20 oktober 1914, dinsdag. Geluveld. Waren er dan geen Geluveldnaars meer thuis gebleven? Jawel! Er […]
Dinsdagmorgen, rond 6u30, verliet Albert Ligneel, konijnenkoopman zijn woning op Merkem dorpsplaats en hij reed […]
De geschiedenis van de middeleeuwse stadsontwikkeling is precies een slagveld dat bezaaid is met nogal wat kadavers. Tussen de jaren 900 en 1350 groeit het aantal inwoners in Vlaanderen spectaculair.
’t Was opnieuw voor de zoveelste keer kermisse, koekeboterhammen, hespe en gebraan peeren, konijnen en kiekens met suikerboonen en erwitjes en overal taarte.
Emmeric Vandecasteele, een landbouwersarbeider uit Woesten, probeerde af en toe een haas of konijn stilletjes naar de andere wereld te helpen.
Het was rond de 25ste juli van het jaar 1914 dat op ons rustig dorp de eerste oorlogsgeruchten verspreid werden.
D’er zijn menschen die van olles zou’n doen, om toch maar nieten te moeten doen.
Van al de dingen da’k ooit verloren zijn, misse ‘k ik mijn verstand het meest.
W’en t’ol gezien en gedoan, moar we zijn ’t meeste d’ervan vergeten.
Vandoage is de morgen woar over da’j gisteren sikaneerde.
’t Is è rute uut uus uus
’t Is tied dat ‘uut is (es)
Me goan nog nie noar uus (me=wij)
’t Is lik è puut up è sliepsteen
’t Was waar: de gendarmes stonden daar. Ze brachten de vluchtelingen onder in 2 zalen. Wij lagen in de eerste zaal. Daar brandde een grote stoof. We sliepen in rijen in ’t stro. We moesten gaan eten in ’t hospice. Drie keer per dag: ’s morgens een kom frutsop en een snee droog brood, ’s noens een kom soep – ze stonk; ’t was lijk van de schoteldoek gekookt -, ’s avonds weer een snee brood en frutsop.
Een pijnlijk ongeluk is zaterdagavond voorgevallen ten huize van Alphonse Vanhollebeke-Laconte, bakker, wonende langs de Elverdinghe-kalsiede. Rond 6 ½ ure moest de vrouw naar de winkel gaan om iemand te bestellen, hare twee kinderen, Albert, 6 ½ jaren en Henri, 3 jaren, die rond de stoof zaten, alleen in de keuken latend. Het 3-jarig knaapje trok een ijzeren kom met kokend water van de stoof en wierp ze zoo ongelukkiglijk omver, dat zijn ouder broertje over gans het lichaam erg verbrand werd. Op het hulpgeroep kwam de moeder toegelopen, maar ondanks al de goede zorgen is het arme kindje dinsdagmorgen ten gevolge van deze schrikkelijke brandwonden overleden.
Dat was een wuuvetje, Romanie Breyne, Romtje, Dat was een klein vernukkeld wuuvetje die alzo altijd hele nachten op straat zat. Iedereen was daar benauwd van. Als ze sprak, ze kon niet klappen lijk een ander, dat was lijk ‘albolalbelal’ dat zij zei.