdag. Het nieuws langs de kant van Waasten is niet verbeterd. De Engelsen schieten geweldig uit Hollebeke, Mesen, Wijtschate, Ploegsteert. Heel de nacht is er gevochten geweest met geweer en mitrailleusen, van 5 1/2 ’s morgends begint het kanongevecht tot ’s avonds. Nog nooit was het gedonder zo geweldig. Tegenwoordig zijn de legers zo verdeeld van de zee tot Woumen. De Belgen met een brigade zeefusilliers (Franse), van Woumen tot Zonnebeke de Fransen, van Geluveld, de Engelsen. De Engelsen moeten lichtelijk wijken en ’s achternoens vallen de bommen reeds boven Wijtschate waar enige inwoners reeds de vlucht nemen.
Enige inwoners van Dikkebus moeten helpen loopgrachten maken rond de Vierstraat. In de namiddag komen de Indiaanse troepen om te versterken. In de avond komt een regiment Frans voetvolk dat hier overnacht. Het kanon vermindert met de avond maar geweldig is het gevecht met geweer en mitrailleusen. Het is de eerste maal dat men het zo goed hoort. ’s Nachts logeren op de parochie niet minder dan 5000 vluchtelingen en 3000 soldaten. ’s Nachts rijden de autobussen van de Engelsen voorbij met lndiaanse troepen.
23 oktober, vrijdag. Het nieuws van de kant van Mesen is wat verbeterd. De Duitsers zijn wat achteruitgegaan. ’s Morgens is het hier waarlijk stichtend in de kerk. Tijdens de mis is de kerk bijna vol en zeer velen gaan te biecht en te communie. Men ziet de ongelukkige vluchtelingen dwalen op de straat, voortdurend op vraag om te weten of er nog geen beternis langs hunnen komt en geen middel om naar huis te gaan.
Sommigen riskeren het en worden teruggestuurd; anderen kunnen tot hun huis geraken, bestatigen de vernieling en plundering, melken de koeien geven ze wat eten, nemen het een en ander mee, al onder de bommen en zijn blij dat ze levend in hun vluchtoord geraken. Nog anderen kunnen tot bij hun huis niet meer geraken omdat het gevaar te groot is. Helaas nog andere willen doordringen en verdwijnen zonder dat men nog ooit een woord van hen hoort. Zo was onder andere het geval van de secretaris van Hollebeke met drie van zijn gezellen. Helaas zoveel van die mensen hadden geld en waarde gedolven. Allen zullen het zich beklagen. Sommige zullen het reeds van de eerste dagen gaan uitdelven en meebrengen andere zullen het doen binnen 2 of 3 maanden met of zonder laisser-passer, vele vergezeld van een soldaat
Veel anderen helaas zullen het nooit meer kunnen en zullen hier als arme mensen moeten ronddwalen terwijl ze schatten in de grond hebben, met gegronde vrees van er nooit geen cent meer van weer te zien. Zo zijn er vele ongelukkigen van Wijtschate, Mesen, Hollebeke, Zandvoorde, Geluveld. Beselare, Moorslede, Passendale enz. Helaas nog anderen die het vol moed gaan halen en er de schuilplaats ontdekt en de ponk geroofd vnden. (Het heeft erom gedaan dat de soldaten daar tranchées of pitten maakten, ’t werd blootgebombardeerd of erger nog, de soldaten zelf hebben rondgezocht en gevonden wat ze zochten). Ineens de vrucht verdwenen van een heel leven zwoegen en sparen!
Men mag zeggen dat de Dikkebusnaren zeer wel gehandeld hebben met de vluchtelingen. Veel boeren hadden er wel 200, sommigen zelfs hebben er hun dood van gedaan, ziekten in hun huizen getrokken door de overbevolking. Zo was het ’t geval van Leonard Vermeulen, bij Jules Delanotte die slachtoffer viel van zijn edelmoedigheid. Hebben enigen de vluchtelingen uitgebuit, het was toch de uitzondering. ’s Avonds in het lof altijds veel volk vol vertrouwen op O.L.V. , van Dikkebus.
In de vroege morgen vertrokken reeds de Franse troepen. Om 9 uur waren reeds 8 vliegmachines te zien geweest. In de voormiddag is hier al het voetvolk en de artillerie van een volledige Franse divisie voorbijgetrokken. De soldaten waren moedig en in goede staat, maar de paarden ellendig. In de namiddag passeren nog eens 2000 voetgangers en gedurig vliegmachines. Men hoort het kanon slechts bij tussenpozen langs de kant van Hollebeke. 65 Franse autowagons voeren in de nacht en in de namiddag voetvolk naar Ieper. Hetzelfde regiment kurassiers logeert hier weer. Deze nacht wel 6000 vluchtelingen.
