1 maart 1915, dinsdag. – Heel de dag door vallen er nu en dan bommen bijna overal rond de plaats, bij Celeste Planckeel, Zweerd, Hallebast enz. maart geen op de plaats zelf.
1 maart 1915, dinsdag. – Heel de dag door vallen er nu en dan bommen bijna overal rond de plaats, bij Celeste Planckeel, Zweerd, Hallebast enz. maart geen op de plaats zelf. In de achtermiddag communiceren wel 250 Ierse soldaten. Z.H. de paus heeft de previligie verleend aan de soldaten die dezelfde dag naar de tranchées moeten van te communiceren zonder biecht in ’t bijzonder en zonder nuchter zijn. Eene algemene biecht wordt gesproken door al de soldaten te samen en dan een algemene absolutie. Het is de eerste maal dat hier in onze kerk van die prévilège gebruik gemaakt wordt.
2 maart, woensdag. – Rond middernacht doen de Engelsen rond St-Elooi een attaque. Zij pakken 3 tranchées maart de Duitsers pakken ze weer. De Engelsen hebben grote verliezen. Wel 100 doden op St-Elooi alleen en zeer vele gekwetsten. De auto’s kunnen ze niet zere genoeg vervoeren. Ze moeten ze in de kerk leggen in afwachting. Het gevecht was hevig met de bajonnet. De troepen die gevochten hebben zijn meest Canadezen. Het is 14 dagen dat zij hier in Frankrijk toegekomen zijn. Aan het wezen zelf kan men zien dat de type verschilt met de Engelsen. Hun kostuum is wat groener. Vele spreken Frans. Ik wordt geroepen bij een katholiek Canadees majoor die dodelijk gewond in het klooster ligt.
In de voormiddag brandt het hof van Dumoulin over ’t vijverhuis, waarschijnlijk door de onvoorzichtigheid van de soldaten. Alles plat. In de namiddag brandt het hof van Holvoet bij de Vierstraat in brandgeschoten door de vijand.
3 maart, woensdag. – Weinig kanongeschut.
4 maart, donderdag. – In de voormiddag vallen schrapnels aan en over de plaats, bij ’t Zweerd, villa Gysels, Zweerd en melkerij, ook bij Henri Baes. In de namiddag nog al vele mensen te biecht voor de biddag.
5 maart, vrijdag. – Biddag. Het H. Sacrament wordt uitgesteld van 6 ure tot na de hoogmis om 9 ure. Ik heb geen vreemde biechtvader gekregen. 300 communies werd(en) uitgedeeld. Lof om 2 l/2 ure. Rond de middag vallen schrapnels rond kerk en pastorie. Van na de hoogmis tot ’s avonds 6 uur heb ik gedurig berechtingen gedaan, waarvan een op het grondgebied van Voormezele in de herberg ‘Het pavilioen’. Schrapnels vallen er gedurig bachten het huis, in de Krommenelstreek werden die dag een paard doodgeslegen en 2 soldaten gekwetst. In café Français en Café Belge waren de bewoners alweer teruggekomen alsook in 2 huizen van de reke. 3 van de reke waren gebombardeerd en afgebroken ook ’t huis van Beun groenselier en de hofstede voor café Français. Van de 6 berechte personen 5 zijn gestorven.
6 maart, zaterdag. – Jules Delanotte, landbouwer, is overleden in ’t hospitaal van Poperinge. Die brave man is het slachtoffer van zijn goedheid. Overlast van vluchtelingen is de ziekte bij hem uitgebroken en hijzelf erbij gevallen. God loone hem voor zijne goede werken! In de ochtend wanneer ik nog in de kerk ben ik hoor reeds gedurig het geschuifel van de schrapnels. Alweer vallen er vele tusschen Zweerd en Hallebast. Die plaats zal altijds zeer gevaarlijk blijven, omdat er daar zoveel vervoer en passage is en de Duitsers dien weg kunnen zien van in hunne tranchées van Wijtschate. Wat mij sedert lang verwondert het is dat de Engelsen de toren van Wijtschate niet tenvolle bombarderen, van daar immers moet de vijand wel onze parochie kunnen bespieden. Men zou waarlijk zeggen dat de Engelsen hier zelf de positie niet kennen. Het gebeurt dikwijls dat er bommen vallen juist op ’t ogenblik dat er grote passage is, en dan spreken zij van spionnen, terwijl ze nooit denken dat de vijand daarvoor geen spionnen nodig heeft. Het is eene bemerking die ik zelf verscheidene malen aan de officieren gemaakt heb.
7 maart, zondag. – Nog veel mensen te communie. Rond de 600 communies zijn deze dagen uitgedeeld. alweer de kerk vol soldaten. In de voormiddag vallen bommen rond het Zweerd en in de namiddag langs de kalsijde van Ieper en alweer rond Zweerd. Driemaal per week komen de Engelse dokters vaccineren in de herberg ‘Het hoekje’. De eerste keren was er bijna niemand die zich aanbood, enkel 25 of 30 personen iedere avond. Vele rare geruchten werden daarover verspreid en vele mensen waren benauwd. Er werd verteld dat te Vlamertinge 3 personen ervan gestorven waren. Deze avond echter zijn er wel 125. Sommige zijn nog al ongesteld, hebben de koorts, andere enkel plaatselijke reacties, maar geen zijn zeer ziek. Nochtans later zal het met 2 of 3 personen die reeds niet goed waren gebeuren dat zij erg ziek worden. Er wordt uitgebeld dat iedereen moet de schade aangeven die hem door het Frans leger aangedaan wordt.
8 maart, maandag. – Om 12 uur ’s nachts brandt het huis van Henri Desmarets, landbouwer, door de onvoorzichtigheid van deBelgische kanoniers. Zeer veel geschut sedert 3 dagen langs Boezinge maar geen bommen op Dikkebus.
Vandaag doe ik een bezoek naar Vlamertinge. Zeer vele barakken en tenten van Engelsen staan tusschen Vlamertinge en Reningelst bijzonderlijk aan het hof van Desmytere. Het schijnt een geheel houten dorp. Op de plaats van Vlamertinge zit het nog vol Engelsen. West-Nieuwkerke wordt sedert enige dagen alweer gebombardeerd. E.H. Masschelein is er onderpastoor genoemd in de plaats van E.H. Reynaert, gedood. Bij Remi Onraet zijn de Engelsen reeds tweemaal in de kelder gebroken en hebben er boter gestolen. alweer vele personen doen zich vaccineren. Ik ook, ik ben niet onpasselijk geweest. Wanneer een vliegmachine passeert een schildwacht steekt het schuifeling en al de soldaten duiken zich weg om niet gezien te worden.
9 maart, dinsdag. – Veel geweergeschut in de nacht. Geen bommen vallen maar in de avond schieten onze kanonnen geweldig. Ik heb gezien dat er grote putten zijn langs de kalsijde van Zweerd naar Hallebast.
10 maart, woensdag. – Heel de avond en nacht zeer geweldig geweerschot langs Vierstraat en St-Eloi. De tranchéewerkers die nu gaan werken van 11 ure ’s nachts tot 5 ure ’s morgends vertellen dat de kogels dichter vlogen dan gewoonte. Geene bommen op de parochie. In de kerk hebben de Engelsen lelijke manieren gehad. Ik heb gereclameerd aan de kampcommandant. Van zodra de Engelsen een plaats vinden die schikt zijn ze aan het footbalspelen. Welhaast zullen de burgers dit spel achterdoen en spelen met de soldaten of alleen. Het regent sedert enige tijd wat minder, maar het is zeer koud.
11 maart, donderdag. – De troepen verlaten de kerke en geen andere zijn erin gekomen. Kalme dag.
12 maart, vrijdag. – De Engelse kanons over de vijver schieten geweldig heel de namiddag. De Engelsen hebben eene schone overwinning behaald te Neufchapelle. Een Duitse vliegmachine werpt 3 bommen op Poperinge. 4 doden en 20 gekwetsten.
