banner
okt 25, 2019
1742 Views

Lopt nu moar noar Kokelare kerremesse

Written by

De ellestok is de stok die de stokmeter voorafgaat. De ellestok in het heemmuseum Bachten de Kupe meet precies 69cm en is verdeeld in vier hoofddelen van 17,25cm en onderverdeeld in delen van 8,625cm.

banner

Vandaag iets over de stokmeter, een eenvoudig voorwerp, toch interessant genoeg om er boeiende over te vertellen. Maar eerst de ellestok.

De ellestok is de stok die de stokmeter voorafgaat. De ellestok in het heemmuseum Bachten de Kupe meet precies 69cm en is verdeeld in vier hoofddelen van 17,25cm en onderverdeeld in delen van 8,625cm.

In de kleine winkeltjes, waar men durfde naast de haring enz ook kleerstoffen en ander goed te verkopen, werd niet gemeten met de ellestok, maar stond de maat ingekerfd in de toog. Die toog was 1 m kort, en het toffe die er op lag werd dan ook bij het meten telkens nader getrokken en opnieuw opengerold, wat wel eens de bemerking ontlokte bij de klant; ‘niet rekken’.

Toen ten tijde, de mensen kochten niet meer dan ze nodig hadden. Kocht met drie ellen stof en er werd gerokken, dan kon men gemakkelijk 10cm te kort komen en de lengte van de rok volgde wat, gezien de strenge opvatting van die tijd niet mocht, want de rokken van de aankomende meisjes moesten minstens reiken tot beneden de knieën, en voor de vrouwen tot halverwege de benen. Nu komt dat zo nauw niet meer, want er zijn reeds heel wat rokken die zelfs niet meer kunnen gemeten worden.

Waar is de tijd dat mijnheer Vanackere, onderpastoor te Ichtegem zei tot de jonkheden die naar de congregatie kwamen; ‘lopt nu moar noar Kokelare kerremesse met ulder drie ell’n stoffe’. Dit was hun lief, waaruit we moeten besluiten dat man gemiddeld drie ellen stof nodig had om een kleed te maken dat deftig was.

In de grotere stoffenwinkels waar de togen langer waren dan in die kleine winkeltjes, werd niet getrokken aan die doorgaans ook grotere en zwaardere rollen stoffe, die langs over de toog opengerold werden en gemeten met de ellestok.

De leurders, die van hofstee naar hofstee reisden om hun kleergoed of ander goed te verkope, hadden de ellestok bij, en soms ook wel een paar speciale strijkijzers om de cols of de kragen te persen, als tegenprestatie voor de koop. Er werd ook gemeten met de wijsvinger, tot de oksel, maar in hoeverre deze maat juist was, blijft een vraagteken.

De ellestok heeft lange tijd dienst gedaan en is nog niet helemaal vergeten, zelfs niet in het spreken, want de kommeeren hebben een tong van een elle lang, tenzij dat ze nu gegroeid zouden zijn tot drie ellen. Geen enkele man die dat durft beamen, ik ook niet.

Was er vroeger een babbelaar die nog al doorsloeg dan werd hij verwittigd: ‘gy goat noa d’elle goan’. Het antwoord bleef niet uit want het was van ‘d’elle bestoat nie mi, ’t is nu ol de meter’.

Na de eerste oorlog is de ellemaat helemaal in onbruik geraakt, terwijl de stokmeter reeds lange tijd zijn intrede had gedaan. Waar is de tijd dat mijn vader zaliger, onderwijzer te Bellegem 1895-1900 zijn klas domineerde met de stokmeter. ’s Winters, meer dan honderd leerlingen in de klas, allemaal half wilde bengels die gewoon waren om te ravotten in de vrije natuur, die maar niet konden wennen aan de schoolbanken.

Maar de nog oudere stokmeter van Pietje Muylle, timmerman te Ichtegem, die leefde halverwege de voorgaande eeuw en gestorven is tijdens het eerste kwartaal van de 20ste eeuw, heeft toch iets speciaals. Deze stokmeter is nu eigendom van het heemmuseum Bachten de Kupe. Het is een samenbrengen van twee maten op eenzelfde stok; de ene zijde de centimeters en op de andere zijde de duimen.

De Bo noemt de duimstok een duimregel. Er waren ook opvouwbare duimmaten, waarvan twee mooie exemplaren te zien zijn in het museum te Izenberge, een Engels model van 1939 van twee voet lang of 24 duim van elk 2,5 cm, en een van een meter lengte met een centimeterindeling en een duimindeleing, zijnde 35 duim ½, de duim iets meer dan 2,7cm.

De duimmaat verschilde van streek tot streek. Brugse maat 2,5cm, Amsterdam 2,573. Rijnland 2,616. Engeland 2,54. De regel van Pietje Muylle was Brugse maat, 44 duim = 1 meter. De Bo zegt: de regel van de timmerman is 4 voet van 11 duim, te vermenigvuldigen door 2,5 is iedere voet 27,5 cm.

Iedere voet staat getekend met een X; de halve voeten mlet een Y. De Engelse voet in ons bezit meet 12 duim maal 2,5cm en komt overeen met de moderne voet van 30cm. De oude Engelse voet meet 0,304 m. Amsterdam 0,284. Rijnland 0,314.

De stokmeter van Pietje Muylle is in eik, vermoedelijk van eigen makelij en zwart gekleurd. De stokmeter werd gebruikt zowel door de ambachtsman als door de winkelier. Op de hofstede was de stokmeter zowat de enige stok die recht was. De eigenaar ervan was de boerin. De boer maakte er weinig gebruik van.

De stokmeter geschonken aan het het heemmuseum door onze vriend A. Bonnez vertoont deze eigenaardigheid dat hij langs de ommezijde op twee plaatsen zeer diep uitgesleten is. Wat ermee gebeurde vertelde hij zelf:

‘Toen we kinderen waren en we kwamen thuis van school waar we vernomen hadden dat het bijvoorbeeld zondag hoogdag was, vroegen we aan moeder of ze koekestuiten wilde bakken. Moeder ging ermee akkoord op voorwaarden dat wij blomme zeefden. Daartoe greep ze naar de stokmeter, de enige stok op de hofstede die recht was, of die in haar bereik lag. En ze toonde ons hoe we blomme moesten zeven met de stof dwars over de trog te leggen, met de onderkant naar boven toe, om dan met de zeefde de blomme weg en were te schudden. Door het vele gebruik is deze stok zo diep uitgesleten!’

Nu ook de stokmeter verdrongen wordt door de lintmeter, de plooimeter en de rolmeter, verdwijnt ook de romantiek er aan verbonden, van gebruiksvoorwerp tot tuchtroede.

Uit ‘Bachten de Kupe’ van 1975

Article Categories:
vergeten geschiedenis
banner
http://www.dekroniekenvandewesthoek.be

Vlaamse geschiedenis zoals je die nog nooit beleefd hebt!

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *