Alle baten helpen, zei de boer, en hij trok van de kat een haar uit […]
’t Is zo klaar lik chikezop – een onbegrijpelijk geval
Slapen tot dat de zunne in je gat schijnt – lang slapen
Beter è luus in de pot of geen vet – het is beter dan niets
’t Goat stront regen mè hakskes – ’t Goat mollejoengen regen
De dood op getepoten (graatmager)
Met een poot in de pit zijn (heel erg oud zijn)
Te dom om dood te doen (niet zeer snugger)
’t Is ol butter oan de golge èplakt.
Hebben is hebben en krygen is de kunste.
’t Is ol moeyelyk oude aepen te leeren greezen.
Ol hout en is gè tummerhout.
Olle boate halpt, zei de muis, en hè piste in de zee.
Het hoofd scharten zonder jeuken (zich in verlegenheid bevinden, radeloos zijn)
Hij heeft het hoofd van een geirnoare (hij heeft niet veel verstand)
Hij heeft een hoofd lijk een ijzeren pot (hij heeft sterke hersenen)
Hij kamt hem het hoofd met een stoel (hij rost hem af)