Geen krieken zonder stenen,
geen vlees zonder benen,
geen mannen zonder willen,
geen vrouwen zonder grillen.
Adolf Verpoucke, geboren te Lichtervelde de 24se augustus 1901 en nu wonende te Noordschote, steenweg Lizerne, waar hij handel drijft in pluimgedierte en konijnen, was zaterdagnamiddag bedronken naar huis gegaan.
Nog 5 weken en dan is het Pasen, misschien toch al eens repeteren. We beginnen met eieren te goochelen….
Het hoofd scharten zonder jeuken (zich in verlegenheid bevinden, radeloos zijn)
Hij heeft het hoofd van een geirnoare (hij heeft niet veel verstand)
Hij heeft een hoofd lijk een ijzeren pot (hij heeft sterke hersenen)
Hij kamt hem het hoofd met een stoel (hij rost hem af)
Ze zijn er met lichten binnengegaan en vonden daarbinnen een ijzeren koffer met ijzeren banden beslagen, welke koffer ze hebben opengeslagen en daarin hebben gevonden een groot deel zilveren penningen. Allemaal in de vorm van een kroonstuk, op welke penningen aan de ene kant gegraveerd stond een portret van een keizer met een kroon en een scepter in zijn handen.