Er is iets merkwaardig aan de gang in Vlaanderen. Er is altijd al wel wat […]
In december 1278 volgt de 52-jarige Gwijde van Dampierre zijn moeder definitief op als 21ste […]
De macht van de superrijke burgerij zorgt voor een belastingsstelsel dat zeer nadelig is voor […]
Ga maar eens op een maandagmorgen naar de stad. Je vindt de arme werklieden zowat overal. Op de markten. Bij de kerken. Hier zie je ze angstig wachten op ambachtslieden die hen voor acht dagen werk kunnen bieden. Van zodra ze aangeworven zijn, wordt het werk geregeld door de klokken van de stad. Van de vroege morgen, wanneer het werken moet beginnen, tot aan de avond wanneer de vermoeide lijven even respijt krijgen.
Er waren, men weet het genoegzaem, geene bestendige legers in dien tyd, maer de gilden en ambachten oefenden zich vrylyk in het wapengebruik, en er bestonden wapengilden (confréries militaires) in byna al de groote steden van Vlaenderen. De overheden waren de dekens der gilden, en al deze wapenbroeders waren goed uitgerust en allerrykst gekleed: de eene in het blauw, de andere in het gheel, vele in het wit met een rood kruis, kleeding die van den kruisvaerderstyd overbleef.