Filips van Artevelde stelt zich aan het hoofd van 9.000 Gentenaars en vertrekt uit zijn thuisstad. Een gelijk aantal volk van het Vrije, de Vier-Ambachten, Geraardsbergen, Aardenburg, Damme, het land van Waas en uit andere gewesten komt zich bij hem aansluiten. Samen met zijn leger bij Oudenaarde beschikt hij nu over een leger van 40.000 vechtbare mannen.
In het jaar 1189 vindt er in het klooster van Ter Duinen een eigenaardig gebeuren plaats. Een op de dool zijnde en berooide Leopold is naar verluidt een jonge Oostenrijker die na zware problemen zijn land moest verlaten.
De Ieperse kanunniken willen niet zomaar de kaas van tussen hun boterhammen laten wegpikken. Op de dagen wanneer er grote plechtigheden doorgaan, hebben ze al de rechten op de opbrengsten.
Mijn oude nicht Godelieve leeft en ofschoon nu bij de zeventig vertelt zij ons het geval alsof het pas gisteren gebeurd was.
Dank zij die nieuwe keure krijgen de Ieperse gilden nu de mogelijkheid om die voorheen moeilijk aan banden te leggen randindustrie, onder de knoet te krijgen. De vaak gegoede poorters van Ieper, Brugge en Gent bezitten al decennia de macht van het geld.
1382 en 1383 zijn geen boerenjaren geweest voor de Westhoek. Dat is wel het minste wat ik kan zeggen. Ik heb intens meegeleefd met het beleg van Ieper tijdens de zomer van 1383 en was erbij toen Filips van Artevelde, de leider van de Vlamingen, de confrontatie aanging met het Franse leger ergens in de mistige en modderige velden van Westrozebeke.
In de bib van de Zonnebeekse heemkring stoot ik op een ringmap barstensvol geschiedenis van Passendale. Allemaal het werk van meester Gabriel Versavel. Een golf van respect overspoelt mijn gedachten als ik die massa aan geschreven en getypte resultaten van meester Versavels research besnuffel en betast. Eigenlijk verdient zijn werk gelezen te worden door het publiek van mijn kronieken van de Westhoek. Vandaar mijn beslissing om af en toe eens een deel van zijn werk op mijn website te plaatsen.
De schapen zwerven rond in de Vlaamse schorrelanden Wanneer precies die grote doorbraak er gekomen […]
‘De Germanen’, zegt Montesquieu, ‘hingen de verraders op en verdronken de lafhartigen’. De doodstraf door verdrinking is in de Nederlandse rechtspleging van de middeleeuwen en zelfs van de nieuwere tijd gebleven, maar werd zeer weinig toegepast, vooral in Vlaanderen.
Het duel speelt zich af ter hoogte van de brug over de Leie in Komen. De Vlamingen zijn in groten getale toegestroomd en houden de doorgang bezet. Een deel van de constructie wordt zelfs afgebroken en deels met mest gecamoufleerd waarop ze zich zelf verdekt opstellen en de komst van de bende van de Haese afwachten. Het wachten duurt niet lang. Ik schakel even over op de rechtstreekse commentaar van de jaarboeken voor me: ‘wanneer de ridders met gevelde lancien op hun aanvielen, zo dat zij de doortocht vrij ziende, op de brugge reden. Het gelukte aan omtrent dertig andere van daar over te geraken, maar de brugge dan brekende, onder de volgende, is er een deel van deze zwaar bewapende ruiters in de riviere gevallen en verdronken.’
De heerlijkheid Wervik was een groot leen, rechtstreeks gehouden van het kasteel van Kortrijk en burchtgenoot in dit kasteel. Wellicht behoorde deze heerlijkheid vóór 1312 tot de Zaal van Rijsel. De oppervlakte van de volledige heerlijkheid bedroeg ongeveer 325 bunders. Omstreeks 1540 zullen in dit gebied wel een goede duizend mensen gewoond hebben. Ze lag aan beide zijden van de Leie, maar meer dan twee derde aan de zuidzijde. Ze vormde een mooi, ononderbroken geheel : op het huidig Belgisch grondgebied ongeveer van aan het St-Maartensplein (vroeger het ‘kerkhof’) aan de oostzijde, tot aan de grens met Komen aan de westzijde en ten zuiden van de huidige spoorweglijn; aan de overkant van de Leie was de heerlijkheid aan de oostkant door Bosbeke begrensd en strekte zich west uit tot nabij de huidige grens met KomenFrankrijk.
Wervik en Warwick zijn zowat Siamese tweelingen voor wat hun naam betreft: een nederzetting van mannelijke krijgers. Er rest mij nu nog het tussenvoegsel ‘via’ dat hier parmantig paradeert tussen de wijk van de mannelijke krijgers. Wie kent er niet de ‘Via Roma’ waar de wielrenners op vandaag voorbij racen tijden de klassieker Milaan-San Remo? Ik vind een perfecte Engelstalige beschrijving van het woord: ‘a road or paved part in a village or town’. Het geplaveide deel van de Wervikse nederzetting zorgt er voor dat de Romeinen haar de naam van Viroviacum toekennen. Via is van oorsprong trouwens ook Indo-Europees. Weg-ya.