13 maart, zaterdag. – Schoon weer. De grond is reeds veel gedroogd. Men heeft nieuwe moed en vele versterking komt toe. Op het land van ’t molenhuis over het wegelke naar de vijver maakt men eenen grote steenput, naar daar een waterleiding door de vijverdam. Het is een nuttig werk en zo zal men heel wel het water van de vijver kunnen benuttigen. Welhaast zal men gedurig de waterkarren er zien naartoe rijden. Ingenieur Vanderghote van Ieper bestuurt de werken. Van heel de week geen bommen op de parochie gevallen. In de namiddag doen we de schilderijen van de kerk af. Zij worden op elkaar gerold en door Louis Ghys naar Poperinge gevoerd en aan de zorgen toevertrouwd van E. H. Pastoor. Kolen zijn toegekomen en eindelijk krijg ik er 100 kilo’s voor 5.20 fr.
14 maart, zondag. – Rond de 40 soldaten hebben in de kerk gelogeerd. Hoogmis door Engels almoezenier. Voor 5 ure namiddag nog niets bijzonders, toen al met eens de Duitsers daar een hevige attaque doen rond St-Elooi en Voormezele. Wat schrikkelijk geschut! Alles is in rep en roer. Iedereen loopt naar het kerkhof, de openste plaats om te zien wat er gaande is: het was gedurig de ene bom na de andere die men zag ontploffen. Op Voormezele, plas, over de vijver, Vierstraat en overal zo zeer dat men ze niet tellen kon. De Engelse kanons aan de oude vijverdam antwoordden geweldig, de andere min. Iedereen raadde eene attaque der Duitsers. Het was maar al te waar. Al snel kwamen de eerste ruiters en velomannen in volle vlucht afgesneld om de munitiemannen en officieren te verwittigen. Wat een geweld! Een halve uur nadien kwamen de eerste munitiewagens in woeste rit afgestormd en dan gedurig de ene na de andere. De Engelsen immers waren op het onverwacht gepakt en zij hadden maar weinig munitie bij hun kanonnen. Het kanongeschut verminderde niet en duurde heel de nacht even geweldig. Nog nooit heeft men dat gezien noch gehoord. En gebeurt het dat het kanon enige seconden zwijgt men hoort hoe geweren en mitrailleusen ook hun volle deel hebben in ’t gevecht. Alle soldaten moeten direct naar de tranchées en vele versterking komt toe ook recht naar de tranchées. Geen soldaten gaan naar bed ook vele burgers durven het niet reschieren.
15 maart, maandag. – Hetzelfde gevecht duurt tot 9 uur van de voormiddag. ’s Mmorgens om 6 1/2 brandt het hof van Jeroom Goudeseune, in brand geschoten door de vijand. In de voormiddag vallen vele bommen rond Hemelrijk, We Vandepittes, langs deze kant de vijver en rond de Kapelstraat. Inderdaad de Duitsers hebben aangevallen. Zij hebben door de eerste lijn tranchées geboord aan St-Elooi en Verbrande Molen, zij richten zelfs over St-Elooi en zelf een patrouille paardenvolk van 5 mannen gerecht op de plaats van Voormezele. In de nacht hebben de Engelsen een contreattaque gedaan en ze herwonnen het grootste deel van St-Elooi nochtans de Duitsers bleven in de steenoven. En sedertdien is St-Elooi bezet door beide legers. Voorzeker hebben de Duitsers die de aanval gedaan hebben grote verliezen gehad, maart ongelukkiglijk de Engelsen hebben er ook vele gehad.
Vooral de Ieren die op dat ogenblik in de aangevallen tranchées verbleven. Van een enkel regiment zijn 7 officieren gevallen. Het is vooral de contre-attaque die hun veel volk gekost heeft. Ook wanneer de Ieren uit de tranchées terug komen gaan zij aanstonds naar Westouter om te rusten en hun verdunde rangen te hervormen, hoewel het nog hun beurt niet was. Tot nu toe hadden de Engelsen hier geen lastige dagen gehad. De divisie bestaat uit 3 brigades waarvan altijd 1 te Dikkebus is, een in de tranchées en een te Westouter. Ze komen naar Dikkebus voor 12 dagen, waarvan beurtelings 2 in de tranchées, dan 6 dagen rust te Westouter terwijl de Fransen in oktober en november bijna gedurig in de tranchées waren. Soms een week lang.
