banner
nov 1, 2018
2462 Views

Het witte paard van Lodewijk de 14de

Written by

Op de 15de arriveerde koning Lodewijk 14 in het leger voor de stad die hij persoon rondom ging bezichtigen. Daarna vertrok hij naar zijn logement dat voor hem bereid was gemaakt in een brouwerij staande op het Wieltje, op de weg naar Brugge, een half uur van de stad.

banner

Anno 1678, op de 13de maart, wezende een zondagmorgen om 10u vertoonde zich andermaal het leger van de Fransen op de weg van Waasten. En nadien rondom de stad van Ieper. De 14de zijn de Fransen begonnen met het vullen van al de dijken, diepten en grachten die tussen hen en de stad waren gelegen. Daarna hebben ze er hun aanvalslijn of nieuwe buitenwerken op gepositioneerd. Op de 15de arriveerde koning Lodewijk 14 in het leger voor de stad die hij persoon rondom ging bezichtigen. Daarna vertrok hij naar zijn logement dat voor hem bereid was gemaakt in een brouwerij staande op het Wieltje, op de weg naar Brugge, een half uur van de stad.

De 16de arriveerden in het leger al de voetgangers met hun artillerie en munitie. Rond 16u na de middag zijn al de soldaten van het Iepers garnizoen, ongeveer drieduizend mannen naar hun buitenwerken vertrokken. Menigvuldige vechtbare burgers namen hun plaatsen in op de vesten. De 17de zijn de Spaanse soldaten er op uit getrokken om al de huizen tussen de stad en de vijand in brand te steken. Daarna hebben de Fransen een brug over de vaart gelegd om dus een betere communicatie aan elkaar te geven. De 18de verzamelden de Fransen een groot deel facijnen (bondels sprokkelhout) waarmee ze ’s avonds om 21u plaats hebben genomen op de plekken waar ze hun loopgrachten begonnen te graven, zowat op honderd voet van de citadel. En die breidden ze stilaan uit onder een gedurig geschut van beide zijden door de musketten. Iets wat in de stad zorgde voor groot alarm want men vreesde dat ze de citadel zouden opgelopen hebben.

Op de 19de maart van 1678 begonnen de Spanjaarden met het afschieten hun grof geschut. Ze schoten daarbij zeer dapper. Zo is er een kanonbal in de stapel vijandelijke granaten neergevallen waardoor er zowat tienduizend in de lucht zijn gevlogen. Dat maakte zo een verschrikkelijk lawaai dat de Spanjaarden zekerlijk meenden dat de Fransen de citadel met alle geweld aan het innemen waren. Op de 20ste hebben de Fransen andermaal een groot getal facijnen en ander gereedschap aangebracht waarmee ze hun batterijen begonnen te maken. Die kwamen er op enkele schreden buiten de citadel. De Spanjaarden die dit bemerkten deden hun uiterste best om dat met geschut als met menselijke uitvallen te beletten, maar dat was allemaal tevergeefs.

Rond 6u van de volgende morgen hebben de Fransen voor de eerste met zes grote kanonnen geschoten vanuit hun batterijen. Ze schoten op de palissaden van de buitenwerken van de citadel die ze helemaal schoongeveegd hebben. Tegen die tijd hadden ze hun loopgrachten zodanig uitgebreid dat de Fransen rond 9u de twee redouten hebben ingenomen die stonden aan de zijkant van de waterpoort van de nieuwe vaart aan de nieuwe stad. De Spanjaarden die de Fransen zagen oprukken hebben daarop beide redouten in de lucht geschoten waardoor de Fransen ertoe gedwongen werden om die achter te laten. De nacht die daar op volgde plaatsten de Spanjaarden op dezelfde plaats nieuwe palissaden.

22 maart 1678. De Fransen schoten uit dezelfde batterij met tien kanonnen en zeven mortieren. Ze bleven voortdurend bommen en kogels afvuren op de citadel en zorgden er voor grote schade en veel verlies van volk. Vanuit een andere batterij begonnen ze nu op de 23ste nog twaalf extra kanonnen en zeven mortieren te schieten op dezelfde citadel die daardoor aan twee zijden zeer sterk werd aangetast. De Fransen benaderden die via hun loopgrachten en dat gebeurde niet zonder verlies aan beide zijden. Op de 24ste bleven de belegeraars gedurig schieten vanuit hun twee loopgrachten. De ene bevond zich achter een halve maan, gelegen aan de noordzijde van de stad achter de begijnen en de andere achter de recolletten.

