Je goat è poatre è schilderd stoan (bedrogen uitkomen)
Je goat ter è zak schudden (problemen krijgen)
Je goat ter è valieze kriegen (idem)
Je goat van è kale reize thuiskommen
Geen krieken zonder stenen,
geen vlees zonder benen,
geen mannen zonder willen,
geen vrouwen zonder grillen.
Woensdag, 1 juli om 7 uren ’s morgens, heeft Karel-Lodewijk Kastelyn, te Ieper, de schelmstukken geboet voor dewelke hij door het assisenhof van West-Vlaanderen was ter dood veroordeeld geworden.
Er wordt een vast mannetje van de graaf als ruwaard geïnstalleerd. Zijn naam is Jacques Sac. In het Vlaams Jacobus Zak, een naam die weinig goeds voorspelt, maar dat is een subjectieve invulling van mijn kant.
Met de draai en de gang en de mode van onze vrouwenhoedjes ben ik weinig bekend. En ik spreek er enkel van als iemand die, hetzij in de feestzalen, hetzij langs de straten, hetzij ja, zelfs in de kerk, willens gedwongen is te kijken naar die blinkende, blekkende overvloed van appels en peren, krieken en pruimen, eiers en beiers, kruiden en bloemen, ranken en bramen, lintjes en strikjes, zijde en pane, kant en tuil, hooi en strooi en wat weet ik al!