banner
apr 10, 2019
1408 Views

Kent ge de schoonste bloem van Veurne?

Written by

Langs het grintwegje van Sint-Idesbaldus wenken de oude puinen van de Duinenabdij met de machtige hoeve om af te stappen, doch de maag gebiedt: naar Veurne!

banner

In ’t verre land, in ’t veie

Langs het grintwegje van Sint-Idesbaldus wenken de oude puinen van de Duinenabdij met de machtige hoeve om af te stappen, maar de maag gebiedt: naar Veurne!

Als kleine broekvent heb ik vaak naar Veurne gereisd. Nu onze ogen rusten op dit stadje, zo open en schoon, daar vlak voor ons, gaan mijn gedachten naar schone herinneringen. Ik glimlach. Want ik zie me zelf terug in die oude boerenkoets naast moeder, toen we vanuit het dorp, waar tante nonneke woonde, naar Veurne-Boetprocessie reden. Nu rijden de Veurne-Ambachtse boeren per auto.

Ik ben twintig jaar ouder! En nog trekt jaar op jaar deze processie in de julimaand door Veurne. ’t Is omtrent driehonderd jaar geleden dat ze voor de eerste keer uitging.

’t Was in 1744. Een gruwelijke oorlog was op komst. In deze Westhoek wisten ze wat oorlog was! De vrees en het gevaar waren groot. Hoe groter nood hoe nader bij God. Te Veurne kwamen duizenden mensen samen om er het 40-urengebed te bidden en tot slot samen in boetprocessie te gaan. Talrijk waren ze, die een boetepij aantrokken, en een zwaar kruis sleepten.

Die eerste boetprocessie was ingericht door een ‘Sodaliteit’ ofwel godvruchtige broederschap. Nog andere boeteoefeningen zijn tot op onze dagen in ere gebleven. Een vriend uit Veurne vertelde me onlangs, dat hij ieder jaar in de nacht vóór Goede Vrijdag de ‘oude kruisweg’ meemaakt. Die kruisweg telt 20 staties. Elke vastentijd opnieuw worden die ‘staties’ rond de stad gehangen, en ze zijn zoveel stappen van elkaar verwijderd als Jezus er deed te Jeruzalem van de ene plaats naar de andere.

Men vertelt dat Graaf Robrecht, die van een kruisvaart terugkeerde, schipbreuk leed en aan Veurne een grote kruis-relikwie schonk, omdat hij eerst de toren van Sint Walburgis van Veurne zag, na een bewogen reddingstocht.

Er waren er die beweerden dat de Vèurnse boetprocessie bij deze gelegenheid ontstaan was. Dat is echter evenwel legende! Net zoals de oorsprong ervan niet te zoeken is in de heiligschennis van twee soldaten die heilige hosties gestolen hadden, ze verbrandden, en de as op hun borst legden om zo onkwetsbaar te zijn! Dat las ik kortelings nog in een krant. Dat feit is wel gebeurd, maar toen bestond de processie al zes jaar.

Ge weet nu beter. En ge moogt het wel juist weten ook, want de processie, die thans uitgaat, is nog zo oud en gaaf als eeuwen geleden. Veel is er in dit stille Veurne veranderd en vervallen. Geuzenvolk en sansculotten hebben in Veurne-Ambacht deerlijk huis gehouden: gemoord, geplunderd en gebrand. Een klooster en een abdijkerk gingen in de vlammen op. Maar de processie bleef en zij heeft haar oude ziel bewaard.

‘Boerenleute!’, zei de dame

Naar twee dingen vooral ge vooral met grote ogen kijken. Vooreerst naar die arme houten beeldekes door twee Veurnse broers gesneden, 250 jaar geleden, kinderlijk gekleurd, oud en vernepen.

‘Boerenleute’, zei die dame naast me op de stoep, toen ik daar eens de processie in ogenschouw nam. Ik had haar willen een ferme mondstopper geven, maar toen ik haar geschilderd gelaat zag, zweeg ik, om niet onbeleefd te zijn. Wist zij maar met hoeveel schoon geduld, met hoeveel godsvrucht die beeldjes werden gemaakt, met hoeveel godsvrucht ze eeuwen lang door deze straten werden gedragen, en door honderdduizenden werden bewonderd, ze zou er niet mee spotten. Ik versta echter die dame, en ik weet wat voor haar schoon is: een nieuw hoedje, een haarkrul, een grote spiegel, al wat schittert en blinkt.

Deze processie is er geen van lintjes en strikjes. Ze doet niet preuts, niet om boven, ze is eenvoudig en toch groot. En daarom verstaat ‘madame’ er geen tinnen knoop van.

Bekijk maar eens de groep van de kruisdragers. Dat is het tweede wat ge nooit vergeet uit deze processie. Er zijn omtrent 100 zware kruisen. De boetelingen lopen gebogen onder de last van zo’n vracht, barrevoets, biddend. Het is doodstil als ze voorbij komen. Ge hoort alleen maar het gedokker van de zware kruisen over de straatstenen, het geritsel van paternosters en een beêgezucht.

Wie schuilt er onder die donkere boetekap? Van 100 uur ver komen ze naar hier. Daar loopt een jongentje met een opschrift bij de kruisdragers: ‘Zijn kruis wel dragen is God behagen’. Andere penitenten trekken een wagen, of helpen de beeldekes dragen.

Langs alle kanten hoort ge heiligen en profeten luidop spreken. Dat zijn de eeuwenoude ‘spraken’. De klacht van de ‘Moeder der Smarten’ hangt nog altijd in mijn oren: God gave dat ik hier een mens kon vinden, die liefde heeft tot mijn kind, dit zou mijn hart ontbinden. ‘

En zo trokken we verder door de stad. Het was dicht bij de middag. Veurne lag stil en gelukkig onder een schone zon. Een paar Veurne-Ambachtse boeren trokken welgezind naar het trammetje, met hun zakken vol botergeld. Het trammetje tufte er gemoedelijk van door, en opnieuw werd het hier zo stil als in een zomerse zondagnamiddag. Veurne ziet er welgedaan en tevreden uit. Een vriendelijk stadje. Een rustig eilandje midden in de ‘weiden als wiegende zeeën’. Zo rustig en sluimerend dat de Veurnenaars wellicht hiermee hun naam van ‘Veurnse slapers’ hadden verdiend.

Uit ‘Ons schoon Westvlaanderen’ van F.R. Boschvogel uit 1945

Article Categories:
vergeten geschiedenis
banner
http://www.dekroniekenvandewesthoek.be

Vlaamse geschiedenis zoals je die nog nooit beleefd hebt!

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *