Zoals aangegeven mobiliseert het Franse bewind de bevolking vanaf het jaar 1793. Deze algemene ‘levée’ […]
Al gauw gonst het van de geruchten in de Nederlanden dat er een nieuwe oorlog […]
11 augustus 1593. Rond 22u komen honderdtwintig Oostendse ruiters aan land in de buurt van […]
Anno 1792, op de 16de juni. Na het verlopen van 48 jaar en één dag, […]
Anno 1915, op de 22ste april, donderdag. De oorlog ging sedert enige weken zijn gewone […]
Anno 1914, op de 1ste augustus, zaterdag. Om 4u30 ’s morgens werd er gebeld. Het […]
Anno 1914, op de 2de november, maandag. Allerzielendag. In de sacristie zei mij een Franse […]
..wat voorafging …. 26 april, maandag, St-Marcusdag. Processie in de kerk. 150 mensen aanwezig. In […]
1 maart 1915, dinsdag. – Heel de dag door vallen er nu en dan bommen bijna overal rond de plaats, bij Celeste Planckeel, Zweerd, Hallebast enz. maart geen op de plaats zelf.
2 januari 1915, zaterdag. – Nog al veel geschut in de nacht. Bommen voort rond de vijver en rond de Krommen Elst. Daar wordt de bakkerij ingeslagen en andere huizen zeer beschadigd. Het Duitse kanon is vandaag zeer geweldig.
Door de overbevolking, de slordigheid van de soldaten en alle gemis aan reinigheidsdienst en misschien nog Veel andere oorzaken is een ziekte ontstaan op de streek, een afloop die bijna algemeen wordt. Sommige mensen lijden er weinig door, doch bij Veel oude en kranke mensen wordt die plaag dodelijk.
Op de 15de arriveerde koning Lodewijk 14 in het leger voor de stad die hij persoon rondom ging bezichtigen. Daarna vertrok hij naar zijn logement dat voor hem bereid was gemaakt in een brouwerij staande op het Wieltje, op de weg naar Brugge, een half uur van de stad.
De winter 1381-1382 kondigt zich bedenkelijk aan. De burgers van Gent zijn de miserie en de oproer meer dan moe en ze kijken met beschuldigende vinger in de richting van de Witte Kaproenen.
In de huizen waar niemand thuis was hebben alles meegenomen wat hun dienen kon, in vele herbergen betaalden ze niet, van hooi en strooi bedienden ze zich naar willekeur en namen een goede voorraad mee. Bij Jules Maerten en bij Hilaire Lievens stalen zij een paard en bij Petrus Braem 1 paard en 2 velo’s.
André Paeldinck, burger van Ieper en eveneens kapitein van de Boterpoort, heeft de voorhoede van de Engelse en Gentse legers opgemerkt. Ze zijn op komst langs de weg die leidt van Poperinge tot Ieper. Hij slaat vliegensvlug alarm. De nadering van de vijand gebeurt zo plots dat enkele bewoners van de Ieperse buitenwijken er door verrast worden. Een zekere Braem De Meule krijgt niet eens de tijd om zich terug te trekken in de stad.