Voor de eerste maal sedert 5 1/2 maanden ga ik de H. Communie dragen naar de zieken. Vandaag langs de kant van Kemmel, De Klijtte, Reningelst naar 12 zieken. Morgen op de plaats, Hemelrijk, en de kant van Vlamertinge naar 19 zieken. Op beide ronden heb ik vele kans gehad en juist een uur gepast dat er geen bommen vielen. Sedert Allerheiligen doe ik altijd de berechtingen in het zwart. Ik heb altijd de H. Olie op zak.
In de dag en in de avond komen zeer veel soldaten toe, nog nooit zoveel.
16 maart, dinsdag. – Wanneer ik naar de kerk ga vind ik ze propvol soldaten, misschien wel 500 tot op het altaar toe. Ik slaag er toch in er over te terten en kan zo tot aan de sakristiedeur geraken die ik kan openen voor het volk. Ik heb veel moeite om het altaar vrij te krijgen. Op de parochie is het waarlijk al troepen die men ziet, ondanks de tijd van het jaar sliepen er vele buiten op de dammen voor de huizen. Op ’t land van Maur. Lemahieu sliepen er wel 400 onder de blote hemel.
Iedereen verwachtte zich dezen nacht aan eene nieuwe contre-attaque van de Engelsen: maar ze hebben niet geroerd en van de hele nacht bijna geen kanongeschut. In de namiddag om 3 1/2 vallen bommen in de vijver, in de weide van Justin Thevelin, bachten Batten en ook in de weide van Leon Opsomer.
Het weer is nu zeer goed en de wegen veel verbeterd. Burgers en Belgische soldaten vermaken gedurig de wegen. Nevens kalsijde en gravier delven ze de aardekant af en men legt er staken en bunsels hout de ene dicht tegen de andere en aan elkaar verbonden door ijzerdraad. De staken maakt men van iepen die men op de hofsteden en weiden gaat neervellen. Reeds het vierde deel der iepen zijn geveld. Omtrent al de bomen van de streke, de kalsijdeboomen uitgezonderd, zijn toch veroordeeld, want allen zijn de pel afgeknaagd door de paarden, fruitbomen al zowel als de andere. Nergens vindt men nog een eindeke haag van 10 meter lang, overal gaten ingekapt. Sommige hagen zijn geheel verdwenen. Sommige bezaaide partijen land zijn deerlijk vermoord. Er wordt toch verbod gegeven van er op te gaan, maar verbieden helpt niet veel met de Engelsen. Sommige zetten plankjes met het verbod erop in Engelse taal ‘Kindly keep off this field, crowing crops’ andere spannen stekkerdraad en dit laatste middel is het beste. Vele mensen doen nu hun chicoreien uit en leveren ze naar Loker of Poperinge. De burgemeester droogt ook. De bonen gelden reeds 40 fr.
Vandaag 2 Duitse krijgsgevangenen van het rode kruis.
17 maart, woensdag. – Heel de nacht geweldig geweergeschut tot rond 6 1/2 ’s morgens. Feestdag van St-Patrick te Westouter en Reningelst, plechtig gevierd door de Ierse soldaten. Die dag dragen zij alle het klaverbladje ter ere van hun patroon. Enkel 15 soldaten in de kerk. In de namiddag rond 4 uur vallen schrapnels tussen Zweerd en Hert, in de weide bachten Blomme maakt men een sterke abri, daar bachten op het land maakt men tranchées maar enkel uit oefening. Het weer is schoon en toch weinig vliegmachines.
18 maart, donderdag. – Heel de nacht geweldig geweergeschut. Niet alleen hoort men het schot afgaan, maart men hoort ook het gezoef van de kogels. Dit is bijna nog nooit gebeurd. Langs Westouter, Vlamertinge, Reningelst maakt men veel tranchées. Men legt een dubbel spoor op de ijzerweg Vlamertinge- Poperinge en men versterkt wel die ijzerweg. In de voormiddag vallen schrapnels bij Van Eeckes molen en in de namiddag bij Zweerd en Hal!ebast. Kemmel is zondag alweer geweldig gebombardeerd geweest. 3 of 4 personen dood en wel 15 gekwetst. Aan de Kruisstraat te Ieper 6 personen gedood. Te Kemmel zijn er nochtans geen gevallen op de plaats.