24 oktober, zaterdag. In de ochtend grote passage van Frans voetvolk en artillerie naar Ieper (5000 tot 7000 mannen). Om 8 1/2 doortocht van 380 Duitse krijgsgevangenen. Men hoort het kanon meest rond Langemark en Hollebeke. In de namiddag voetvolk en artillerie trekken voort voorbij ( ongeveer 7000) passage van 150 Engelse gekwetsten per auto naar Frankrijk. Het regiment kurassiers verblijft heel de dag op de parochie en logeert. Het kanon is geweldig.
25 oktober, zondag. – De kurassiers vertrekken ’s morgens vroeg en gaan de achterwacht vormen van het leger en doen zelfs nu en dan een charge als er mogelijkheid is. ’s Avonds komen zij terug naar Dikkebus. Dat doen zij verscheidene dagen, maar komen niet altijd naar Dikkebus overnachten. Tijdens de nacht horen we een verschrikkelijke kanonade die iedereen ontwekt en angstig maakt. Het nieuws is niet slecht: langs Passendale en Mesen gaan de Duitsers weinig achteruit maar ook niet vooruit.
Rond 1 uur doortocht van 50 Duitse krijgsgevangenen. Hunne fierheid is sterk gedaald. Rond 3 uur nemen de Duitsers 150 Engelsen gevangen en maken zich meester van 2 kanons. Men hoort maar weinig kanongeschot. De kerk is veel te klein voor al het volk dat op de parochie verblijft. Tijdens beide missen moeten er velen buiten staan. Veel Engels paardevolk kampeert op de hofstede, meest langs de kant van Vlamertinge, bij Claeys, Heugebaert, Lemahieu. Bij Heugebaert Amand zullen zij blijven tot december.
26 oktober, maandag. Veel kanon- en geweerschot in de nacht. Het nieuws is niet goed. Op verscheidene plaatsen is de vijand vooruitgegaan. Hij is zeer talrijk, minstens 3 tegen 1 en heeft reeds zwaar geschut terwijl de bondgenoten hier nog zonder zijn. Van 5 uur ’s morgens tot 2 uur in de namiddag passeren rond de 600 autobussen en autocamions met Frans voetvolk (rond de 14.000 mannen). Om 8 uur passeren 50 Duitse krijgsgevangenen waaronder 2 Oostenrijkers. In de voormiddag staat de kerk van Hollebeke in brand. ’s Achternoens deze van Mesen en ’s avonds het gesticht, allen in brand geschoten door de Duitsers.
Het nieuws verbetert en de kurassiers die ’s avonds komen logeren vertellen dat de Fransen 3 kilometer vooruitgegaan zijn langs Passcndale. Passendale is in de handen van de Fransen, alsook de helft van Moorslede. Heel de dag veel kanongevecht maar weinig anders.
27 oktober, dinsdag. De nacht verliep nogal kalm en tijdens de dag is het kanongevecht slechts bij tussenpozen. Een bestuurbare luchtbal hangt tussen Ieper en Brielen bijna heel de dag. Zeer veel vliegmachines. Er wordt geschoten naar de Duitsers maar zonder uitslag. In de avond en ’s nachts voorbijgaan van Franse artillerie en voetvolk (16de legerkorps).
28 oktober, woensdag. Tijdens de hele dag weinig kanongeschot. Langs Mesen wordt er toch hevig gevochten met geweer en mitrailleusen. Boven Dikkebus in de achternoen gevecht met mitrailleusen tussen 2 vliegmachines. Er wordt afgekondigd dat tussen 6 uur ’s avonds en 6 uur ’s morgens niemand mag zijn gebuurte verlaten en na 8 uur niemand meer op straat.
29 oktober, donderdag. Van in de vroege morgen is het kanon geweldig, de ruiten daveren, men bezigt reeds grof geschut. E. H. onderpastoor, Mr Thevelin, Mad. Brigou reizen naar Ieper in voiture. Zij komen zooveel auto’s en wagens en paarden tegen dat zij niet minder dan 5 kwartier op weg zijn tot Ieper. Almeteens tussen Pannenstraat en de brugge waar de kalsijde door de leege meersen loopt een bom wordt geworpen uit een Duitse vliegmachine en ontploft op 3 meter van de voiture, aan de kant van de kalsijde die daar een paar meters hoog is. Een meter van de aardeweg is weggenomen. Het is als bij mirakel dat paard en personen niet gedood zijn. Men schiet langs alle kanten naar het vliegtuig. Nochtans werpt deze nog verscheidene andere bommen.
