De legende van de kerk van Vinkem Tussen de werken geschreven door jonker Arthur Merghelynck, […]
Zie hier wat de mensen van die parochie vertellen. Der was ‘ne keer een Pietje […]
Aan de IJzerdijk ter hoogte van de ‘hoge brug’ bij de herbergen ‘het Fort’ en ‘De Kroon’, was er nog een concentratie van enkele huizen. Met zijn ± 633 inwoners op 843 ha, meer dan viermaal de oppervlakte van Diksmuide, kon men Kaaskerke toen dun bevolkt noemen.
Ten westen van de Nonnebossenstraat (vroeger Waterstraat en in 1100 de Reebrouckstraete: het straetjen dat liep naar ’t goed Reebrouck) lag het Rumetrabos, zich uitstrekkend tot de Bellewaart met middenin het goed Reebrouck.
Op een tiental kilometer van Ieper ligt het vreedzaam dorpje Woesten met zijn 1300 echte Vlaamse inwoners.
Vlakbij die Westpoort staat de Caesarsboom, een gedrocht van een boom die echter weidser bekend is als Lo’s befaamdste exportproduct, de knappende lukken Jules Destrooper.
Emiel Christiaen en Lescouwier (Bikschote?), twee onverpoosde zoekers, brachten in deze werkwijze een hele ommekeer door het vervaardigen van de microfoon (telefoon met kast, voorzien van een trechter waardoor men spreekt).
Sinds een paar jaar bezit de gemeente Godewaarsvelde, gelegen aan de voet van de Katsberg, naast Miel de Trommelaere, een tweede reus: Degrar I.
De Dorpstraat op St-Michiels, tusschen Schoutteet en de kerk, is altijd, al van over ouds, een sukkelbaantje geweest waar men van alles – kan vinden: een kalsijtje pit-uut-pit-in lijk met de roefel opeen gesmeten.
Walbert heeft al een hele tijd geleden voor Bertinus gekozen als zijn favoriete zielenherder. Hij gaat hem regelmatig opzoeken en verlaat de abdij nooit ofte nimmer zonder eerst de speciale zegen van de abt gevraagd en gekregen te hebben. Toch riskeert hij op een bepaalde dag (hij moet om een of andere reden dringend vertrekken) de abdij te verlaten zonder die zegen. Hij is nog maar pas vertrokken als zijn paard struikelt en hij met een harde smak op de rotsachtige bodem valt.
Een oude legende uit Normandië verhaalt: ‘Adam at een stuk appel, maar hij had meteen een voorgevoel, begreep zijn ijselijke misdaad en was dan ook met zulke vrees bevangen, dat het stuk appel in zijn keel bleef steken.
Ten oosten van de stad Veurne ligt een straat, sedert al oude tijd bekend als de Rodestraat. Die straat leidt door de weiden naar het Duivenkot, een grote hofstede met kapel, die toebehoorde tot het klooster der predikheren.
Met al die willekeur en die afpersmentaliteit is het niet moeilijk dat de moraliteit terugloopt in Ieper. De ‘God ziet u’ bordjes bestaan nog niet en de priesters hebben wel andere interesses dan de geestelijke integriteit van hun onderdanen. Er is amper sprake van nieuwe acquisities tijdens het bewind van abt Pierre. Het zijn blijkbaar moeilijke tijden voor het klooster. De Rubrum registers maken melding van een aankoop in januari 1247. Walter, de abt van Grimbergen, verkoopt aan de Ieperse proosdij alle eigendommen die zijn abdij bezit binnen de stadsmuren van Ieper. Het betreft opbrengsten van meer dan 9 pond afkomstig van verscheidene huizen in de stad en blijkbaar ook deels op de lakenhalle.
Kijk eens naar Ieper op vandaag. Waar is het water nu? Aan de noordoostkant zien we het kanaal en de Ieperlee, aan de zuidwestkant de ‘Verdronken Weiden’. De komst van het water in 260-270 was een (afgezwakte) herhaling van wat er zich al had afgespeeld 1000 à 1500 jaar voordien. Het water 5 à 10 meter hoger. Beeld u dat eens in? Alleen de heuvel, de prairie van Ieper, bleef gespaard van het rijzende water. En er waren twee havengemeenschappen. Briel (Breuil) en de omgeving van het Zaelhof en de Zuudstrate (de latere Rijselstraat), niet toevallig nog steeds met elkaar verbonden met de ondergrondse Ieperlee. Zeker al in 270, kijk maar naar de ‘ille’ namen waar we het al uitgebreid over hebben gehad. Hier leefden beslist al mensen 1000 jaar voor het begin van onze nieuwe tijdsrekening.