19 maart, vrijdag. – Feestdag van H. Jozef, patroon van het vaderland. 225 communies. Gesneeuwd en koud weer. Voorzeker is er tijdens de nacht iets bijzonders gaande geweest want al de officieren zijn bijna heel de nacht uitgebleven. Schrapnels rond de vijver. De état-major van de brigade die gemeenlijk bij Mad. Brigou was is verhuisd naar ’t kasteel van Mad. De Gheus. Geen soldaten in de kerk.
20 maart, zaterdag. Schoon weer, veel vliegmachines heel de dag waarnaar er veel geschoten wordt. Anders kalm. Een kant van de toren van Wijtschate is afgeschoten door de Engelsen. Een schone zake. Jammer dat ze zo lang gewacht hebben. De Engelsen zijn wat minder wantrouwig geworden en zo veel personen worden niet meer aangehouden. Bom uit vliegmachine bij Vandenbroeke.
21 maart, zondag. – Zeer schoon weer. Passiezondag. Door toelating van Z.E.H. Deken van Ieper, apostolische afgevaardigde begint vandaag de Paastijd en duurt tot 14 dagen na Pasen. 150 communies.
Van ’s morgensvroeg zijn reeds vele vliegmachines op gang en gedurig wordt ernaar geschoten, Het is het een wolke bij ’t ander bijna gans de voormiddag. Om 9 uur valt een bom uit een vliegmachine op de koer van Leon Van Isacker. 5 soldaten worden licht gekwetst. Om 9 1/2 beginnen ze geweldig te bombarderen aan het Hallebast. Weinig volk van die kant durft naar de hoogmis komen. Om 10 1/2 valt een bom op het huis van landbouwer Petrus Braem aan het Hallebast. Petrus die nevens de stoof zat wordt erg gekwetst aan hoofd en benen. maar nog erger is het met de maart Margriete, deze stond op de zoldertrap en werd een been afgeslagen. Nog 5 soldaten worden gekwetst. Al die ongelukkigen worden door de soldaten op brancards naar het klooster gedragen naar de ambulance. Ik geef de absolutie aan Petrus, Margriete en een katholiek soldaat. Aanstonds worden ze per automobiel naar het gasthuis van Belle gevoerd. Helaas geen van beide zal zijn wonden overleven. Na verschrikkelijk lijden sterft Margriete op 25 maart en Petrus op 10 april. Nog verscheidene bommen zijn gevallen in de weide van burgemeester, bachten de smis van Jules Devos, ook bij Opsomer en aan de vijverdam. Bachten het huis van Henri Vieren, herberg Amerika, is ook een schrapnel en ’t is bij mirakel dat de maart Zoé niet doodgeslagen werd. Zij lag ziek te bed en een stuk van 5 kilo is juist boven haar hoofd in de muur gedrongen, na dekens en lakens doorboord te hebben. Groot is alweer de schrik op de parochie.
2 Engelse vastliggende luchtballen hangen boven onze lijnen en een Duitse boven de Duitse lijnen. Het is de eerste maal dat ballons captifs van zulkdanige vorm te zien zijn. In de maanden oktober en november hingen ook vastliggende luchtballen om de vijandelijke stellingen te bespieden, maar deze waren rond. Tijdens de overige wintermaanden echter waren er geen meer te zien. Nu zien we er weer voor de eerste maal maar hun vorm is langwerpig en lijkt op een dikke saucisse, het volk noemt ze ”t zwijntje’. Van onder in een schuit zitten de observateurs.
Van langs om meer tenten worden geplaatst. Op de hofstede Delanotte, Comyn en Vandenbroeke wordt alle gereedschap gemaakt om kanonnen te plaatsen. Dat brengt grote schrik onder de bevolking. Gelukkig dat het enkel voorzorgen zijn.
22 maart, maandag. – Heel de nacht veel geweergeschut, om 6 l/2 ’s ochtends en om 5 l/2 ’s avonds vallen schrapnels aan het Hallebast en Van Eckes molen en een tussen de hofsteden van Dalle en Cafmeyer. 200 soldaten in de kerk, Canadezen en elosters. Vertrek van de eerste karnpcommandant en interprête Constantin, hun vertrek wordt betreurd op Dikkebus.
Vele tyfuslijders van hier weggevoerd sterven in de hospitalen van Poperinge en Ieper. Deze die te Poperinge sterven worden daar begraven. Deze van Ieper mogen naar hier overgebracht worden. Helaas ze worden er begraven zonder kist, tenzij de familie er op tijd bij is om een te doen maken. Marcel Verschelde van Vierstraat, reeds begraven, wordt ontgraven in kist gedaan en overgebracht naar het kerkhof van Dikkebus.
23 maart, dinsdag. – Nacht nogal kalm tot rond 4 uur dan al met eens geweldig kanongeschut een halve uur. 2 bommen vallen rond de burgemeester en een schrapnel ontploft boven de plaats. Rond de middag passeren 150 Belgische cyclisten met aalmoezenier. Deze is gekleed als Engelse priester maar met priesterhoed waar nationale band en kruis op de borst. Het is de 1ste maal dat hier een Belgisch aalmoezenier op het dorp komt.
24 maart, woensdag. In de namiddag vallen verscheide bommen tussen Zweerd en Hallebast. Heel de kerk vol soldaten : bijna onmogelijk enige diensten te doen. Vandaag vertrekt de 27ste divisie. Eerst enige dagen rusten en dan naar Ieper. Het is een van de beste dat we gehad hebben. De kampcommandant was zeer wel. De majoor die verleden nacht in mijn huis gelogeerd had is dezeon nacht doodgeschoten in de tranchées. De ordonnance komt zijn pakken halen. Plakbrieven worden uitgehangen 1) alle wapens moeten ingedragen worden 2) verbod nog alcohol te verkopen aan de soldaten 3) de winkels mogen niet verkopen boven de prijs gesteld door de gemeenteoverheid. Nieuws dat de streek van Premyst door de Russen is ingenomen.
25 maart, donderdag. – Feest van O. L. Vrouw boodschap. 90 communies. Geen soldaten in de kerk. Het is nu bijna een half jaar dat wij ons dorp vol soldaten hebben. Hoewel sommige personen met de oorlog hun ogen geopend hebben en tot een christelijker leven zijn overgegaan, heeft de gedurige omgeving van soldaten en de ongewone tijdsomstandigheden toch in het algemeen onder geestelijk en zedelijk opzicht een schadelijke invloed op de bevolking gehad.
Sommige personen hebben geen tijd meer voor kerk en sacramenten en denken op niets anders meer dan op geld winnen. Gelukkig is hun aantal niet groot en het is meest die soort van volk die voor de oorlog enkel naar de kerk gingen voor de mode. Dat sommige vrouwspersonen zich niet altijd even eerlijk gedragen hebben is helaas ook niet te verwonderen, ingezien de gevaren en allerhande aanlokkingen der soldaten.
De ergste waren de vluchtelingen aan meest gevaren blootgesteld en daar zij op een vreemde waren ook schaamtelozer. Maar in het algemeen ging het onder dat opzicht nog wel op de parochie, en het was verre van hetgeen we hoorden vertellen van veel andere parochies Dat de kinderen sedert 7 maanden zonder school en gedurig bij de soldaten ook heel verwilderd waren, is natuurlijk. Het is ook al soldaterij dat in hun hoofd steekt.
Men ziet de jongens slenteren rond de soldaten de grootste met soldatenschoenen, allen met soldatengetten, velen met soldatenbroek, hun muts steekt vol koperen letters (zoals de soldaten als kenteken van hun wapen en regiment op de schouders dragen en die ze gevonden hebben of gekregen hebben) een zakje onder de arm om de vlees en geleidozen in te bergen die ze vinden of de lege flessen die de soldaten hebben achtergelaten en die de jongens direct gaan verkopen. Altijd rond de soldaten zien en horen zij veel dat hun niet en dient. Hun spelen zijn al soldaterij. Deze namiddag in de weide bachten mijn huis zijn er een dozijn zulke gasten aan het spelen.
Eerst maken ze tranchées, dan plaatsen ze eene oude stovebuise in de haag: het is een kanon. Nu maken zeeen fort met grote lege dozen welke ze op elkaar plaatsen. De slag gaat beginnen. maar eerst moeten ze zich in tenue zetten: broek opgesloofd, kousen naar beneden en dan een schorte rond hun leden: het zijn de highlanders. 4 kropen temidden de hoop om zich te verdedigen. En almeteens op een gegeven teken de 8 andere beginnen er naar te smijten met dozen en aarde. De belegerden duiken zich plat, totdat eindelijk hun toestand onhoudbaar is en zij zich overgeven.