Bij Leon … gewezen knecht van Brigou wordt het paard gedood in de stal. Te Ieper zijn de inwoners niet op hun gemak het kanongeschut. Het is schrikkelijk geweldig en komt van langs om dichter, zelfs gisterenavond zijn er bommen gevallen tot aan de Bascule en nu zijn het vliegmachines die bombarderen. In de stad is er veel gewoel van vluchtelingen, Engelse en Franse troepen. In de statie gedurig de ene kar na de andere met Franse gekwetsten om ze te vervoeren. Al de bijzonderste gestichten zijn ambulance. Vandage mag ik waarlijk de goede God danken dat hij mij nog laat terugkeren naar Dikkebus.
De trein van de Engelsen die in de weide van de burgemeester was is vertrokken naar ’t kasteel van Madame Mahieu tot groot genoegen van Amand Vermeulen wiens hooi zij bijna al gepakt hebben en windmolen verbrand. Heel de dag geweldig kanongeschot, nog nooit zo erg en ’s avonds veel geweergeschot. Bezoek van mijn broers.
30 oktober, vrijdag. Van ’s morgens vroeg is het kanongeschot vervaarlijk, bijzonder langs Hollebeke, Geluveld, Mesen. De huizen daveren. Het laatste nieuws is niet goed. De kanons naderen tot St-Elooi (Voormezeele]. Reeds vlucht er volk van daar. Ieper wordt reeds gebombardeerd door de Duitse kanons. Men wordt verlegen op Dikkebus. In de nacht passeren veel wagens en paarden die terugkeren van Ieper. ’t Zijn munitieposten die achteruittrekken. Maar wat ons opbeurt ’t is dat er nog kanons naar Ieper trekken met nog nog nieuw voetvolk. Nog geen voetvolk is teruggekeerd van de slag. Er zijn er reeds die 10 dagen lang vechten en enkel nu en dan enige uren mogen slapen onder de blote hemel en gedurig gevaar. Gelukkiglijk dat we heel de maand oktober bijzonder schoon weer hebben.
31 oktober, zaterdag. – We hebben van Z.E.H. Deken van Ieper de toelating verkregen om zondag (Allerheiligen) 4 missen te doen (2 binaties). Dat is nodig voor 6000 vluchtelingen. De vrijdag hebben wij reeds vele biechten gehoord en de zaterdag heel de dag. Niet minder dan 800 biechten.
De nacht is kalm. In de morgend het kanongeschot begint tussen Wijtschate en Mesen en het wordt hoe langer hoe heviger en hoe dichter. Men ziet de bommen vallen op Wijtschate waarlijk het regent er schrapnels. De Franse kanons worden geplaceerd aan de Vierstraat en reeds ziet men ze schieten. Bijna heel Wijtschate vlucht in de namiddag. Men ziet verscheidene branden waaronder de beide onderpastorijen. Moet de toestand nog iets verslechteren, het zal gevaarlijk worden voor Dikkebus. Veel mensen hebben reeds hun pakske gemaakt en bijna allen hun kostelijkheden gedolven. Sommige boeren hebben hun beesten verhuisd.
Het was een verschrikkelijke avond voor Dikkebus en iedereen vraagt zich af ‘Is het morgen onze beurt niet van te vluchten?’ In de avond komt de Engelse état-major uit Ieper naar Dikkebus, maar enige uren later gaat hij alweer naar Ieper. Ieper is vandaag nog meer gebombardeerd geworden, reeds grote marmieten. ’s Avonds nog een nieuwe brand in Wijtschate, het klooster van de Franse zusters. ’t Is 10 dagen helaas dat de streek zonder brand niet meer is, iedere avond ’t is al een klaarte van noord tot zuid en heel de oostkant. ’t Is de tactiek van de Duitsers, hofsteden en huizen in brand schieten opdat de bondgenoten er geen verdedigingsplaatsen zouden van maken.
’s Avonds rond 8 uur verbetert de toestand een weinig. Reeds zijn Franse kurassiers en Huzaren komen versterken (de vijvermeersen staan er vol van) en rond 9 uur komt zeer veel Frans voetvolk. Dikkebus ligt vol soldaten. Men vindt ze slapen langs de huizen buiten op de blote grond, niet minder dan 150 liggen in de kerk. Vele Engelsen zijn hier ook. Bij de onderpastoor slapen 2 Engelse kolonels.
Uit ‘De Oorlog te Dickebusch en omstreken 1914-1918’ door A. Van Walleghem


