In -120 is er voor het eerst sprake van Morinen. Caesar heeft het wat later […]
Caesar vertelt dat de Menapiërs hun gronden en hun kastelen hebben aan weerskanten van de […]
De volksverhuizing van Germaanse volkeren richting Noordzee is vooral het gevolg van zwervende Fridlinges hier en daar ongetwijfeld gevolgd door de Frilazzes.
In een boek dat Sint-Aldowin schrijft over het leven van zijn vriend, de smid Elooi. De Morinen en de Vlamingen hebben dus een gemeenschappelijke band. ‘Waarom zouden ze zichzelf anders als één natie beschouwen?
En dan zijn er natuurlijk nog de vrouwen waar de zonen van Chlotarius blijkbaar een zwak voor hebben.
Omstreeks 1750 had Langemark, benevens zijn parochiekerk, een viertal kapellen. De voornaamste was de O.-L.-Vrouwkapel ten Poele, die eigen tienden en een eigen kapelaanshuis en kosterij bezat. De kapelaan was gewoonlijk een monnik van de abdij van Voormezele.
Het Oosterse Rijk, uiteindelijk, of het Oster-Rike, kwam aan Sigebert die in zijn deel Auvergne, het noordoosten van Gallië en Germanië tot aan de grenzen der Saksen en Slaven bezat’. Vlaanderen, met de Westhoek als uiteinde aan de grote zee was de ooit de tegenhanger van de oostelijke gebieden van Gallië. Ons land kon dus net zo goed Westenrijk genoemd zijn en net zoals Oostenrijk de tanden van de tijd overleefd hebben.
De Gallo-Romeinse aristocratie leefde op het land en van het land. De industrie van de oude dagen was bevolkt met slaven en alles wat ook maar rook naar handel en commerce werd geminacht. Wie geen bezitter was van landerijen, grote domeinen en ‘villae’, maakte nooit kans om ooit als vertegenwoordiger van het volk op te treden.
De oudste bewoners van ons land, gelijk van het overige Celtica, zijn bekend onder den naam van Kelten, naderhand Gallen, welke beide woorden ‘wit’ betekenen. De naam voegde zeer wel aan volkeren, die bij de zuidelijke Europeanen door witheid van vel moesten afsteken.
Ten tijde dat, in de geschiedenis, voor de eerste maal gewag wordt gemaakt van de streken die later de Nederlanden zouden heeten, hebben zij reeds dat karakter van grensland dat zij door de eeuwen heen zullen blijven houden. Reeds vóór de Romeinsche verovering staan, op haren bodem, de achterhoede der Kelten en de voorhoede der Germanen tegenover elkander. Op het einde der eerste eeuw vóór Jezus Christus, hebben deze laatsten echter nauwelijks den zoom van het land bereikt.
Boudewijn de imperialistische trekjes geërfd van zijn voorouders. Als hij de kans krijgt om aan de oostelijke kant van de Schelde een gebied te verwerven ter grootte van zijn bezit aan de Westelijke kant, waarom zou hij dan nog twijfelen?