In de namiddag en avond veel geschut rond Boezinge. Om 7 uur ’s avonds vallen 10 bommen boven Vlamertinge waarvan 4 langs de ijzerweg. Een huis wordt platgeschoten 3 soldaten gedood en verscheidene burgers gekwetst. Het is op de statie dat ze het gemunt hebben. Waarschijnlijk werden deze bommen gezonden door een autokanon.
26 maart, vrijdag. – Feestdag van O.. L. Vrouw van 7 weeën. De nieuwe Engelse troepen welke wij hier hebben zijn van de 5de divisie. Het zijn de lste die in België aangekomen zijn. Ze hebben gevochten te Mons. Ze zijn door Dikkebus gepasseerd de 20ste oktober, hebben gevochten over het Hooghe eerst en later rond Kemmel en Wulvergem. Er zijn toch ook nieuwe soldaten bij die nog maar van Engeland gekomen zijn. Op Dikkebus is een regiment H.A.C. [honorable artillery company) bestaande meest uit rijke families van Londen, velen ervan worden officier. Overal waar ze toekomen doen zij veel tering. Daarbij zijn ze heel fatsoenlijk. Niet te verwonderen dat het volk ze graag heeft. Een electricien en een student in medicijnen te Londen zijn bezig met de kerk te vegen. In de avond passeren vele kanonnen. In de kerk is nu de postdienst ingericht. Dat zal maar weinig stoornis teweegbrengen voor onze diensten.
27 maart, zaterdag. – Reeds zijn de vliegmachines aan de gang voor 5 uur ’s morgens waarnaar vele geschoten wordt. Helder weder. In de voormiddag vallen bommen bij Henry Vandecasteele en 8 vallen op De Klijtte, een bij de kapelle, geen ongelukken.
28 maart, Palmzondag. – 175 communies. Wel 150 soldaten in de hoogmis. Gevroren, zeer koud, vliegmachines van zeer vroeg. Er zijn minder troepen dan gewoonte. Een katholiek Engels officier komt mij vragen in naam van de generaal om de kerk te mogen gebruiken voor protestantse diensten. Hij zegt mij dat reeds veel pastoors in Frankrijk het toegelaten hebben. Ik weiger zeggende dat het strijdt tegen het kerkelijk recht. Ik zal het enkel toestaan wanneer Z.E. H. Deken van Ieper het mij oplegt. Wat later wordt een katholiek almoezenier (Gill S.J.) ook gezonden met dezelfde vraag, deze handelt enkel uit gedwongenheid en keurt mijn weigering goed. Nooit echter hebben zij gewaagd het te vragen aan de deken van Ieper. Enige dagen nadien ik sprak er hem van en hij zei mij van het nimmer toe te laten.
29 maart, maandag. – Bommen in de ochtend aan het Hallebast. Oostvleteren is deze laatste dagen ook gebombardeerd geworden. Telefoon en telegraaf worden geplaatst in mijn spreekplaats. Aankomst van Mr Van Temsche onderpastoor van Voormezele, die mij komt helpen voor de paasbiechten.
30 maart, dinsdag. – Bommen in de voormiddag aan het Hallebast. In onze beproefde streek bestaat er sedert enige maanden een liefdadigheidswerk genoemd: ‘l’ aide civil belge’. Deze bestaat uit talrijke Belgische dames en juffrouwen meest van grote families en ook uit veel Engelse heren en juffrouwen die zich ten dienste stellen van de burgerlijke bevolking van onze bezette streken. Bijna al de Engelse heren behoren tot het liefdadigheidsgenootschap der Quakers en noemen zich ‘St-Johns Society’ en zijn gekleed als Engelse officieren. Ze hebben een uitgebreide inrichting. De koningin der Belgen is ere-voorzitster, de gravin Van de Steen de Jehay voorzitster en de gravin d’Ursel ondervoorzitster. Dat werk bestaat onafhankelijk van leger en van gouvernement en wordt onderhouden door de liefdadigheid meest van Engelsen, Amerikanen en Fransen.
