‘De kerk is een winkel’, zo leren de geuzen maar ze dolen, want als er […]
’t Wos ol è gheilen tied e leèn dak k’ik nog è wandelienge è doan he’n in de buitencoté van Ieper, en woarlik ‘k he’n verschoten os k’ik dat oltemole zag, nieuwe huyzen en schonne wit, den einen nog schonder of den anderen.
Het volksonderwijs, door Karel de Grote ingericht, was reeds in de 9de eeuw in de handen van de kerk overgegaan, terwijl het door de burgerlijke overheid veronachtzaamd werd. Zo staat de oudste Roeselaarse volksschool, die voor de eerste maal in 1152 wordt vermeld, onder het oppertoezicht van de abt van Zonnebeke.
Naast een degelijke kennis van de zee en haar visgronden moet men ook een dosis geluk hebben in de opbrengsten, om een schone reist en goede besomming te maken. Ten eerste komt het er op aan de vis te vangen, ten tweede zonder pech de thuishaven te bereiken en ten derde in de vismijn een goede prijs voor zijn ‘vangste’ te bekomen.
De geestelijken proberen met harde hand de christelijke regels op te leggen, maar kunnen natuurlijk niet verijdelen dat jeugdige vrouwen en maagden zowat overal gevaar lopen om geschaakt te worden. De keuze van de dames voor de kuisheid en de vrede voor hun God is uiteraard vaak een vlucht naar veiligheid en geborgenheid. Een ooggetuige van de vloed naar de kloosters omschrijft het in het begin van de jaren 1200 als volgt: ‘jonge dochters lopen er met hopen naar toe, weduwen snellen er heen.