In de gemeente Alveringem werd een man die iets kon in de kamer van een vrouw, die door de mare bereden werd, binnengeroepen. Hij nam een handvol droog zand, sprak enige woorden en wierp het zand in de lucht en overal in het rond onder de tafel, de stoelen, de kasten, in ieder hoekje.
’t Ware jammer en zonde moest het Manneke, dat nu al jaar en dag zijn goe- en kwawere- ‘maren’ over geheel Vlaanderen rondstrooit, geen paar blaadjes papier over hebben om aan zijn lezers de ‘mare’te doen, dat het entwat gaat schrijven over een bijzondere mare. Ene die maar ’s nachts zichtbaar en doendig is.
Volksverhalen uit het oude Zandvoorde