Het schieten duurde tot 23u in de avond wanneer zij een generale assault of aanval hebben uitgevoerd op de citadel die meer dan een uur aansleepte, met een dusdanig groot geweld dat ze na twee pogingen afgeslagen geweest te zijn eindelijk de buitenwerken overwonnen hebben. Met een opmerkelijk verlies aan beide zijden, namelijk door de menigte van bommen die ontelbaar tussen de Spanjaarden op de citadel werden afgevuurd. Tijdens deze ultieme aanval verloren de Fransen vijftienhonderd mannen en de Spanjaarden kregen een verlies van ongeveer vijfhonderd manschappen te verwerken. Zonder daarbij de gekwetsten bij te rekenen die in groot getal waren, allemaal door het veelvuldig gebruik van granaten aan beide zijden.

25 maart 1678 om 5 u ’s morgens, wezende de feestdag van O.L. Vrouw Boodschap, hebben de Spanjaarden, vrezende voor de de tweede maal in de citadel aangevallen te worden het appèl laten slaan en werd een wapenschorsing voor zes uur goedgekeurd tussen beide partijen. Om te proberen binnen die tijd tot een akkoord te komen. Om 9u is een delegatie uit de stad Ieper vertrokken op weg naar de koning. Die bestond uit de heer François Carron, deken van Sint-Maartens en de kanunnik van Terwaan over dat college, de heer Nicolais Meulenbeke de Cerf, kanunnik van Veurne over zijn college, die samen representeerden de geestelijken. Van het magistraat vertrok uit de stad, de heer voogd Wynkelman, schepen Letten geassisteerd door griffier Devos en de heren Joos Rijsselink pensionaris met de heer Charles van Lille de kapitein van de burgerlijke wacht als zijn zijn zegsman (’taalsman’) omdat hij een zeer welbespraakte en ervaren man was. En vanwege de militaire zijde vertrokken de graaf van Grimbergen en Dufeyz, allebei kolonels. Ze hebben allemaal met koning Lodewijk het volgende akkoord afgesloten. Dat gebeurde nadat de heer van Lille in de Franse taal zijn complimenten overgemaakt had aan de koning en na andere plichtplegingen.

De Fransen hebben om 15u na de middag van diezelfde dag hun eerste wachters opgesteld aan de citadel, daarna aan de Antwerppoort, de Torhoutpoort en de andere resterende plaatsen. Zo werd de stad van Ieper aan de Fransen overgeleverd nadat zij die voor een tijd van dertien dagen hadden belegerd, beschoten en vreselijk bestormd hadden. Dan kwam de koning, gezeten op een wit Engels paard zijn intrede maken in de citadel, vergezeld door zijn edeldom en veel andere ridders van zijn hof die samen met hem van buiten de stad de sterkte hebben bezichtigd van waar ze gezamenlijk binnengegaan zijn in de nieuwe stede die de Spanjaarden enkele jaren tevoren hadden doen afbreken. De koning gelastte andermaal de nieuwe stad te herbouwen en te versterken en de citadel te laten afbreken (te ‘raseren’). Daarop vertrok Lodewijk 14 naar zijn logement.

26 maart 1678, ’s morgens om 6u, vertrok zijn hoogwaardigheid Guillielmus Herinckx met enige geestelijken naar de koning, ten einde van te doen de gebruikelijke eed. Deze eedaflegging gebeurde in de koninklijke kapel. Ze knielden beiden voor het altaar met het crucifix en het evangelieboek waarop de handen werden gelegd tijdens de gebruikelijke ceremonie voorgedragen door kardinaal Debouillon. Om 11u vetrok uit de stad van Ieper het Spaans garnizoen voor de laatste reis tot deze tijd toe. Want sedertdien zijn er nooit meer enige Spanjaarden in de stad geweest.

Ze vertrokken tot grote droefheid van de inwoners, ze verlieten ons via de Torhoutpoort, staande in getal bij de tweeduizend mannen, met vliegende vendels, slaande trommels, geweren, bagage, voorzien van twee stukken kanon, een mortier en brandende lonten. Op weg naar de stad van Brugge.

Om 13u in de namiddag werd in de stad een dodelijk gewonde officier binnengebracht. Het was Charles Louis de Lorraine, prins d’Elbeuf die gelogeerd werd ten huize van de heer Petrus Dewauvrans, hoofdman van de bezanters (‘paysanters’), wonende aan aan de oostzijde van de Zuidstraat, het derde huis zuidelijk van het Manestraatje alias het Maltastraatje.

