Langs het grintwegje van Sint-Idesbaldus wenken de oude puinen van de Duinenabdij met de machtige hoeve om af te stappen, doch de maag gebiedt: naar Veurne!
De soldaat neme bij zijn vertrek met zich weinig geld en een kleine hoeveelheid kleren. Hij voorziet zich van een goed hang- of maalslot, gorde zich met het scapulier van Onze Lieve Vrouw, neme op zich een klein gebedenboek en een paternoster.
In ‘t land van Ribbedebie
waar de kiekens deur hunder gat kroaien
en de honden met hundern steirt bassen
Iedereen lag te beven in zijn bed de kinderen weenden, de mannen vreesden het ergste, de vrouwen dachten aan het einde van de wereld of op zijn minst aan een nieuwe aardbeving. In vele huizen bad men luidop paternoster op paternoster. Intussen waaide en stormde het voort en in de herfstmorgen kwam af en toe de maan akelig uit de vluchtende wolken te voorschijn en maakte het tafereel nog luguberder.