Op 21 september 1797 gaan de Ieperse kerken dicht. De volgende dag is dat het […]
Zaterdagnamiddag rond 17u, werd de gemeente Izenberge in opschudding gebracht door een vreselijk ongeluk welke […]
Zondagnamiddag om 14u20 had hier weer een rampzalige ontploffing plaats, te wijten aan onvoorzichtigheid, en […]
De Kruisstraat is nog niet gebombardeerd. Maar een, verschrikkelijk schouwspel levert ons de stad Ieper. Ieper heeft veel meer geleden dan ik dacht. Veel huizen zijn helemaal weg, andere half, weinig die volstrekt niets geleden hebben. En toch is er alweer leven in Ieper, veel volk en veel soldaten bijzonderlijk sedert een maand van hier.
De ellestok is de stok die de stokmeter voorafgaat. De ellestok in het heemmuseum Bachten de Kupe meet precies 69cm en is verdeeld in vier hoofddelen van 17,25cm en onderverdeeld in delen van 8,625cm.
Omstreeks 1750 had Langemark, benevens zijn parochiekerk, een viertal kapellen. De voornaamste was de O.-L.-Vrouwkapel ten Poele, die eigen tienden en een eigen kapelaanshuis en kosterij bezat. De kapelaan was gewoonlijk een monnik van de abdij van Voormezele.
En Karel, een der laatsten van dit eigen ras, een sperke van Gezelle in zijn ziele, een zwaai van Noorders were in zijn woorden, een klop van deze met zweet en bloed gedrukte aarde in zijn hart. Karel, een schone vent, zeiden we. Een kop! Een West-Vlaamse kop. We salueren!
Zaterdagnamiddag, rond 17u, werd de gemeente Izenberge in opschudding gebracht door een vreselijk ongeluk welke zich had afgespeeld op de boerderij van de landbouwer Marcel Luyssen, wijk ‘De Ouden Molen’.
5 november, donderdag. – De nacht is tamelijk kalm. Rond 5 uur doen de Fransen een contreattaque. Het gaat er buitengewoon geweldig, in den voornoen wat min, doch in den. achternoen erger dan ooit. Verscheidene Duitse krijgsgevangenen worden ingebracht en onderhoord in de onderpastorij. Zij vertellen dat de keizer hier op het front is. Kost wat kost moeten zij hier doorboren.
Een schrikkelijke trambotsing greep maandagmorgen rond 7 3/4 uur plaats op de tramlijn Ieper-Veurne, tussen Fortem en Lo, op 400 meter afstand van Fortem statie.
‘k Ga er nog entwad van krijgen. Er begonnen ten andere al rare dromen van te komen, of beter gezeid; altijd dezelfde droom, nachten en nachten achter malkaar altijd dezelfden. leder kere zat er- een kaboetertje mij te embeteren op een van mijn schoenen. ‘k Liet het eerst in zijn wezen, maar op een ende kon ik het tochniet meer eerden en sloeg ik er achter gelijk achter een zwerm vliegen. Maar ’t was rap gélijk een duveltje: sloeg ik net weg van mijn linkerschoere, als de weerlicht zat het op mijn rechterschoere, en alzo moeste ik altijd maar weg en were slaan totdat ik in schuim en zweet stond. ‘k Peinsde dat ik er zot ging van worden.