‘Van o je sprikt je moend gaat open’ – Al uw verlangens worden schijnbaar ingewilligd.
‘ ’t Is oed vuul’ – Oud nieuws dat terug wordt opgerakeld.
‘ ’t Is è schete in è netzak’ – De zaak wordt deerlijk opgeschroefd.
Daar was eens een man, en die man ging op reis. Als hij nu al lang gereisd had, kwam hij s’avonds geheel laat aan een herberg, en hij vroeg om daar te overnachten.