Het was in augustus 1937 dat een ivoren slagtand werd gevonden bij het graven van een steenput op de koer van de herberg ‘De Vlaamsche Leeuw’ in de Kouterstraat, op een diepte van ongeveer vier meter in een pleitocene grondlaag.
Maandag, in de vooravond kwam J. Deneire van Poperinge, met paard en koets van Ieper naar Poperinge.Niet ver van de herberg Breda, dicht tegen Vlamertinge, zag hij een motorfiets ontredderd ten gronde liggen en een tiental meter verder, aan de zijkant van de baan, zag hij een man bewusteloos en gekneusd uitgestrekt.