‘Het Nederland was in 1567 vol verwarring, vol droefheid en ellende. Zelfs de katholieken zagen […]
Menheere van ’t Ypertje, ‘k Was met de kermisse en keer naar Zoetenaaie gegaan om […]
Dat ze in Nieuwkerke in vroegere tijden geen groot gedacht hadden van hun katholieke priesters kan je zo lezen in onderstaand krantenartikel uit 1887
Binnen de jaren 1793 en 1794 plunderden de Franse republikeinen deze kerk, die als één van de schoonste van het bisdom van Ieper gehouden werd. Ze gebruikten het gebouw gedurende elf maanden voor kazerne, paardenstal en beenhouwerij. Ze vernielden en verbrandden al de meubelen, als de boisering, predikstoel, biechtstoelen en altaren, terwijl ze de sacristie voor gevangenis hielden.
Met al die willekeur en die afpersmentaliteit is het niet moeilijk dat de moraliteit terugloopt in Ieper. De ‘God ziet u’ bordjes bestaan nog niet en de priesters hebben wel andere interesses dan de geestelijke integriteit van hun onderdanen. Er is amper sprake van nieuwe acquisities tijdens het bewind van abt Pierre. Het zijn blijkbaar moeilijke tijden voor het klooster. De Rubrum registers maken melding van een aankoop in januari 1247. Walter, de abt van Grimbergen, verkoopt aan de Ieperse proosdij alle eigendommen die zijn abdij bezit binnen de stadsmuren van Ieper. Het betreft opbrengsten van meer dan 9 pond afkomstig van verscheidene huizen in de stad en blijkbaar ook deels op de lakenhalle.