In 1971 schrijft de Nieuwpoortse historicus René Dumon een indrukwekkende geschiedenis van zijn stad. Wij […]
In 842 spoelen de Noormannen via het Friese Katwijk de Morinische kustlijn binnen. De pagi […]
De elite van de Menapiërs leeft het liefst op de strategische versterkte heuvels van ondermeer […]
Caesar vertelt dat de Menapiërs hun gronden en hun kastelen hebben aan weerskanten van de […]
Rond het jaar 420 zijn de Salische Franken onder leiding van hun koning Pharamond onze […]
In -120 is er voor het eerst sprake van Morinen. Caesar heeft het wat later […]
Oostelijk gelegen van het laaggelegen moerasgebied van Ieper en Zillebeke doemen de dichtbeboste heuvels van […]
Morinië betekent dus het land van de moeren. De mensen die zich in Morinië komen […]
Van aan Kales en Boonen tot aan de monding van de Westerschelde strekt zich een […]
De volksverhuizing van Germaanse volkeren richting Noordzee is vooral het gevolg van zwervende Fridlinges hier en daar ongetwijfeld gevolgd door de Frilazzes.
De hoogten van Terrest en van de de Kaaiaard zijn bekleed met keivelden (silex of vuursteen, koppekeien). Die silexen werden ter plaatse bewerkt, wat blijkt uit de splinters die daar lagen. Ook moeten bewerkte silexen overgebracht geworden zijn uit Henegouwen (Spiennes).
In een boek dat Sint-Aldowin schrijft over het leven van zijn vriend, de smid Elooi. De Morinen en de Vlamingen hebben dus een gemeenschappelijke band. ‘Waarom zouden ze zichzelf anders als één natie beschouwen?
Bij laagtij lag het eiland, of schiereiland, genaamd Leisele, op een paar vertakking na over Roesbrugge en Stavele, door zeewater omgeven. In ditzelfde werk lezen we dat de rivier ‘De Saltanava’ ontsprong op de hoogvlakte van Leiseleen vloeide in de richting van Hoogstade en Alveringem.
In de bib van de Zonnebeekse heemkring stoot ik op een ringmap barstensvol geschiedenis van Passendale. Allemaal het werk van meester Gabriel Versavel. Een golf van respect overspoelt mijn gedachten als ik die massa aan geschreven en getypte resultaten van meester Versavels research besnuffel en betast. Eigenlijk verdient zijn werk gelezen te worden door het publiek van mijn kronieken van de Westhoek. Vandaar mijn beslissing om af en toe eens een deel van zijn werk op mijn website te plaatsen.
De oudste bewoners van ons land, gelijk van het overige Celtica, zijn bekend onder den naam van Kelten, naderhand Gallen, welke beide woorden ‘wit’ betekenen. De naam voegde zeer wel aan volkeren, die bij de zuidelijke Europeanen door witheid van vel moesten afsteken.
Zoutcote, de zoutkant, later bekend geworden als Zuydcoote, moet al bestaan. In het jaar 121 wordt hier al het christelijk geloof gepredikt. Mardick, de haven en de Romeinse nederzetting. De golf van Itius die de vloot van Caesar herbergt en waarvan de Aa zowat het ultieme overblijfsel van is.
Naadloos en eigenlijk ongewild komen we terecht bij de naam van Veurne. Vier jaar later wel te verstaan. Zo lang is het geleden dat ik me onderdompelde in het eerste deel van zijn oude jaarboeken. Hoewel Veurne natuurlijk ook vrouwelijk kan zijn. Maar dit heeft nu niet echt belang. Enkele weken geleden, eind 2013, kreeg ik een mail van een geschiedenisfanaat die zich afvroeg of ik enig idee had waar de naam ‘Veurne’ vandaan kwam. Nee. Eigenlijk niet. En dat ergert me meer dan ik kan vermoeden. Veurne verdorie. Waar kom jij vandaan?
Het wordt een hard en bloedig gevecht daar op de markt van Veurne. Hoe het zal aflopen lijkt even minder duidelijk, maar diegenen die Ysengrim hebben gevolgd worden tenslotte overmand. Velen sneuvelen. De rest neemt lafhartig de vlucht en dat terwijl hun leider in groot gevaar verkeert. Ysengrim blijft zich dapper verweren maar de overmacht is te groot en hij valt dodelijk gewond neer op de grond. De overwinning is binnen voor de heer van Wulveringem die zich onmiddellijk naar de gevangenis van de burcht begeeft en er Ryckaert of Rijckewaert Blauvoet en de andere gevangenen vrijlaat.
Boudewijn de imperialistische trekjes geërfd van zijn voorouders. Als hij de kans krijgt om aan de oostelijke kant van de Schelde een gebied te verwerven ter grootte van zijn bezit aan de Westelijke kant, waarom zou hij dan nog twijfelen?