Als het nodig is zal de Engelse ‘St-Johns Society’ zich ten dienste stellen van het leger en gekwetsten vervoeren. Zo doen ze lange tijd voor het Frans leger. maar hun doel is bijzonder van de burgerlijke bevolking bij te staan. Hun eerste werk is te zorgen voor de zieken. Daarom richten ze de grote hospitalen in van Poperinge St-Elisabeth; Ieper H. Hart, St-Omer, Montreuil voor tyfuslijders. Daar hebben zij verscheidene dokters. maar naast hun middenhuis dat eerst te Poperinge was, hebben zij nog hulphuizen dichter de vuurlijn. Zo komt er in juni te Dikkebus een. Daar ook zijn dokters en deze gaan gratis zieken gaan meesteren overal waar ze gevraagd worden, meestal in de gevaarlijkste plaatsen; zonder nochtans te willen concurrentie doen aan de andere dokters. Indien ze vinden dat iemand een besmettelijke ziekte heeft zij voeren hem naar het hospitaal. Anders bezorgen zij hem thuis. Zo hebben ze veel zieken bezorgd te Dikkebus, Vlamertinge, Kemmel enz. Het zijn ook deze dokters die de vaccinatie doen tegen de tyfus. Ook bij hen mag men gratis poeders halen voor de ontsmetting.
Een tweede werk is de zorg der armen. Ze delen melk uit aan de kleine kinderen, ook cacao en ze helpen ook de moeders die hun kinderen moeten voeden. Zij delen ook kleren uit aan de arme mensen. Hebben ook aan sommige kantenwerksters garen gegeven. Een derde werk zijn de schoolkolonien. Onafhankelijk van de staat hebben zij ook hun schoolkolonien waar de kinderen benevens enige uitzonderingen, ook wel zijn.
Vandaag komen 2 heren van de ‘St-Johns Society’ bij mij en vragen hier ook een post te mogen stichten voor het uitdelen van melk aan kleine kinderen en kloekte aan de moeders. Alles wordt geschikt. De uitdeling zal gedaan worden bij Jules Lauwyck in de herberg ‘Het Hoekje’ door zijn zuster kloosterlinge hier gevlucht die alles zal bereiden. Aanstonds ga ik rond op zoek naar behoeftige kinderen beneden de 2 jaar en vind er 41. Cyriel Claeys landbouwer zal dagelijks de melk leveren aan 25 centiem de liter.
31 maart, woensdag. Vandaag begint de eerste uitdeling van melk. Om 2 uur lering voor de kinderen tot voorbereiding van hun paasbiecht en paascommunie. 150 zijn tegenwoordig waarna biecht. In de voormiddag een hele compagnie soldaten komt plaats nemen voor de etat-major en 3 soldaten worden er door de generaal van divisie gedecoreerd. De generaal van divisie draagt een rode band rond de arm, de generaal van brigade een blauwe.
In de nacht veel geweergeschut en in de namiddag bommen rond Hallebast, vijver en Hemelrijk. Sedert het begin van de maand bestaat hier een Belgische post van gendarmerie, eerst in de Kerkstraat, dan Paradijs, later in het huis van Madame Cardon. 4 gendarmen, de chef is de brigadier van Iseghem. Zij zijn meest belast de politiereglementen te doen onderhouden door de burgers en ook tusschen burgers en soldaten. Door de aard van hun ambt zelf zijn de gendarmen in het algemeen niet bemind, maar hier op Dikkebus hebben we geen redenen van klagen. Integendeel; ze verdedigen wel de rechten van de burgers tegenover de soldaten, zelfs meer dan eens zullen ze geweld gebruiken tegen onrechtvaardige of baldadige soldaten. Er is ook een Engelse politie, deze die(nt) volstrekt tot niets, integendeel. Ik heb dronken politieagenten genoeg gezien. Bij Constant Bucquoye werd eens een vat ‘stout’ gestolen. De daders waren mannen van de Engelse politie.
–
Lees verder hier
Uit ‘De Oorlog te Dickebusch en Omstreken’ 1914-1918 – van A. Van Walleghem –