Om 15u arriveerde in de stad het wapenvolk die zou dienen als ons garnizoen. Eerst kregen we het regiment van markies d’Humières te zien en daarna een regiment Zwitsers graaf Desalis, gevolgd door een regiment Piëmonters van de hertog van Savoye, voetgangers met een regiment Franse dragonders van de kolonel Fixmacan. Er waren in totaal meer dan vierduizend mannen waarvan al de officieren gelogeerd werden bij de burgers en de soldaten in de nieuwe barakken. Ze kwamen allen onder het bevel van markies Delatrerisse die zelf verbleef in twee zeer schone huizen, staande naast elkaar in het begin van het Onze Vrouwe straatje aan de noordzijde, waar vroeger het huis van de commandant gebouwd was waar de heren Philippus en Jan Baptiste Devisch verplicht werden om dadelijk deze huizen te verlaten en elders te gaan wonen.

Rond deze tijd vertrok de koning naar Rijsel. Hij gaf het bevel aan zijn leger dat nog altijd ongeveer 60.000 soldaten bevatte om naar de kwartieren te vertrekken van waar ze gekomen waren. Ze lieten daarbij al de gekwetste officieren die in groot getal waren om binnen Ieper te komen logeren in de belangrijkste burgerwoningen. Officieren die in een toestand waren om vervoerd te worden werden weggebracht naar Rijsel en Kortrijk om daar te genezen. De gekwetste soldaten werden naar al de godshuizen van de stad gebracht, zowel in het godshuis op de markt, het Belle Godshuis en het Sint-Jans Godshuis.

De resterende mannen werden vervoerd naar de abdij van Voormezele waar nog 836 man werden gelegd, zowel in de kerk van Voormezele als in het kasteel. Ze werden daar behandeld en genezen door de dokters en de chirurgen van het koninklijk godshuis, net zoals diegenen die in de stad waren. Deze geneesheren en hun aanhang verblijven altijd bij het leger als de koning er present is. Tijdens dit beleg hebben de Fransen meer dan achtduizend man in de strijd gelaten. En ze hebben meer dan achtduizend kanonkogels op de stad geschoten, zonder de bommen en de vuurpotten mee te rekenen. Kort na dit beleg werden binnen Ieper op de grote markt, op bevel van de Franse gouverneur drie Spaanse soldaten opgeknoopt en daarna bij Kemmel aan een nieuwe galg.

Nog een anekdote uit de belegering van de Fransen: in het begin van dit beleg vroegen de Ieperlingen aan de koning waar hij zijn hoofdkwartier of logement zou houden zodat ze niet naar deze plaats zouden schieten. Schieten naar een majesteit werd immers volgens een oude gewoonte niet gedaan. Maar de koning gaf een nietszeggend antwoord en beweerde dat hij zijn kwartier zowat overal zou houden. Maar die van de stad vernamen uiteindelijk dat de koning zijn hoofdkwartier had in een brouwerij op het Wieltje, boven Hoge Zieken. Zo was er een burger genaamd Nicolais Hoedt die gildebroeder was van Sinte-Barbara die met andere burgers als kanonniers hun kanonnen afschoten op de citadel buiten de Antwerppoort.

Deze Nicolais Hoedt heeft met een kanonbal geschoten naar het Wieltje waardoor achttien mannen die in de buurt van de koning stonden dood bleven. En met een tweede kanonbal schoot hij de vuurschouw van de koninklijke voute van zijn logement aan diggelen. Daardoor was Lodewijk 14 genoodzaakt om direct een trompetter naar de stad te zenden om te laten weten waar hij zijn logement hield.

Wanneer nu de stad was overgeleverd aan de Fransen liet de koning navraag doen wie dat die kanonnier was die met één kogel achttien man van zijn lijfwacht had doodgeschoten. Dat moest volgens hem wel een ervaren schutter zijn. Maar hij kreeg voor antwoord dat het een burger van Ieper was, met name Nicolais Hoedt. Lodewijk de 14de begeerde deze man te zien en te spreken. Toen Nicolais Hoedt tot bij de koning gebracht werd vroeg die hem of hij voor zijne majesteit wou dienen. En daarop antwoordde hij via een ’taalman’ ( want hij kende geen Frans) dat hij maar één God kon dienen waarmee hij liet verstaan dat dit de koning van Spanje was. De koning van Frankrijk reageerde gepikeerd op zijn antwoord en zei hem ‘ga weg van hier, gij ellendeling’ en hij liet hem ook effectief vertrekken.

Uit ‘Ieperse Histories’ – verschijnt einde 2019 – gebaseerd op de kronieken van Lodewijk Boeteman

Article Categories:
terug naar het verleden
banner
http://www.dekroniekenvandewesthoek.be

Vlaamse geschiedenis zoals je die nog nooit beleefd hebt!

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *